4. Antwoorden op kamervragen van Van Gerven en Gesthuizen over de
kwaliteit en vergoeding van personenalarmering bij digitale
telefonie
Antwoorden op kamervragen van Van Gerven en Gesthuizen over de kwaliteit en
vergoeding van personenalarmering bij digitale telefonie
Kamerstuk, 5 januari 2009
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
DZ-K-U-2887206
5 januari 2009
Antwoorden van minister Klink, mede namens de staatssecretaris van VWS
en de staatssecretaris van Economische zaken, op de vragen van de
Kamerleden Van Gerven en Gesthuizen (SP) over de kwaliteit en
vergoeding van personenalarmering bij digitale telefonie
(2008Z04489/2080903010).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het niet vergoeden van geïndiceerde
personenalarmering door zorgverzekeraars wanneer ouderen of
gehandicapten een digitaal telefoonabonnement hebben? 1)
Vraag 2
Vindt u dat zorgverzekeraars ook bij een digitaal telefoonabonnement
tot vergoeding moeten overgaan? Past dit niet binnen de zorgaanspraken
van de Zorgverzekeringswet? Zo ja, wilt u dan bevorderen dat de
zorgverzekeraars de wet adequaat uitvoeren en mensen krijgen waar ze
recht op hebben? Zo neen, waarom niet?
Antwoord op de vragen 1 en 2
Hulpmiddelenzorg omvat de bij ministeriële regeling aangewezen,
functionerende hulpmiddelen. De kosten van normaal gebruik van
hulpmiddelen komen voor rekening van de verzekerde. De kosten van een
analoge telefoonlijn, die nodig is voor het functioneren van
personenalarmering, komen dan ook in beginsel voor rekening van de
verzekerde.
In de situatie echter dat een verzekerde uitsluitend beschikt over een
digitale telefoonlijn kan hij geen gebruik maken van de
personenalarmering zoals deze tot nu toe op de markt beschikbaar is.
Bij de huidige generatie alarmeringsapparatuur kan - anders dan bij
`traditionele' telefonie via een vaste analoge telefoonlijn - nog geen
garantie worden gegeven voor een volledig storingsvrije werking van de
alarmcommunicatie.
In de komende tijd zal een nieuwe generatie alarmeringsapparatuur op
de markt komen die wel voor de meeste verbindingen geschikt is.
Zorgverzekeraars zullen in de komende jaren hun huidige voorraad van
alarmeringsapparatuur die ter beschikking wordt gesteld aan
verzekerden (bruikleenpool) moeten vervangen voor nieuwe apparatuur.
Op dit moment zal een verzekerde als hij alleen beschikt over een
digitale lijn, een analoge lijn, een speciale box of een alternatieve
alarmroute moeten laten aanleggen om de alarmeringsapparatuur goed te
laten functioneren.
Ik heb het College voor zorgverzekeringen (CVZ) gevraagd (via de
zogenoemde duiding van het bestaande pakket) een standpunt in te nemen
over de vraag of de kosten om het hulpmiddel te laten functioneren tot
de te verzekeren prestaties behoren.
Met het duiden geeft het CVZ een eenduidige uitleg van het
basispakket, zodat iedereen een helder beeld heeft van de inhoud en
omvang daarvan.
Het CVZ is van mening dat de extra kosten van een analoge lijn,
speciale box of alternatieve alarmroute (GSM-backup) om
personenalarmering te laten functioneren, onder de te verzekeren
prestaties vallen. Het is echter aan de zorgverzekeraars om te
beoordelen wat in een bepaalde situatie de meest doelmatige oplossing
is.
Een zorgverzekeraar kan dus uit doelmatigheidsoverwegingen in overleg
met de verzekerde bezien of (opnieuw) een analoge lijn aangesloten kan
worden. De aansluitkosten zijn in dat geval voor rekening van de
zorgverzekeraar.
Ik zal het CVZ verzoeken om de zorgverzekeraars van deze uitleg in
kennis te stellen, om te bereiken dat de regelgeving ten aanzien van
de personenalarmering op deze wijze wordt geïnterpreteerd.
Vraag 3
Welke rol zou het ministerie van Economische Zaken kunnen vervullen om
een snelle ontwikkeling tot een goede personenalarmering en andere
domoticatoepassingen in de zorg bij digitale telefonie te realiseren,
nu kennelijk vanuit de markt onvoldoende oplossingen worden
gerealiseerd?
Het ministerie van Economische Zaken spant zich in voor een
ondernemender, innovatiever en duurzamer Nederland. Verdergaande
digitalisering maakt nieuwe toepassingen mogelijk, maar grootschalige
innovatie gaat niet vanzelf. Mede daarom bevordert het ministerie van
Economische Zaken onder andere dat kennisdeling en samenwerking plaats
kan vinden bij de ontwikkeling en introductie van innovatieve
producten en diensten. Daartoe is voor geïnteresseerde partijen en
samenwerkingsverbanden, ook op het gebied van woninggerelateerde
ICT-ontwikkelingen, een mix aan stimuleringsinstrumenten beschikbaar,
zoals bijvoorbeeld subsidieregelingen, kennisvouchers en prijsvragen.
In een aantal stimuleringsinstrumenten van EZ wordt expliciet aandacht
besteed aan kansen voor nieuwe woon-/zorgtoepassingen met ICT, zoals
het Innovatiegerichte Onderzoeksprogramma's (IOP), het actieprogramma
Maatschappelijke Sectoren en ICT en het programma Diensteninnovatie en
ICT (in voorbereiding). Voor specifieke woon-/zorggerelateerde
ICT-toepassingen, zoals personenalarmering, wordt wel het uitgangspunt
gehanteerd dat de betrokken partijen, zoals zorgverzekeraars,
zorginstellingen, meldkamers en aanbieders van ICT-producten,
-diensten en communicatieverbindingen met elkaar concrete afspraken
maken over innovatie in een bepaalde sector en de condities waaronder
nieuwe ICT-toepassingen kunnen worden gebruikten gefinancierd.
Vraag 4
Dienen er niet op korte termijn standaarden en kwaliteitsnormen te
komen bij de toepassing van personenalarmering en andere
domoticatoepassingen bij digitale telefonie? Zo neen, waarom niet?
Vraag 5
Is de minister van Economische Zaken bereid de brancheorganisatie WDTM
(Wonen, diensten en techniek voor mensen) hierbij te helpen, vooral
ook in het belang van de patiënten die digitale telefonie hebben en
bij wie personenalarmering geïndiceerd is? Zo, neen, waarom niet? Zo
ja, op welke wijze gaat u dit doen?
Antwoord op de vragen 4 en 5
De brancheorganisatie WDTM heeft samen met tal van partijen, waar
onder de Nederlandse Consumenten en Patiënten Federatie, een zogenaamd
branchebreed ketenkeurmerk voor personenalarmering ontwikkeld.
Het is een goede zaak indien een dergelijk keurmerk breed gebruikt
gaat worden door zorgverzekeraars, gemeenten en ICT-aanbieders.
Zoals in het antwoord op vraag 3 is aangegeven kunnen partijen als
WDTM bezien of ze gebruik kunnen maken van de beschikbare instrumenten
voor onderzoek, innovatie en verbreding van het gebruik van nieuwe
producten en diensten. Dat geldt ook voor de mogelijkheden van de
zogenaamde Kaderprogramma's van de Europese Commissie. Zo staat in het
specifieke EU-programma Ambient Assisted Living slim ICT-gebruik door
ouderen centraal. Indien er in de zorgsector behoefte en draagvlak is
voor specifieke standaardisatietrajecten kunnen betrokken partijen,
zoals WDTM, eventueel gebruik maken van het Nederlands Normalisatie
Instituuten de trajecten die daar lopen. Zoals in de eerdere
antwoorden is aangegeven is het de verantwoordelijkheid van de
betrokken partijen om afspraken te maken over het gebruik en de
financiering van specifieke zorggerelateerde ICT-toepassingen. Wij
zijn bereid hierover een gesprek met WDTM aan te gaan.
1) Radio Kassa 13 en 14 oktober 2008
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport