Ministerie van Economische Zaken


Datum 23 februari 2009


Betreft Beantwoording kamervragen Van der Ham over Essent


Hierbij zend ik u de antwoorden op vragen van het lid Van der Ham (D66) over de
verkoop van Essent aan RWE van 3 februari 2009, met kenmerk 2009Z01704 /
2080911820.


1

Kunt u aangeven waarom er door de aandeelhouders van Essent voor is gekozen
om bij de verkoop van RWE aan Essent, de koopsom voor een deel uit een lening
van ongeveer ¤ 2,6 miljard van de aandeelhouders aan het netwerkbedrijf te
laten bestaan, waarover de aandeelhouders rente ontvangen?1


2

Waarom is er niet voor gekozen om dit bedrag in het netwerkbedrijf te laten zitten
en ten goede te laten komen van de klanten, bijvoorbeeld door het verlagen van
de tarieven? Hoe beoordeelt u deze constructie?

Antwoord 1 en 2

De precieze financiële vormgeving van de verkoop van RWE aan Essent is primair
een zaak van de bedrijven en de aandeelhouders. Essent heeft mij in hoofdlijn
hierover geïnformeerd. Uit informatie die ik van Essent heb gekregen, zou er
sprake zijn van een lening van Essent NV op het netwerkbedrijf van Essent.
Volgens Essent worden momenteel gesprekken gevoerd met aandeelhouders en
financiers over de wijze waarop bij splitsing en verkoop met deze lening zal
worden omgegaan. De precieze financiële constructie is mij op dit moment dus
niet bekend. Bij de beoordeling van het splitsingsplan van Essent zal ik niettemin
toetsen of er ­ vanuit het oogpunt van een onafhankelijke en financieel gezonde
netbeheerder - sprake is van een ongeoorloofde of onwenselijke constructies. De
beoordeling van het splitsingsproces van Essent is nog in volle gang en ik wil daar
niet op vooruit lopen.


3

Hoe schat u de risico's in van de handelsactiviteiten van Essent in Scandinavië en
Azie?2 Kunt u aangeven of Essent op haar handelsactiviteiten verlies heeft
geleden en/of door het uitbreiden van deze activiteiten naar andere landen de
risico's niet aanzienlijk worden vergroot?

Antwoord

De hoogte van het bedrijfsrisico is afhankelijk van de specifieke omstandigheden
van het bedrijf zoals onder meer de vermogenspositie, de financieringstructuur,
de gevoeligheid voor koersschommelingen en het de wijze waarop wordt
gehandeld. Ik ben niet op de hoogte van deze specifieke omstandigheden en kan
dan ook geen inschatting te maken van de hoogte van de risico's van individuele
productie- en leveringsbedrijven. Dit is ook niet mijn taak. Het productie- en
leveringsbedrijf van Essent is een commercieel bedrijf, dat opereert op een
dynamische markt. Het risicomanagement in een dergelijk bedrijf is primair de
verantwoordelijkheid van het management en de raad van commissarissen. Het
management heeft de taak om door middel van haar bedrijfsvoering te zorgen
voor een concurrerend en financieel gezond bedrijf. Het handelen in grondstoffen
is onderdeel van deze bedrijfsvoering.

Wat voor mij wel van belang is dat de risico's die hiermee gepaard gaan, geen
invloed kunnen hebben op het netwerkbedrijf. Dit is dan ook de reden geweest
om over te gaan tot de tot splitsing van de energiebedrijven. Door splitsing wordt
gewaarborgd dat de commerciële risico's van de productie- en leveringsbedrijven
nooit ten koste kunnen gaan van het netwerkbedrijf.


4

Is er een risico dat voordat de splitsing van de energiebedrijven is afgerond, de
energiebedrijven zodanige verliezen leiden dat het gevolgen heeft voor de
financiële positie van de netwerkbedrijven?

Antwoord

Tot het moment dat er daadwerkelijk wordt gesplitst, is er sprake van een
groepsstructuur, waarbinnen bepaalde banden blijven bestaan tussen de
holdingorganisatie en het netwerkbedrijf. Bedrijfsrisico's die voor splitsing worden
genomen, kunnen invloed hebben op de financiële gezondheid van de gehele
groep. Het is dan ook niet volledig uit te sluiten dat ook het netwerkbedrijf hier
invloed van ondervindt. Dit is een gevolg van de getrapte inwerkingtreding van de
Wet onafhankelijk netbeheer. Wel zijn al enkele bepalingen in werking getreden
die dit risico verkleinen. Ik wijs hierbij in het bijzonder op het Besluit financieel
beheer netbeheer. Dit besluit stelt eisen aan de financiële gezondheid van de
netwerkbedrijven. Hiermee wordt gewaarborgd dat netwerkbedrijven altijd over
voldoende financiële middelen beschikken om hun publieke taak naar behoren uit
te voeren. Dit betekent dat een eventuele verslechtering van de financiële positie
van een geïntegreerd energiebedrijf als gevolg van genomen bedrijfsrisico's, niet
of slechts in zeer beperkte mate kan worden doorgegeven aan het netwerkbedrijf
omdat dit bedrijf op het moment van splitsing aan financiële eisen moet voldoen.


5

Hoe beoordeelt u de huidige inrichting van het toezicht op het risicomanagement
van de energiebedrijven, waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in handen
van lagere overheden zijn?3

Antwoord

Zoals bekend, zijn de productie- en leveringsbedrijven na splitsing commerciële
bedrijven, waarvan het risicoprofiel per bedrijf kan verschillen. Deze bedrijven
hebben een normale corporate governance structuur. Binnen deze structuur ligt
de verantwoordelijkheid voor risicomanagement primair bij het management van
deze bedrijven. De raad van commissarissen houdt hier onder meer via de
auditcommissie toezicht op. De externe accountant schuift in de regel aan bij deze
commissievergaderingen. In lijn met de toepasselijke wettelijke bepalingen
rapporteert hij over zijn controlewerkzaamheden aan de raad van bestuur en aan
de raad van commissarissen en stelt daarbij die onderwerpen (zoals bijvoorbeeld
risicomanagement) met betrekking tot zijn controle aan de orde die hij onder de
aandacht van het bestuur wil brengen. Daarnaast is de
aandeelhoudersvergadering bevoegd om vragen te stellen over het
risicomanagement van de onderneming en het is uiteindelijk aan haar om de
jaarrekening al dan niet vast te stellen.

Het risicomanagement van een individuele onderneming is dus zaak van de
betrokken partijen van die onderneming. Wel wordt via wet- en regelgeving
gewaarborgd dat eindverbruikers niet worden benadeeld in het geval commerciële
risico's zouden leiden tot faillissement van een energiebedrijf. De Elektriciteitswet
1998 en de Gaswet omvatten regels ten behoeve van de bescherming van de
eindgebruiker in het geval van faillissement van een energiebedrijf. Deze regels
garanderen dat de levering aan kleinverbruikers altijd doorgaat, doordat bij
faillissement de levering wordt overgenomen door een ander bedrijf.


(w.g.) Maria J.A. van der Hoeven

Minister van Economische Zaken


1 www.fd.nl, 16 januari 2009": "Provincies laten deel Essent-geld in netwerk."
2 www.essent.nl, 12 december 2008: "Essent Trading breidt uit naar Scandinavie en Azie."


Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Jansen
(SP), ingezonden 21 januari 2009 (vraagnummer 2009Z00914/2080910310), het
lid Van der Ham (D66), ingezonden 29 januari 2009 (vraagnummer
2009Z01442/2080911040) en het lid Vendrik (GroenLinks) ingezonden 29 januari
2009 (vraagnummer 2009Z01444/2080911060)

3 www.fd.nl, 9 januari 2009: " Toezicht op handel van energiebedrijven is een blinde vlek"