4. Antwoorden op de vragen n.a.v. overzichtsstudie alcoholgebruik bij
jongeren
Antwoorden op de vragen n.a.v. overzichtsstudie alcoholgebruik bij jongeren
Kamerstuk, 26 oktober 2009
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
VGP-CB-U-2940593
26 oktober 2009
Betreft Antwoorden op de vragen n.a.v. overzichtsstudie alcoholgebruik
bij jongeren
Geachte voorzitter,
Hierbij zend ik u, mede namens de Minister voor Jeugd en Gezin en de
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de antwoorden
op de vragen naar aanleiding van de overzichtsstudie over de
schadelijkheid van alcoholgebruik in de leeftijdsgroep 16-18 jaar.
Hoogachtend,
de Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
dr. A. Klink
1 Hoeveel mensen houden zich nu bij de Voedsel en Waren Autoriteit
(VWA) bezig met de controle van de leeftijdsgrens voor alcoholverkoop
onder de 16 jaar?
1 Er houden zich momenteel 125 mensen onder andere bezig met de
controle op de leeftijdsgrens voor alcoholverkoop onder de 16 jaar.
2 Klopt het dat er minder handhavers werkzaam zijn dan mogelijk is bij
de controle van de leeftijdsgrens voor alcoholverkoop omdat er sprake
is van onvervulde vacatures? Hoeveel handhavers zijn er werkelijk die
zich met deze controle bezighouden?
2 Op 1 juli 2009 stonden er bij de VWA voor wat betreft de handhaving
van leeftijdsgrenzen nog 15,4 fte aan vacatures open. Deze zullen zo
spoedig mogelijk worden opgevuld. Zie verder het antwoord op vraag 1.
3 Wat zijn de resultaten tot nu toe met betrekking tot de overdracht
in het kader van de pilot Toezicht Drank- en Horecawet?
3 Begin 2008 is de Pilot Decentralisatie Toezicht Drank- en Horecawet
van start gegaan. De resultaten zullen eind 2009 bekend worden, als de
eindevaluatie gereed is. Uit een onlangs gehouden tussentijdse
evaluatie blijkt echter wel al dat de gemeenten goed bezig zijn. Zo
blijkt dat de meeste gemeenten beter inzicht hebben gekregen in de
lokale problematiek van jeugd en alcohol. Daarnaast is het
toezichtbeleid van de gemeenten beter ingespeeld op de lokale situatie
dan het toezicht van de VWA, de gemeentelijke toezichthouders hebben
beter zicht op de lokale `hotspots' waar veel jeugd komt.
De gemeenten geven verder aan dat zij het toezicht een nuttig extra
instrument vinden bij de invulling van het integrale alcoholbeleid.
4 Gezien het feit dat de ontwikkeling van de hersenen niet stopt bij
de leeftijd van 16 jaar en alcoholgebruik negatieve
ontwikkelingseffecten heeft op de hersenen, vindt de minister het dan
niet wenselijk om de leeftijd waarop legaal alcohol gekocht kan worden
te verhogen naar
18 jaar? Zo nee, waarom niet?
4 In de Hoofdlijnenbrief Alcoholbeleid van 20 november 2007 kwam het
kabinet met het voorstel gemeenten de bevoegdheid te geven om de
leeftijdsgrens op lokaal niveau te verhogen naar 18 jaar. Uw Kamer nam
toen echter de motie Bouwmeester aan die de regering verzocht de
leeftijdsnorm op 16 jaar te houden. De Kamer nam tegelijkertijd echter
ook de motie Joldersma/Voordewind aan waarin de regering werd verzocht
een klein aantal gemeenten die dat wil, in aanmerking te laten komen
voor een experiment met onder andere leeftijdsgrenzen. Per brief van
29 februari 2008 heeft het kabinet aangegeven uitvoering te geven aan
de motie Joldersma / Voordewind door middel van de introductie van een
experimenteerartikel in de Drank- en Horecawet. Het wetsvoorstel dat
die experimenten mogelijk maakt is recent naar Uw Kamer gestuurd.
5 Wat gaat de minister doen om jongeren tussen de 16 en 18 jaar te
weerhouden om alcohol te drinken?
5 Sinds 2006 voert de overheid de campagne `Voorkom alcoholschade bij
uw opgroeiende kind'. Deze campagne is primair gericht op ouders van
kinderen onder de 16 jaar, maar ook ouders van jongeren boven de
16 jaar worden door de campagne bereikt. Daarnaast is er nog een
campagne specifiek gericht op jongeren waarin aandacht besteed wordt
aan de risico's van drankgebruik voor jongeren.
6 Hoeveel geld geeft de overheid uit aan alcoholvoorlichting?
6 De rijksoverheid financiert de volgende projecten gericht op
alcoholvoorlichting:
EUR 1,5 mln aan het project Alcohol & Opvoeding
EUR 0,7 mln aan de campagne `Drank maakt meer kapot dan je lief is'
EUR 0,5 mln aan het project de Gezonde school en genotmiddelen
Daarnaast ontvangen gemeenten en GGD-en budget voor voorlichting over
alcohol en drugs op lokaal niveau.
7 Hoeveel geeft de alcoholbranche uit aan reclame?
7 Momenteel wordt er door de alcoholbranche om en nabij de EUR 100
miljoen uitgegeven aan reclame. Hierbij wordt uitgegaan van de
volgende verdeling.
- Tv-reclame 60 mln
- Radioreclame 2,5 mln
- Tijdschriftenreclame 7,3 mln
- Krantenadvertenties 2,8 mln
- Outdoor reclame 6,4 mln
- Bioscoopreclame 5 mln
Hoeveel geld er in sportsponsoring wordt gestoken, is niet bekend. De
alcoholbranche wil deze cijfers niet vrijgeven.
8 Is de minister bereid om alcoholreclame gericht op jongeren te
verbieden? Zo nee, waarom niet?
8 Op dit moment is er voor een andere maatregel gekozen. Per
1 januari 2009 is door het kabinet een verbod op alcoholreclame tussen
06.00 - 21.00 uur ingevoerd.
9 Hoeveel ziekenhuizen in Nederland hebben nu een alcoholpoli en waar
bevinden deze zich?
9 Er zijn vijf ziekenhuizen die een alcoholpoli hebben, hetgeen
betekent dat zij - vergeleken met andere ziekenhuizen - uitgebreidere
nazorg bieden aan jonge patiënten die opgenomen zijn geweest met een
alcoholvergiftiging. Het gaat om ziekenhuizen in Delft, Eindhoven
(twee deelnemende ziekenhuizen), Hoorn en Leeuwarden.
10 Bent u bereid om ervoor te zorgen dat er meer voorlichting komt
voor jongeren over de risico's van alcoholgebruik? Zo ja, hoe gaat u
dit regelen? Zo nee, waarom niet?
10 Momenteel zijn er twee voorlichtingscampagnes. Een campagne gericht
op ouders en een campagne gericht op jongeren. Op beide doelgroepen
wordt elk jaar goed en duidelijk ingezet. De plicht van de overheid is
de ouders en hun kinderen voor te lichten over het gebruik van
alcohol. Met deze campagnes wordt hier naar onze mening in voldoende
mate aan voldaan.
11 Is de inzet van voorlichting aan jongeren over de risico's van
alcoholgebruik voornamelijk gericht op voorlichting op scholen of
enkel via publiekscampagnes?
11 Deze voorlichting is gericht op de gehele omgeving van de jongeren.
Dat is op school via het programma `De gezonde school en
genotmiddelen' en thuis en in de wijk via de campagnes gericht op
ouders en op jongeren zelf.
12 Bent u van mening, gelet op de grote risico's van vroegtijdig
alcoholgebruik, dat de verkoop van zoethoudende alcoholische dranken
in supermarkten verboden moet worden? Zo nee, waarom niet?
12 In de Hoofdlijnenbrief alcoholbeleid van 20 november 2007 is
opgenomen dat het kabinet drempels wil opwerpen tegen zoete
alcoholhoudende dranken, bijvoorbeeld door de verkoop van dergelijke
drankjes in de supermarkt te verbieden. Deze beleidsoptie is in
opdracht van de Minister voor Jeugd en Gezin geanalyseerd door Ernst &
Young. De uitkomst van het rapport was dat de opstellers ervan uitgaan
dat de beperking van de verkoop van zoete (mix)drankjes tot de
slijterij op dit moment de evenredigheidstoets die artikel 28 van het
EG-verdrag vereist, niet zal doorstaan. Daarom ligt een verdere
uitwerking van deze maatregel niet voor de hand.
13 Bent u bereid te onderzoeken wat het effect op het alcoholgebruik
onder jongeren zou zijn als de zoethoudende alcoholische dranken uit
de supermarkt gehaald zouden worden? Zo nee, waarom niet?
13 Uit het antwoord op vraag 12 wordt duidelijk dat het
Europeesrechtelijk niet mogelijk is zoete alcoholhoudende dranken uit
de supermarkt te halen. Het heeft derhalve ook geen zin het effect van
een dergelijke maatregel thans verder te onderzoeken.
14 Bent u bereid om, zoals ook directeur Van Dalen van de Stichting
Alcoholpreventie (STAP) bepleit, een wettelijke minimumprijs voor
alcohol vast te stellen? Zo nee, waarom niet?
14 Er bestaan twijfels of het Europees gezien mogelijk is wettelijke
minimumprijzen te introduceren. Desalniettemin heeft het Schotse
parlement vergevorderde plannen om zo'n basisprijs te introduceren.
De situatie in Schotland is evenwel niet te vergelijken met die van de
EU-lidstaten: het Parlement in Edinburgh mag immers zelf geen
accijnzen vaststellen, dat is een bevoegdheid van de regering in
Londen.
15 Hoeveel reclames van alcoholfabrikanten zijn door de
Reclamecodecommissie de afgelopen twee jaar afgekeurd? Wat was de
reden daarvan?
15 De Reclamecodecommissie doet een uitspraak op basis van ingediende
klachten. Uit informatie van STAP blijkt dat de Reclamecodecommissie
in 2007 56 reclame uitingen geheel of gedeeltelijk in strijd heeft
verklaard met de Reclamecode voor Alcoholhoudende Drank. In 2008 zijn
22 klachten geheel of gedeeltelijk gegrond verklaard.
De voornaamste reden voor de Reclamecodecommissie om een klacht
gegrond te verklaren is een concrete overtreding van de `Reclamecode
voor Alcoholhoudende Drank", zoals bijvoorbeeld wanneer er met meer
dan 50% korting op alcoholhoudende drank wordt geadverteerd, of als er
in een reclame uiting onterechte gezondheidsclaims worden gedaan.
16 Wat is het oordeel van het kabinet over zelfregulering? Kan er geen
scherper wettelijk verbod komen?
16 De meeste vormen van alcoholpromotie worden via zelfregulering
beperkt. Het kabinet hecht veel belang aan zelfregulering, mede gelet
op de langs die weg reeds bereikte beperkingen van reclame. Mede tegen
die achtergrond is het kabinet niet voornemens thans over te gaan tot
het instellen van een reclamebesluit. Wel zal het kabinet actief
blijven volgen of de Reclamecode voor Alcoholhoudende Drank wordt
nageleefd en zal tevens in het overleg met betrokken partijen het
belang van verruiming van de code worden uitgedragen.
17 Wat is de reactie van het kabinet op het rapport van STAP dat veel
jongeren ook na 21.00 uur nog in aanraking komen met alcoholreclames
op de televisie (43% van de jongeren tussen de 12 en 17 jaar komt
tussen 21.00 en 22.00 uur in aanraking met alcoholreclame, tussen
21.00 en 23.00 uur wordt nog 14%-23% van de 6-11 jarigen bereikt)? Is
een reclameverbod tot 23.00 uur dan niet beter gezien het aangetoonde
verband tussen alcoholreclame en het aanzetten tot drinken?
17 Met het alcoholreclameverbod tot 21.00 uur wordt aangesloten bij
zeven andere Europese lidstaten die een tijdslot voor alcoholreclame
tot 21.00 of 21.30 uur kennen. Daarom is in eerste instantie voor dit
tijdstip gekozen. Deze maatregel is per 1 januari 2009 ingegaan en
wordt jaarlijks gemonitord.
18 Waarom is de aangenomen motie Van der Vlies c.s. (27 565, nr. 16)
om de stuntprijzen en happy hours te verbieden nog steeds niet
uitgevoerd?
18 Deze motie wordt uitgevoerd door in de wijziging van de Drank- en
Horecawet op te nemen dat gemeenten bevoegd worden - op basis van
eigen afwegingen - de toepassing van prijsacties, in de vorm van happy
hours of stuntprijzen, bij verordening te regelen.
19 Een van de problemen bij alcohol is dat er vooral bij ouders gebrek
is aan kennis over de schade van alcohol op de jonge hersenen. Op
welke wijze vindt voorlichting aan ouders plaats? Kan dat verstevigd
worden?
19 Sinds 2006 voert de overheid de campagne `Voorkom alcoholschade bij
uw opgroeiende kind'. Deze campagne is gericht op ouders en verzorgers
van opgroeiende kinderen. Er wordt vooral voorlichting gegeven over
wat alcoholschade is en wat het met je kind doet. Met deze campagne
wordt een zo breed mogelijke doelgroep aan opvoeders bereikt.
Daarnaast verschijnt eind dit jaar een handreiking van het Trimbos-
instituut voor ouders over alcoholgebruik in buurt- en huiskamerketen.
Hierin wordt ook ingegaan op de schadelijke gevolgen van
alcoholgebruik op de gezondheid van jongeren.
20 Is het kabinet bereid te onderzoeken of er een waarschuwingstekst
op alcoholflesjes kan komen te staan?
20 Het kabinet heeft dit recent onderzocht. De betreffende brief is op
20 augustus jl. aan uw Kamer verzonden.
21 Sinds 1992 zijn vooral meisjes steviger gaan drinken. Welke
specifieke maatregelen ziet het kabinet hier?
21 Uit het rapport Jeugd en Riskant gedrag uit 2007 blijkt dat meisjes
ten opzichte van 1992 meer zijn gaan drinken. Over deze periode is
echter wel sprake geweest van kleine fluctuaties, zo is het aantal
meisjes dat ooit alcohol heeft gedronken in 2007 juist weer gedaald
ten opzichte van 2003.
Daarnaast is er ook geen stijging van het aantal drinkende meisjes ten
opzichte van het aantal drinkende jongens geconstateerd en drinken
jongens nog altijd meer dan meisjes.
Gezien bovenstaande constateringen zien wij geen noodzaak voor
specifieke maatregelen gericht op meisjes.
22 In hoeverre vindt er bij de alcoholpoli's nazorg plaats? In
hoeverre is de hulpverlening en verslavingszorg toegerust op de groep
adolescenten?
22 In de vijf ziekenhuizen met zogenaamde alcoholpoli's vindt
uitgebreide nazorg plaats. Die bestaat uit onderzoeken en gesprekken
met de jonge patiënt en zijn ouders. In de verslavingszorg worden
momenteel
300 behandelplaatsen voor jongeren met verslavingsproblemen
gerealiseerd. Indien nodig kunnen jongeren met verslavingsproblemen
daar terecht.
23 Wanneer kan de Kamer het onderzoek verwachten naar de mogelijkheden
om te komen tot een duidelijk zichtbaar label waarin wordt gewezen op
de schadelijke effecten van (overmatig) alcoholgebruik, zoals de motie
Voordewind/Leijten (27 565, nr. 56) verzocht?
23 De betreffende brief is op 20 augustus jl. aan uw Kamer verzonden.
24 Welke nieuwe feiten en inzichten heeft de Minister na het lezen van
dit rapport?
24 Dit rapport laat zien dat er aanwijzingen bestaan voor het feit dat
alcohol schade kan berokkenen aan het zich ontwikkelende brein, ook in
de leeftijdsperiode van zestien tot achttien jaar. Nog geen enkele
studie kan precies aangeven bij welke hoeveelheid alcohol op welke
leeftijd schade of andere negatieve effecten optreden, maar onderzoek
laat wel duidelijk zien dat vooral op jonge leeftijd, voorzichtigheid
met het gebruik van alcohol geboden is.
Deze conclusie ondersteunt onze aanpak om ouders en jongeren via
campagnes te wijzen op de schadelijkheid van alcohol voor jongeren,
bijvoorbeeld via de campagne `voorkom alcoholschade bij uw opgroeiende
kind'.
25 Waarom geven ook wetenschappers steeds aan dat de leeftijdsgrens
voor alcohol van 16 naar 18 jaar zou moeten terwijl het op basis van
het huidige wetenschappelijk onderzoek niet mogelijk is om de effecten
te preciseren voor de relatieve korte tijdsspanne tussen 16 en 18
jaar?
25 Het is inderdaad niet mogelijk effecten te preciseren voor deze
periode. Wel is duidelijk dat de hersenen op het 18e levensjaar nog
niet volledig tot ontwikkeling zijn gekomen en dat alcohol schade kan
berokkenen aan de zich ontwikkelende hersenen. In de conclusie van dit
rapport stellen de wetenschappers van het Trimbos-instituut daarom
dat: "ieder jaar uitstel van alcoholgebruik is winst in fysieke,
cognitieve en gedragsmatige zin."
26 Aan welke leeftijd wordt het einde van de adolescentie gekoppeld,
wanneer impuls en controle weer in balans zouden zijn?
26 Casey et al. baseren hun veronderstelling op verschillende
onderzoeken en noemen hierbij zelf geen leeftijdsgrens. Volgens hun
model is impuls en controle in balans wanneer de prefrontale cortex
volledig tot rijping is gekomen. Er is (nog) geen eenduidig antwoord
op de vraag wanneer dit exact is. Volgens bijvoorbeeld Evelien Crone
(auteur van "Het puberende brein") kunnen ontwikkelingen in het
rationele brein (controlefuncties) doorgaan tot ongeveer het 23ste
levensjaar. In de literatuur wordt vaak gesproken over de late
adolescentie en dan gaat het om jongeren van
19-22 jaar. Daarbij dient opgemerkt te worden dat er duidelijke
individuele verschillen zijn in de snelheid van dit proces en dat
hersenontwikkelingen niet bij iedereen even snel verlopen.
27 In hoeverre zijn onderzoeksresultaten onder ratten te vertalen naar
mensen en meer specifiek resultaten bij adolescente ratten naar
adolescenten?
27 In het rapport van Verdurmen en anderen uit 2006 wordt het volgende
gesteld: "Het is niet met zekerheid te zeggen in hoeverre de
bevindingen uit dierexperimenteel onderzoek van toepassing zijn op de
mens, maar de verwachting is dat dit wel het geval is, aangezien de
(werking van) hersenstructuren en neurotransmitters van ratten
(grotendeels) overeenkomen met die van mens."
Wanneer uit dieronderzoek blijkt dat alcoholgebruik gerelateerd is aan
hersenschade, dan biedt dit volgens de onderzoekers van het
Trimbos-instituut voldoende reden om aan te nemen dat dit bij de mens
ook het geval kan zijn. Dit is echter niet met 100% zekerheid op basis
van dierexperimenteel onderzoek te zeggen.
Het exact vertalen van de leeftijd van een rat naar mensen is
ingewikkeld, ook omdat de adolescentie bij ratten een aantal weken
duurt en bij mensen meerdere jaren.
28 Hoe is uit het onderzoek van Arts af te leiden dat pieken in de
alcoholconsumptie schadelijker zijn dan een geleidelijker
consumptiepatroon en wat wordt dan precies bedoeld met een
`geleidelijk' consumptiepatroon?
28 Het onderzoek van Arts dient volgens de onderzoekers van het
Trimbos-instituut als illustratie om aan te geven wat er op celniveau
in de hersenen gebeurt wanneer er hoge concentraties alcohol genuttigd
worden. Het onderzoek impliceert dat het mechanisme, zoals beschreven
door Arts, in werking treedt wanneer er na een periode van fors
alcoholgebruik, plotseling met gebruik gestopt wordt. Een meer
geleidelijk consumptiepatroon is dan een patroon waarin geen sprake is
van hoge pieken in alcoholgebruik, gevolgd door een periode van weinig
tot geen alcoholconsumptie. Het gaat hierbij dus om een patroon van
gematigd alcoholgebruik, dit in tegenstelling tot een patroon van
bingedrinken.
29 Zijn er in Nederland longitudinale onderzoeken naar alcoholgebruik
en alcoholschade die recent zijn afgerond of momenteel nog in
uitvoering zijn?
29 Binnen het TRAILS project, een omvangrijk longitudinaal onderzoek
naar oorzaken en gevolgen van lichamelijke en geestelijke gezondheid
van kindertijd tot volwassenheid, wordt specifiek onderzoek verricht
naar de invloed van alcoholgebruik op het cognitief functioneren. Dit
onderzoek wordt verricht bij een cohort van ruim 2000 10- en
11-jarigen, dat in 2001 van start is gegaan. Op die leeftijd is hun
cognitief functioneren onderzocht, er zijn tweejaarlijkse gegevens
over hun alcoholgebruik en op dit moment, op 18- en 19-jarige
leeftijd, wordt hun cognitief functioneren opnieuw onderzocht.
Verdere, vergelijkbare, onderzoeken zijn bij ons niet bekend.
30 Welke terughoudendheid wordt bedoeld bij het generaliseren van
conclusies uit studies met adolescenten die extreem drinken en waarom
wordt hier een link met alcoholafhankelijkheid gelegd?
30 In vijf van de zeven studies weergegeven in tabel 1 van het rapport
(blz. 13) werden adolescenten onderzocht die voldeden aan de
DSM-criteria voor alcoholafhankelijkheid en/of een residentiële
behandeling volgden in een verslavingskliniek. In de overige twee
studies werden jongeren onderzocht die 21 (voor mannen) of 14 (voor
vrouwen) alcoholhoudende consumpties per week nuttigden of hoger dan
het
66e percentiel scoorden op een vragenlijst over hun alcoholgebruik.
Dit patroon van alcoholgebruik wijkt duidelijk af van dat van de
gemiddelde Nederlandse jongere, waardoor volgens de onderzoekers van
het Trimbos-instituut voorzichtigheid moet worden betracht in het
generaliseren van de conclusies van deze studies naar de situatie van
de gemiddelde adolescent.
31 Wat wordt bedoeld met `deze resultaten suggereren dat er een afname
van risico is tussen het achttiende en negentiende levensjaar'?
31 Uit het onderzoek van Winters en Lee bleek dat bij jongeren van
ongeveer 12-18 jaar die net waren begonnen met het drinken van
alcohol, de kans groter is op het ontwikkelen van
alcoholafhankelijkheid. Bij jongeren van 19 jaar bleek deze verhoogde
kans niet aanwezig, wat een afname van het risico op het ontwikkelen
van alcoholafhankelijkheid suggereert voorafgaande aan het negentiende
levensjaar. Omdat dit gebaseerd is op één studie, kunnen de
wetenschappers van het Trimbos-instituut echter nog geen definitieve
conclusies trekken, vandaar het woord 'suggereert'.
32 Waaruit blijkt dat er sprake zou zijn van een oorzakelijk verband
tussen vroeg alcoholgebruik en latere alcoholproblematiek in plaats
van een correlatie die verklaard kan worden uit andere factoren?
32 Aanwijzingen voor een oorzakelijk verband tussen vroeg
alcoholgebruik en latere alcoholproblematiek komen volgens de
onderzoekers van het Trimbos-instituut vooral uit een onderzoek van
Hawkins (1997). In deze longitudinale studie werd de relatie
onderzocht tussen een groot aantal risicofactoren en later
problematisch alcoholgebruik. Van de vele risicofactoren (waaronder
beginleeftijd, drinkgedrag ouders, opvoedingsgedrag ouders,
drinkgedrag peers en verbondenheid met school) liet alleen
beginleeftijd een longitudinaal verband zien met problematisch
alcoholgebruik een aantal jaren later. Dit onderzoek ondersteunt het
idee dat een vroege beginleeftijd de kans op later problematisch
alcoholgebruik bevordert.
33 Betekent beginleeftijd de leeftijd waarop het eerste glas werd
gedronken of is beginleeftijd de leeftijd waarop men met enige
regelmaat alcoholconsumpties tot zich neemt?
33 In het onderzoek dat in het rapport aangehaald wordt, is
beginleeftijd gebruikt als een construct van drie maten: op 11-jarige
leeftijd de vraag of de respondent wel eens alcohol heeft gedronken en
op 17-jarige leeftijd de vraag hoe oud de respondent was toen hij/zij
voor het eerst meer dan twee slokjes alcohol dronk en hoe oud hij/zij
was toen hij/zij voor het eerst regelmatig dronk (minstens één tot
twee keer per maand). Beginleeftijd is hier dus een verzamelterm voor
leeftijd van een eerste slokje en beginleeftijd van regelmatig
drinken.
34 Welke patronen van alcoholgebruik zijn te onderscheiden?
34 In het onderzoek van Wells, wat in het rapport aangehaald wordt,
worden vier klassen drinkers onderscheiden, waarbij klasse 1 de
afgelopen drie maanden geen alcohol gedronken had en klasse 4 tekenen
van alcoholmisbruik vertoonde, klasse 2 en 3 zaten hier tussenin. De
klassen werden onderscheiden door hun scores op frequentie van
alcoholconsumptie gedurende de afgelopen drie maanden, gemiddelde
hoeveelheid alcoholconsumptie per gelegenheid gedurende het afgelopen
jaar, grootste alcoholconsumptie tijdens één gelegenheid tijdens de
afgelopen drie maanden en het aantal alcoholgerelateerde problemen
gedurende het afgelopen jaar.
35 Wat bedoelen Verdurmen e.a. met `de context waarin gedronken wordt'
en in hoeverre wordt momenteel in de alcoholpreventie rekening
gehouden met die context?
35 Verdurmen e.a. stellen dat bijvoorbeeld het drinken in een publieke
context gerelateerd is aan een verhoogd risico op alcoholgerelateerde
agressie. Met `publieke context' bedoelt Verdurmen enerzijds
situationele factoren die de kans op agressie bij alcoholgebruik
kunnen verhogen, zoals provocatie of sociale druk, en anderzijds
factoren die de kans op agressie verminderen, zoals het communiceren
van niet-agressieve bedoelingen, communiceren van een niet-agressieve
norm en er voor zorgen dat de persoon zich bewust wordt van zichzelf
en zijn gedrag.
Voor zover ons bekend wordt er bij de preventie van uitgaansgeweld wel
aandacht besteed aan het optimaliseren van deze publieke context, dus
aan het vermijden van agressiebevorderende factoren en het gebruik van
agressieremmende methodieken.
36 Welke mogelijke voordelen kunnen op basis van dit onderzoek worden
verwacht/verondersteld wanneer de leeftijdsgrens voor alcohol wordt
verhoogd van 16 naar 18 jaar?
36 Volgens onderzoekers van het Trimbos-instituut zal een dergelijke
maatregel kunnen bijdragen aan het terugdringen van alcoholgebruik van
jongeren in de leeftijd tot 18 jaar. Vervolgens mag, volgens de
onderzoekers, op basis van dit rapport verwacht worden dat
vermindering van het alcoholgebruik van jongeren tot 18 jaar tot
gevolg zal hebben dat het risico op het ontstaan van structurele en
functionele beschadigingen of achterstanden in de hersenen van
jongeren, en daarmee in het cognitieve functioneren van jongeren, af
zal nemen.
Hierbij wordt door de onderzoekers wel opgemerkt dat uit ander
onderzoek is gebleken dat controle van de handhaving van de norm
essentieel is voor de naleving ervan. Wettelijke bepalingen en
begrenzingen zijn overigens niet altijd effectiever dan andere
beleidsinstrumenten.
37 Zijn er grote verschillen in nadelige of voordelige effecten te
verwachten tussen enerzijds `geen alcoholgebruik' onder de 18 of
`voorzichtig alcoholgebruik tussen 16 en 18' of geven de
onderzoeksresultaten daar te weinig inzicht in?
37 Er zijn op dit moment geen onderzoeken bekend naar verschillen
tussen effecten van alcoholgebruik bij matige drinkers enerzijds en
niet-drinkers anderzijds. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag
30, richt het beschikbare onderzoek zich op zware drinkers en jongeren
met alcoholafhankelijkheid. Huidige onderzoeksresultaten bieden dus te
weinig inzicht om deze vraag te kunnen beantwoorden.
38 Welk aanvullend (longitudinaal) onderzoek naar de schadelijke
effecten van alcoholgebruik is aan te bevelen?
38 Op dit moment is er geen longitudinaal onderzoek naar de
schadelijke effecten van alcoholgebruik bij adolescenten beschikbaar.
Alle recente literatuur over dit onderwerp is voor dit rapport door de
onderzoekers opgezocht, beoordeeld en indien bruikbaar, verwerkt.
Zoals omschreven bij antwoord 29 wordt in het TRAILS-project onderzoek
gedaan naar de mogelijke schadelijke gevolgen van alcoholgebruik voor
het neurocognitieve functioneren van jongeren. Een beperking van dit
onderzoek is volgens de onderzoekers van het Trimbos-instituut echter
dat het om tweejaarlijkse metingen gaat, waardoor kleine veranderingen
in de gevolgen van alcoholgebruik voor neurocognitief functioneren
niet achterhaald kunnen worden. Om inzicht te krijgen in geleidelijke
veranderingen zou volgens de onderzoekers longitudinaal onderzoek met
kortere tijdsintervallen (bijvoorbeeld van een half jaar) noodzakelijk
zijn.
Daarnaast zou onderzoek met behulp van (f)MRI-scans meer inzicht
kunnen geven in de structurele en/of functionele veranderingen van de
hersenen bij jongeren die gematigd en veel drinken.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport