UMC Groningen
Meer zicht op onverklaarde lichamelijke klachten bij jongeren
28 september 2011
Ongeveer 10-15% van de jongeren heeft last van onverklaarde
lichamelijke klachten die van grote invloed kunnen zijn op hun leven.
Onderzoekster Karin Janssens van het Universitair Medisch Centrum
Groningen heeft in kaart gebracht waar deze klachten mee samenhangen.
In haar onderzoek laat Janssens zien dat onverklaarde lichamelijke
klachten onder jongeren het resultaat zijn van zowel biologische
processen (lichamelijke stressreactie, puberteitsontwikkeling),
psychologische risicofactoren (angst, depressie en stressbeleving
tijdens een stresstest) en sociale risicofactoren (overlijden of
scheiding ouders, overbeschermende ouders, schoolverzuim). Janssens
maakte gebruik van gegevens van 2230 jongeren uit het langdurige
TRAILS-onderzoek. Op 5 oktober promoveert Janssens op de resultaten van
haar onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Biologische processen hangen af van het type klacht
Aangezien onbegrepen lichamelijke klachten vaak samenhangen met stress,
onderzocht Janssens ook de invloed van het stresshormoon cortisol.
Jongeren met een laag cortisolgehalte tijdens het wakker worden hadden
meer last van vermoeidheid, duizeligheid en spierpijn. Jongeren met een
laag cortisolgehalte tijdens stress hadden meer last van hoofdpijn en
buikklachten. Ook de activiteit van het autonome zenuwstelsel hing
verschillend met de klachten samen. Jongeren die in rust een hoge
variabiliteit in hartslag hadden, rapporteerden meer vermoeidheid,
duizeligheid en spierpijn, terwijl jongeren met in rust een hoge
hartslag juist meer hoofdpijn en buikpijn meldden. Verder bleken
vermoeidheid, duizeligheid en spierpijn toe te nemen tijdens de
puberteitsontwikkeling, terwijl dit voor hoofdpijn en buikpijn niet het
geval was. Voor het onderzoek naar biologische processen die een rol
spelen bij onbegrepen lichamelijke klachten is het dus zinvol
onderscheid te maken tussen verschillende soorten klachten.
Oorzaak en gevolg
In haar onderzoek naar psychologische factoren heeft Janssens gekeken
of angst en depressie vooraf gaan aan onverklaarde lichamelijke
klachten, of dat ze vooral een gevolg ervan zijn. Zij toonde aan dat
angstige en depressieve jongeren een verhoogde kans hebben om
onverklaarde lichamelijke klachten te ontwikkelen, maar dat de klachten
op hun beurt de jongeren ook weer angstiger en depressiever kunnen
maken. De rol van ouders werd duidelijk in een studie naar
overbeschermende ouders. Jongeren die bij de eerste meting aangaven dat
ze hun ouders overbeschermend vonden, bleken bij de volgende meting
meer klachten te hebben.
Schoolverzuim en pesten
Leerlingen die veel van school wegbleven hadden bij een vervolgmeting
meer last van onverklaarde lichamelijke klachten, dan leerlingen die
niet veel van school wegbleven. Dit effect werd niet gevonden voor
jongeren die werden gepest. Het wegblijven van school heeft
vermoedelijk over het algemeen een ongunstig effect op het beloop van
de klachten doordat jongeren thuis meer op hun klachten gericht raken.
Jongeren die gepest worden, ervaren thuis waarschijnlijk minder stress
dan op school. Voor hen heeft thuis blijven van school dus vermoedelijk
zowel een gunstig als een ongunstig effect op de klachten.
Langdurig onderzoek TRAILS
TRAILS is een onderzoek naar de lichamelijke en geestelijke
ontwikkeling van kinderen op weg naar volwassenheid. Sinds 2000 worden
in de drie provincies in Noord-Nederland 2230 kinderen vanaf hun 10e
tot hun 25e levensjaar gevolgd. Janssens heeft gegevens uit de eerste
drie metingen gebruikt, toen de jongeren gemiddeld 11 jaar, 13,5 en 16
jaar oud waren.
Curriculum Vitae
Karin Janssens (Nijmegen, 1984) studeerde Geneeskunde aan de
Rijksuniversiteit Groningen. Zij deed haar onderzoek als onderdeel van
de langdurige TRAILS-studie van het UMCG. De naam van haar proefschrift
is: `The etiology of functional somatic symptoms in adolescents. A new
perspective on lumping and splitting.'