Rijksoverheid
Nationale Havenraad opgeheven
Nieuwsbericht | 01-12-2011
Op 1 december 2011 vond in aanwezigheid van minister Schultz van Haegen
van Infrastructuur en Milieu de slotbijeenkomst van de Nationale
Havenraad plaats. Hiermee kwam een eind aan meer dan 40 jaar
gestructureerd overleg tussen havenautoriteiten, havenbedrijfsleven en
rijksoverheid. In die jaren heeft de Raad zich ontwikkeld tot een
maritiem platform met een breed draagvlak onder havenpartijen. Tegelijk
was de Raad een bron van kennis en informatie over
zeehavenaangelegenheden. De Nationale Havenraad heeft er in de loop der
jaren aan bijgedragen dat zeehavenontwikkeling van een lokaal naar een
nationaal en Europees niveau is getild.
De opheffing van de Nationale Havenraad is onderdeel van een
omvangrijke bezuinigingsoperatie bij het ministerie van Infrastructuur
en Milieu. Minister Schultz van Haegen: "Ik hecht sterk aan een goede
wisselwerking tussen het Rijk en de havensector. We blijven nauw
contact houden. Maar we gaan ons overleg op een nieuwe manier
inrichten." De publieke taken van de Havenraad worden deels overgenomen
door het departement zelf (beleidsvoorbereiding) en deels door het
Overleg Infrastructuur en Milieu (beleidsconsultatie).
Havenautoriteiten en havenbedrijfsleven zullen hun belangen zelf gaan
behartigen. De Nederlandse havenautoriteiten overwegen de instelling
van een overlegplatform met verbindingen naar de rijksoverheid en het
havenbedrijfsleven.
In zijn slotrede stelde de voorzitter van de Nationale Havenraad, Wim
van Gelder, dat de Nederlandse havensector ook in de toekomst voor
grote uitdagingen gesteld blijft worden. In het bijzonder noemde hij
uitdagingen als energietransitie, de opkomst van nieuwe economische
grootmachten, het aantreden van zeer grote spelers in het
wereldomspannende goederenvervoer, de behoefte aan duurzame groei met
de bijbehorende fysieke en milieuruimte, toereikende infrastructuur en
de concurrentie met de zeehavens in de buurlanden.
De Nederlandse zeehavens leveren een belangrijke bijdrage aan de
nationale economie: de totale toegevoegde waarde van de
zeehavenactiviteiten is momenteel 40 miljard euro per jaar. De
uitdagingen zullen ook in de toekomst om overleg, afstemming,
samenwerking en bundeling van krachten blijven vragen om de bijdrage
van de zeehavens aan de nationale economie in stand te houden en waar
mogelijk te versterken. De aantrekkelijkheid van Nederland als
vestigingsplaats hangt immers nauw samen met de beschikbaarheid van een
goed functionerend nationaal havennetwerk, aldus Wim van Gelder.