Rijksoverheid
21 maart 2011
Antwoord op schriftelijke vragen met kenmerk 2011Z02776
Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de schriftelijke vragen die zijn gesteld
door de leden Fritsma en Wilders (beiden PVV) over het nieuwe immigratierecord.
Deze vragen werden ingezonden op 11 februari 2011 met kenmerk 2011Z02776.
De minister voor Immigratie en Asiel,
G.B.M. Leers
2011Z02776
Antwoorden van de minister voor Immigratie en Asiel op vragen van de leden
Fritsma en Wilders (beiden PVV) aan de minister voor Immigratie en Asiel over
het nieuwe immigratierecord. (ingezonden 11 februari 2011)
Vraag 1
Hebt u kennisgenomen van het feit dat vorig jaar met 150.000 toegelaten
immigranten opnieuw een record is gebroken1?
Antwoord 1:
Ik ben bekend met de berichtgeving hierover.
Vraag 2
Deelt u de mening dat uit dit nieuwe immigratierecord eens te meer blijkt dat de
maatregelen uit het gedoogakkoord snel ingevoerd moeten worden? Zo ja, kunt u
voor alle maatregelen aangeven wanneer zij in werking zullen treden?
Antwoord 2:
Met de maatregelen in het regeerakkoord legt het kabinet een ambitieus pakket
neer dat is gericht op ombuiging, beheersing en vermindering van de immigratie.
Enkele maatregelen uit het regeerakkoord hebben inmiddels al vorm gekregen,
bijvoorbeeld de aanpassing van het beleid over het mogen afwachten van
voorlopige voorzieningen, waarover uw Kamer is geïnformeerd2. Voor een aantal
andere maatregelen geldt dat uw Kamer in brieven is geïnformeerd over de
planning daarvan. Ik verwijs hier graag naar de planningsbrief d.d. 22 november
20103, de 'roadmap' Europese inzet migratiebeleid4 en de brief 'Antwoord op
schriftelijke vragen met kenmerk 2011Z02776'5 die ik op 22 februari jl. aan uw
Kamer heb toegezonden.
Het is niet mogelijk voor alle maatregelen separaat aan te geven wanneer deze in
werking treden. De inwerkingtreding van maatregelen is daarvoor te zeer
afhankelijk van externe factoren en processen, bijvoorbeeld de omstandigheid dat
een aantal maatregelen aanpassing van EU-regelgeving vergt, waarbij de
planning afhankelijk is van nog te nemen stappen in EU-verband die meestal door
de Europese Commissie moeten worden ingeleid en waarvoor thans nog geen
planning is te geven. Mijn inzet is er nadrukkelijk op gericht de in het
regeerakkoord genoemde maatregelen op de kortst mogelijke termijn door te
voeren. Ik zal uw Kamer van de voortgang van de verschillende maatregelen op
de hoogte houden en berichten over de daarbij geldende planning wanneer dat
mogelijk is.
1 De Telegraaf, 'Immigratie opnieuw op record', 9 februari 2011
2 Kamerstukken II 2010/11, 19 637, nr. 1389
3 Kamerstukken II 2010/11, 19 637, nr. 1374
4 Kamerstukken II 2010/11, 30 573, nr. 61
5 Kamerstukken II 2010/11, 19 637, nr. 1400
Vraag 3
Deelt u de zorg dat ook uit de cijfers is gebleken dat steeds meer autochtone
Nederlanders emigreren en er dus een beeld ontstaat dat veelal laag opgeleide
(niet Nederlands sprekende mensen) binnenkomen en goed opgeleide mensen
vertrekken?
Antwoord 3:
Nee. Uit de gepresenteerde cijfers komt mijns inziens niet naar voren dat steeds
meer autochtone Nederlanders emigreren. Uit de onderliggende cijfers van het
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt eerder het tegendeel.
Uit de berichtgeving van het CBS blijkt dat in 2010 meer in Nederland geboren
personen uit Nederland emigreerden dan in 2009. Onder in Nederland geboren
personen bevinden zich echter niet alleen autochtonen maar ook (tweede
generatie) allochtonen. Voorts berichtte het CBS dat zich in 2010 een stijging
voor heeft gedaan in het aantal immigranten, maar ook in het aantal emigranten
geboren in andere EU-lidstaten.
De onderliggende cijfers van het CBS laten zien dat emigratie van in Nederland
geboren personen sinds 2006 elk jaar daalde en nu voor het eerst, in 2010, licht
is gestegen (met 2%). Binnen deze groep is de emigratie van autochtonen licht
gedaald, terwijl de emigratie van (tweede generatie) allochtonen is gestegen.
Daarnaast steeg de immigratie van personen die in een ander westers land zijn
geboren met 9%, waar de emigratie van deze groep met 2% steeg. Wat de groep
mensen betreft die geboren zijn in een niet-westers land daalde de immigratie in
2010 met 2% en steeg de emigratie uit Nederland met 14%.
Het CBS heeft deze immigratie- en emigratiecijfers in zijn berichtgeving over het
verloop van de bevolking niet gekwalificeerd naar opleidingsniveau of het
criterium of Nederlands wordt gesproken of niet. Noch heeft het CBS bericht over
de onderliggende migratiemotieven van de immigranten en emigranten.
Indien migratie wel in samenhang met opleiding of afkomst wordt bezien,
ontstaat een gevarieerd beeld. Zo blijkt uit recent onderzoek van het bureau
Regioplan naar motieven van hoger opgeleide emigranten niet dat er sprake is
van massaal vertrek. Autochtonen emigreren vooral vanwege het verlangen naar
de ruimte en naar een mooie natuur. Het rapport van dit onderzoek is op
26 januari jl. door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan
de Tweede Kamer aangeboden.6
Voorts blijkt uit recent onderzoek van het CBS, gepubliceerd in het Jaarrapport
Integratie 20107, dat er onder de tweede generatie allochtonen geen sprake is
van braindrain. Onder de tweede generatie zijn het vooral de lager opgeleiden die
Nederland verlaten.
Daarnaast blijkt bijvoorbeeld uit informatie van de IND dat vreemdelingen die
gebruik maken van de Nederlandse kennismigrantenregeling afkomstig zijn uit
6 Kamerstukken II, 2010/11, 30 950, nr. 20
7 CBS. Jaarrapport Integratie 2010. Den Haag/Heerlen, november 2010
een breed scala van landen. Deze vreemdelingen hebben de nationaliteit van
zowel westerse als niet-westerse landen.