Rijksoverheid
Onderzoeken bieden perspectief voor Olympische Spelen 2028 in Nederland
Nieuwsbericht | 10-11-2011
De Olympische Spelen 2028 kunnen zowel rond Amsterdam als rond
Rotterdam worden georganiseerd. Andere varianten, zoals Randstadspelen,
hebben niet de voorkeur. 17 jaar voordat de Spelen plaatsvinden, zijn
de onzekerheden zo groot dat over kosten en baten slechts een indicatie
te geven is. Dit blijkt uit onderzoeken die het kabinet heeft laten
uitvoeren en die vandaag door minister Edith Schippers (VWS) en
minister Melanie Schultz van Haegen (IenM) aan de Tweede Kamer zijn
aangeboden.
Of Nederland in de race gaat voor de Olympische Spelen en de
Paralympische Spelen van 2028 wordt in 2016 besloten door de betrokken
kandidaatstad, NOC*NSF en het Rijk (het volgende kabinet). Tot dat
moment wordt kennis en informatie verzameld om een optimale afweging te
kunnen maken. Onderdeel daarvan zijn de vandaag gepubliceerde studie
naar de Olympische Hoofdstructuur (OHS) en de verkenning naar de
maatschappelijke kosten en baten (VMKB).
Uit de studies blijkt dat de Olympische Spelen zowel rond Amsterdam als
rond Rotterdam mogelijk zijn. Rond één van beide steden kan de
zogeheten Big5 geconcentreerd worden: Olympisch Stadion, -dorp,
-zwembad, -sporthal en perscentrum. Maar beide steden hebben niet het
schaalniveau om alle andere benodigde faciliteiten en voorzieningen ook
zelf te huisvesten. Wedstrijd- en trainingslocaties, horeca, hotels en
allerlei andere voorzieningen door het hele land zullen daarom moeten
worden benut. Als Nederland de Olympische Spelen gaat organiseren, is
heel het land daarbij betrokken en kan het voor heel Nederland
meerwaarde hebben.
De verkenning naar de maatschappelijke kosten en baten laat zien welke
complexe (economische) aspecten een rol spelen bij het organiseren van
de Olympische Spelen. Duidelijk is dat het - zo'n 17 jaar voor de
Spelen - nog niet mogelijk is om alle kosten en baten te benoemen en te
berekenen.
Directe kosten zijn onder andere de benodigde investeringen voor
Olympische voorzieningen, infrastructuur, technologie en veiligheid.
Directe baten zijn onder meer: toerisme, ticketverkoop, uitzendrechten
en sponsorprogramma's. Daarnaast zijn er vooral ook onzekerheden en
schattingen, zoals posten die nu nog niet in geld uitgedrukt kunnen
worden. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om het versterken van het
internationale imago van Nederland en de naamgevende stad, en het
verbeteren van de sportparticipatie en de volksgezondheid. Ook geldt
dat in de landen waar in een vroeg stadium over de organisatie van de
Spelen is nagedacht, er betere maatschappelijke-economische resultaten
kunnen worden bereikt.
Ondanks alle onzekerheden en het vroegtijdige stadium is een eerste
berekening gemaakt van de kosten en baten van de verschillende
varianten. Daaruit komt in deze fase een negatief saldo, maar de studie
laat ook zien dat het goed mogelijk is om de Olympische Spelen in
Nederland zo te organiseren dat sprake zal zijn van een positieve
maatschappelijk-economische waarde. Met het rekenmodel dat in deze
verkennende studie is ontwikkeld, kunnen kosten en baten voortdurend
worden geëvalueerd. Tot 2016 wordt er doorgerekend om een steeds
realistischer inzicht te krijgen, zodat dan een gefundeerd besluit
genomen kan worden over wel of geen Nederlands bid.
De studie naar de Olympische Hoofdstructuur is uitgevoerd door DHV in
samenwerking met MUST; de verkenning naar de maatschappelijke kosten en
baten is uitgevoerd door Rebel en Arup.