Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL
Vergaderjaar 2008/09
31 790 Wijziging van onder meer de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet op het hoger onderwijs
en wetenschappelijk onderzoek in verband met de verhoging van het collegegeld en de
aanpassing van het aflossingssysteem studieschulden
Nr. xxx Tweede Nota van wijziging
Ontvangen
In het voorstel van wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A
Artikel I, onderdeel Ba, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt een nieuw tweede lid
ingevoegd, luidende:
2. In het zesde lid, onderdeel a, vervalt de zinsnede: vermeerderd met de ondernemersaftrek
die behaald is in het desbetreffende jaar,.
2. Na het derde lid (nieuw) wordt toegevoegd een vierde lid, luidende:
4. In het elfde lid wordt "met betrekking tot kalendermaanden na de datum van indiening van
deze aanvraag" vervangen door: indien dat verzoek is ingediend voor 1 juli van het
daaropvolgende kalenderjaar.
B
In artikel I, onderdeel E, wordt in artikel 6.7, eerste lid, "op grond van het derde lid"
vervangen door: op grond van het tweede lid.
C
In artikel I, onderdeel E, wordt artikel 6.14 als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt aan het slot van onderdeel a de punt vervangen door een
puntkomma.
2. In de eerste volzin van onderdeel b en onderdeel c van het eerste lid vervalt: wordt.
3. In het tweede lid wordt "de op grond van artikel 6.10 berekende draagkracht" vervangen
door: het op grond van artikel 6.10 berekende bedrag van de draagkracht.
D
In artikel I, onderdeel H, wordt in artikel 10a.3 "tot en met 6.8" vervangen door: tot en met
6.6, 6.8.
2
94
OCW 10
W1749.NVW2 1
E
In artikel I, onderdeel H, wordt na artikel 10a.3 een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 10a.3a. Aflosfase
De aflosfase beslaat behoudens toepassing van artikel 10a.4, derde lid, 15 kalenderjaren
volgend op de aanloopfase. Deze periode wordt verlengd indien artikel 10a.9, tweede lid, van
toepassing is.
F
In artikel I, onderdeel H, wordt in artikel 10a.4, vijfde lid, "regelen" vervangen door: regels.
G
In artikel I, onderdeel H, wordt artikel 10a.11 als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding "1" geplaatst.
2. Er wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:
2. Bij de toepassing van artikel 10a.8, tweede lid, wordt de draagkracht van de debiteur op
wie hoofdstuk 6 van toepassing is, aangewend, voor zover het bedrag van de draagkracht
groter is dan de vastgestelde termijn, bedoeld in artikel 6.9, tweede lid.
Toelichting
I. Algemeen
Deze nota van wijziging omvat een aantal wijzigingen van technische aard.
II. Onderdelen
A
Met dit onderdeel worden twee wijzigingen in artikel 3.17 aangebracht: het schrappen van de
"ondernemersaftrek" uit het zesde lid en het aanpassen van het elfde lid om het stopzetten
van studiefinanciering beter in lijn te brengen met de huidige praktijk.
De wijziging van het zesde lid volgt uit de aanpassingen die de Wet studiefinanciering 2000
(WSF 2000) per 1 januari 2008 heeft ondergaan naar aanleiding van de Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen (AWIR). Hierbij werd het verzamelinkomen uitgangspunt
voor het toetsingsinkomen. Omdat de ondernemersaftrek slechts een rol speelt in het traject
tussen verzamelinkomen en netto-inkomen, hoeft het vanaf 2008 dus niet meer in de WSF
2000 voor te komen. Destijds is hiertoe het tweede lid van artikel 3.17 vervallen (daarin werd
onder andere de belastbare winst verhoogd met de ondernemersaftrek) en is het vervangen
door het verzamelinkomen uit de AWIR (waar de belastbare winst een onderdeel van is; let
wel: zonder verhoging met de ondernemersaftrek). In het zesde lid van artikel 3.17 is echter
ten onrechte de zinsnede "vermeerderd met ondernemersaftrek die behaald is in het
desbetreffende jaar " blijven staan. Dit wordt nu hersteld.
Met de wijziging van het elfde lid wordt de regelgeving in overeenstemming gebracht met de
uitvoeringspraktijk: om een vordering wegens overschrijding van de bijverdiengrens te
2 voorkomen, kan studiefinanciering met terugwerkende kracht worden stopgezet, mits het
94
OCW 10
W1749.NVW2 2
gaat om een periode die begint bij de aanvang van het kalenderjaar of die eindigt bij het
einde van het kalenderjaar én de aanvraag daartoe voor 1 juli van het daaropvolgende
kalenderjaar is ingediend.
B
In artikel 6.7 werd verwezen naar het verkeerde artikellid. Dit wordt nu aangepast.
C
Het betreft voornamelijk redactionele wijzigingen: in onderdeel a van het eerste lid van
artikel 6.14 stond een punt waar een puntkomma moest staan en stond in zowel onderdeel b
als onderdeel c het woord "wordt" te veel. In het tweede lid is aan "draagkracht" de woorden
"het bedrag van de" toegevoegd, om aan te geven dat het niet om een jaarbedrag, maar om
een maandbedrag gaat.
D en E
Uit nadere bestudering bleek dat het tweede en derde lid van artikel 6.7 ten onrechte van
overeenkomstige toepassing zijn verklaard op hoofdstuk 10a: de zogenoemde "jokerjaren"
gelden niet voor debiteuren die onder dat hoofdstuk vallen. Voor hen geldt wel nog de
mogelijkheid om, op aanvraag, het partnerinkomen niet mee te tellen bij de berekening van
de draagkracht. In dat geval wordt de aflosfase verlengd. Door een nieuw artikel 10a.3a toe
te voegen is dat nu ook (opnieuw) geregeld.
F
Deze wijziging betreft een taalkundige aanpassing.
G
Vergeten te regelen was dat, in het geval er twee debiteuren zijn, waarvan de ene onder
hoofdstuk 6 en de andere op grond van hoofdstuk 10a moet afbetalen, na berekening van de
draagkracht en daarmee de hoogte van de afbetalingstermijn van de afzonderlijke partners,
de resterende draagkracht van de partner waarop hoofdstuk 6 van toepassing is, wordt
aangewend voor de schuld, opgebouwd op grond van hoofdstuk 10a. Er wordt slechts
gesproken over de draagkracht groter dan de vastgestelde termijn, bedoeld in artikel 6.9,
tweede lid, omdat er, in het geval de hoofdstuk 6-partner in plaats van de vastgestelde
termijn de voor hem bepaalde draagkracht betaalt, er geen sprake kan zijn van resterende
draagkracht.
Deze nota van wijziging onderteken ik mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit.
De Minister van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap,
2 dr. Ronald H.A. Plasterk
94
OCW 10
W1749.NVW2 3