Het Koninklijk Huis
Toespraak van Prinses Laurentien tijdens opening tentoonstelling Kikker in
vernieuwd Kinderboekenmuseum, Den Haag, 20 maart 2011
Mevrouw de loco-burgemeester, Mijnheer Meinderts, Laura,
vrienden van deze bijzondere plek voor jong en oud,
Als wij Kikker lezen, voorlezen of voorgelezen krijgen, horen of zien,
voelen wij met hem mee - als hij een held is, als hij bang, of verliefd
is. Als Kikker een sprong maakt zoals alleen kikkers dat kunnen en het
voelt alsof hij vliegt, vliegen wij een heel klein beetje met hem mee
en sluiten we het boek met een glimlach. Kikker leert ons hoe een
vreemdeling zich kan voelen, en met Kikker kunnen we er even bij stil
staan wie we zelf eigenlijk zijn als hij ontdekt hoe leuk het is om
Kikker te zijn. Hij boft maar.
Ik bof ook, want ik mag deze tentoonstelling openen, om daarmee een
hernieuwde en vernieuwende fase van het Letterkundig Museum en
Kinderboekenmuseum, in te luiden. Een bijzondere tentoonstelling, vorm
gegeven door een team van gedreven en deskundige mensen. En, evenzo
belangrijk, het museum weet zich omringd door velen, waaronder u, die
deze twee musea en waar ze voor staan, een warm hart toedragen. Woord
en beeld komen hier samen om ons te prikkelen: in stilte, interactief
en multi-mediaal.
En multimediaal of niet, als woord en beeld samenkomen denk ik toch ook
in de eerste plaats aan voorlezen. Het zal u niet verbazen dat ik daar
even bij stil wil staan... Wat ís dat toch met dat voorlezen? Het lijkt
zo simpel - een heerlijk moment van plezier, van ontspanning, van
gezelligheid rondom een boek. Een moment om samen een verhaal te lezen
en elkaar vragen te stellen. De boeken van Kikker - en natuurlijk vele
andere, waaronder de prachtige boeken van Marije Tolman en andere
bijzondere kinderboekenmakers die ik hier zie - helpen kinderen
spelenderwijs de luikjes van hun fantasie open te zetten. Daarmee
brengen boeken het plezier van het geschreven woord bij. Daar kunnen we
niet vroeg genoeg mee beginnen.
Maar voorlezen brengt ons nog veel meer... Wist u dat kinderen die op
3-jarige leeftijd dagelijks worden voorgelezen, op hun 5e niet alleen
beter zijn in taal en rekenen op school, maar ook op ander gebieden
voorlopen op leeftijdsgenootjes die minder vaak voorgelezen worden? Ze
hebben een groter inlevingsvermogen, zijn socialer in de omgang en zijn
verder in hun lichamelijke en creatieve ontwikkeling. Het vergroot hun
concentratievermogen, niet onbelangrijk in een tijd waarin we steeds
minder worden getrained in het vasthouden van een spanningsboog. Alles
gaat snel en dat verwachten we ook. Dat is prima, maar reflectie zo af
en toe is ook niet verkeerd... maar daarvoor moeten we ons wel kunnen
concentreren.
En lezen en voorlezen vergroot natuurlijk onze woordenschat. Met 15
minuten lezen per dag, lezen kinderen per jaar zo'n miljoen woorden.
Woorden waarmee zij verhalen aan hun speelgoedpoppen kunnen vertellen,
woorden waarmee zij ons laten merken dat ze het niet met ons eens zijn;
en woorden waarmee zij vertellen over hun vriendjes en wat ze op school
hebben gedaan. Taal verbindt - met onszelf en met anderen. Verbinding
is nodig om samen grote uitdagingen aan te gaan. En hoe gemakkelijker
we ons kunnen uitdrukken, hoe groter ons zelfvertrouwen. Begint niet
alles bij zelfvertrouwen? Als we niet in onszelf geloven, is alles
lastig, daarover hebben volwassen laaggeletterden mij de ogen doen
openen.
U denkt vast, dit klinkt allemaal wel erg logisch. U heeft gelijk. En
dat is ook ten dele het probleem. We nemen leren lezen en schrijven nog
teveel voor lief, en dat is precies wat we moeten doorbreken.
Taalverwerving gaat niet vanzelf, laat staan te kunnen genieten van wat
taal voortbrengt. Elk jaar zijn er nog zo'n 40.000 leerlingen die als
ze 11 jaar zijn, lezen op het niveau van een kind van 8. Zo'n
achterstand is moeilijk in te lopen; daar kunnen de anderhalf miljoen
volwassenen laaggeletterden in Nederland over meepraten. We laten hier
grote kansen liggen.
Hoe kan dit, vraagt u zich misschien af. Belangrijker nog, hoe
voorkomen we dit? Want - op een enkele uitzondering na - kan ieder
kind goed technisch en begrijpend leren lezen. Wij volwassenen - als
ouder of grootouder, als peuterleidster, als leraar - wij hebben
hierin een grote verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid, maar
ook het voorrecht en de dankbare taak, om kinderen de noodzakelijke
basis voor het leven mee te geven.
Zij hebben die basisvaardigheden nodig om alles uit hun leven te kunnen
halen en optimaal mee te durven en kunnen doen in de samenleving. Het
Kinderboekenmuseum is een geweldige plek om kinderen onder te dompelen
in taal, meestal zonder dat ze daar zelf erg in hebben. Leren lezen,
schrijven en begrijpen van de taal is aan de ene kant gewichtig, want
het is bepalend hoe we ons uitdrukken en dus wie we zijn, hoe anderen
ons zien en wij ons met anderen verstaan. Maar uiteindelijk gaat het om
het plezier van taal. De uitdaging èn de kracht van Het
Kinderboekmuseum is om de balans hierin te vinden.
Alle deuren van deze bijzondere plek staan nu weer wijd open voor jong
en oud. Dé plek waar we jeugdliteratuur ontdekken en ons erdoor laten
inspireren. Dé plek waar ons literair erfgoed wordt bewaard, gedeeld en
getoond. Het archief is fenomemaal met kilometers documenten, miljoenen
brieven en knipsels, duizenden schilderijen en tekeningen,
tienduizenden foto's. Hier komen hoofd en hart dus samen. Wij leren de
anti-helden en helden kennen die schrijvers tot leven hebben geroepen.
Door oprecht nieuwsgierig te zijn naar hun werelden en gedachten, leren
we ons in te leven in een ander, eigen angsten te onderkennen en
blijdschap te voelen. Hoe meer we dat begrijpen, hoe meer we leren
`gewoon onszelf te zijn´. Dat is waar Kikker uiteindelijk ook achter
komt.
En daarmee zijn we gekomen waar ik begon, bij Max Velthuis en held
Kikker die gewoon en ongewoon Kikker is. Hij vindt dat hij boft. En
terecht. Want er is maar één Kikker. Het wordt tijd dat we hem digitaal
en multimediaal gaan opzoeken en onze eigen kikkerwereld creëen.
Dank voor uw aandacht en ik wens u vooral veel plezier bij de
Kikkertentoonstelling op deze stralende dag. Morgen begint de lente,
die al onze zintuigen prikkelt. Ik hoop dat velen ook buiten deze zaal
de schatten van het Letterkundigmuseum en de avonturen van het
Kinderboekenmuseum met alle zintuigen zullen beleven!
* © RVD