Brussel, 9 oktober 2009
14329/1/09 REV 1 (Presse 289)
P 115
(OR. en)
Verklaring van het voorzitterschap namens de Europese Unie
over de aanstaande executie van minderjarigen in Iran
De Europese Unie is ernstig bezorgd over de melding van de aanstaande executie van
Behnoud Shojaee en Safar Angoti, die beiden tot de doodstraf zijn veroordeeld voor
misdaden die zij gepleegd hebben toen zij nog minderjarig waren. De EU herinnert aan
haar recente contact met de regering van de Islamitische Republiek Iran over beide zaken,
alsmede aan haar verklaring van 8 september 2009.
De EU merkt voorts op dat de executie van Abbas Hosseini, die ook ter dood is
veroordeeld voor een misdaad die hij als minderjarige heeft begaan, en die op 5 oktober
zou plaatsvinden, is afgelast. De heer Hosseini loopt echter nog altijd het risico binnenkort
geëxecuteerd te worden.
De EU merkt op dat deze executies een rechtstreekse inbreuk zouden vormen op de
internationale verbintenissen van de Islamitische Republiek Iran, met name het
Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Verdrag inzake de
rechten van het kind, die beide uitdrukkelijk de terechtstelling verbieden van minderjarigen
of van mensen die veroordeeld zijn voor misdaden die zij hebben gepleegd toen zij
minderjarig waren.
De EU dringt er bij de Islamitische Republiek Iran op aan de doodstraffen voor de heer
Shojaee en de heer Angoti om te zetten in gevangenisstraffen, de doodstraf af te schaffen
voor misdaden begaan voor de leeftijd van achttien jaar en zijn wetgeving verder te
wijzigen en af te stemmen op de internationale mensenrechtenverdragen die Iran heeft
geratificeerd, waaronder het Verdrag inzake de rechten van het kind en het Internationaal
Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
De EU herhaalt het standpunt dat zij van oudsher huldigt, namelijk dat zij in alle
omstandigheden tegen de doodstraf is, en stelt nogmaals dat iedere gerechtelijke dwaling
in het geval van de doodstraf een onherstelbaar en onomkeerbaar verlies van een mensenleven
betekent. Het voorzitterschap blijft de Iraanse autoriteiten dringend verzoeken de
doodstraf volledig af te schaffen en, in afwachting daarvan, een moratorium op executies
in te stellen overeenkomstig de Resoluties 62/149 en 63/168 van de Algemene Vergadering
van de Verenigde Naties.
De kandidaat-lidstaten Turkije, Kroatië* en de Voormalige Joegoslavische Republiek
Macedonië*, de landen van het stabilisatie- en associatieproces en mogelijke kandidaatlidstaten
Albanië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro en Servië, en de EVA-landen
IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, die lid zijn van de Europese Economische Ruimte,
alsmede Oekraïne en de Republiek Moldavië, sluiten zich bij deze verklaring aan.
* Kroatië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië blijven
deelnemen aan het stabilisatie- en associatieproces.
Raad van de Europese Unie