Algemene Rekenkamer

Zicht op overheidsstichtingen niet helder

Persbericht | 22-03-2011

Departementen hebben zelf geen sluitend overzicht van de stichtingen die ze hebben opgericht en over veranderingen in het veld. Ook zijn vaak gegevens over de financiële omvang niet voorhanden. Het aantal stichtingen neemt toe en er spelen grote publieke en financiële belangen. De Tweede Kamer kan geen overzicht houden als de informatie over overheidsstichtingen niet wordt aangereikt.

Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in de achtergrondstudie Zicht op overheidsstichtingen, die zij op 22 maart publiceert. Hierin is vooral gekeken naar hoe departementen hun betrokkenheid bij de stichtingen in de praktijk invullen.

Naleving regelgeving

In artikel 34 van de Comptabiliteitswet 2001 (CW 2001) is onder meer voorgeschreven dat een minister het voornemen voor oprichting van een overheidsstichting vooraf kenbaar moet maken aan de Staten-Generaal, vergezeld van een advies van de Algemene Rekenkamer. Een volledige lijst van overheidsstichtingen kon desgevraagd niet opgeleverd worden. Daarnaast geldt voor betrokkenheid van de rijksoverheid bij het oprichten van stichtingen het zogenoemde stichtingenkader. Daarin staat dat het Rijk slechts bij uitzondering betrokken moet zijn bij de oprichting van stichtingen. Wanneer toch een oprichting plaatsvindt moet het voornemen worden getoetst aan het stichtingenkader. Daarbij ligt het voortouw bij het Ministerie van Financiën. De Algemene Rekenkamer doet de suggestie om in de begrotingen van ministeries actuele overzichten op te nemen van stichtingen waarbij ze bij de oprichting zijn betrokken en pleit voor een digitale, publiek toegankelijke website. De Algemene Rekenkamer is er voorstander van om het stichtingenkader altijd toe te passen en de afwegingen expliciet aan de Staten-Generaal te melden.

Feiten en cijfers

Bij overheidsstichtingen is er sprake van publiek belang en is de Staat actief bij de oprichting betrokken. Uit de achtergrondstudie blijkt dat er eind 2008 275 overheidsstichtingen waren met zeer diverse taken, van Staatsloterij tot OV-fiets. Zij ontvangen inkomsten uit overheidsbijdragen, premies en tarieven. Daarvan zijn er 78 rechtspersoon met een wettelijke taak en/of zelfstandig bestuursorgaan. Voor dit type organisatie is vastgelegd dat de minister verantwoordelijk is voor het hele functioneren en presteren ervan. Voor de andere 197 stichtingen bestaan geen eenduidige regels voor de reikwijdte en invulling van de ministeriële verantwoordelijkheid en de informatievoorziening aan de Tweede Kamer. Deze verschillen per stichting. Naar de mening van de Algemene Rekenkamer zouden de ministers echter ook deze stichtingen in hun geheel moeten volgen om zeker te weten dat het publiek belang waarvoor ze zijn opgericht, niet in het gedrang komt. Naast financiële relaties zijn er dikwijls ook bestuurlijke relaties.
Van 148 overheidsstichtingen zijn geen gegevens over baten/lasten bekend. Van 127 overheidsstichtingen bedragen de totale baten EUR 6,4 miljard, de totale lasten EUR 6,0 miljard. Het veld is weinig stabiel, er worden veel stichtingen opgericht en er worden er ook veel opgeheven; vaak is opheffing het gevolg van een fusie.

Reactie minister en nawoord

De minister van Financiën acht het huidig kabinetsbeleid voldoende en vindt het proces bij de besluitvorming voorafgaand aan de oprichting van een stichting zorgvuldig en afgewogen. Hij is mét de Algemene Rekenkamer van mening dat het belangrijk is de oprichting van een stichting goed te motiveren. Hiervoor vraagt hij blijvende aandacht in het kabinet. Hij doet geen toezegging om de toetsing van de afwegingen in het stichtingenkader transparanter te maken en ziet evenmin aanleiding om het stichtingenkader aan te passen. Wel gaat het Ministerie van Financiën met de andere ministeries overleggen over het openbaar maken van een overzicht van door ministers medeopgerichte stichtingen waarmee tevens een bestuurlijke en/of subsidierelatie bestaat. De Algemene Rekenkamer benadrukt het belang van transparantie en wijst op haar handreikingen voor aanpassing van het stichtingenkader.