40-jarig jubileum van de Nationale Havenraad
Toespraak | 11-12-2008 | Den Haag | Staatssecretaris Tineke Huizinga
Alleen de uitgesproken tekst geldt.
Dames en heren,
Welkom op deze prachtige locatie in het hart van Den Haag. Een plek
met nationale allure. Dat drukt uit welk belang we hechten aan onze
havens. En aan ú als vertegenwoordigers daarvan. En daarbij betrek ik
óók onze Belgische gasten. Fijn dat u er bent.
Er is vandaag iets te vieren. Een veertigjarig jubileum. Formeel
bestaat u pas 22 jaar. Maar we tellen vandaag ook de jaren mee waarin
u het nog zònder `Koninklijk Besluit' moest stellen. De verlovingstijd
en de huwelijkstijd zijn bij elkaar opgeteld. En dat màg ook wel in
een relatie die zo sterk en vruchtbaar is.
Het is goed te zien dat er ook enkele mensen in ons midden zijn uit
die begintijd, toen u nog `Commissie Zeehavenoverleg' heette. Wie ooit
de zilte geur van de haven heeft geroken, blijft zich zijn hele leven
met onze zeehavens verbonden voelen. Dat blijkt vandaag maar weer.
De Commissie Zeehavenoverleg werd opgericht in 1968. Dat was twee jaar
nadat het eerste containerschip aanlegde in de haven van Rotterdam.
Veertig jaar havengeschiedenis. Dat is veertig jaar dynamiek en
innovatie. Onze zeehavens leveren 250.000 mensen in Nederland een baan
op. Ze genereren 30 miljard euro aan toegevoegde waarde. En wat
misschien nog belangrijker is: ze verschaffen Nederland over de hele
wereld een uitstekende reputatie als handelspartner. De Wereldbank zet
Nederland op de tweede plaats van de Global Logistics Performance
Index. Die hoge plek hebben we mede te danken aan onze zeehavens.
Sterke havens zijn van levensbelang voor ons land. In goede tijden -
zoals de afgelopen jaren. En in minder goede tijden, zoals we die nu
beleven. U zet zich als Nationale Havenraad met hart en ziel voor de
havenbelangen in.
Ik zie de Nationale Havenraad als een bijzonder waardevolle
overlegpartner bij de ontwikkeling van mijn beleid. Het is goed om in
een vroeg stadium van gedachten te wisselen en ideeën te toetsen. Dat
komt het draagvlak ten goede. Dat heb ik vorig jaar ervaren bij de
Beleidsbrief Binnenvaart. En onlangs bij de Beleidsbrief Duurzame
Zeehavens die Camiel Eurlings en ik vorige maand aan de Kamer hebben
gezonden.
Die rol van constructieve - maar kritische - partner heeft u ook voor
onze voorgangers gespeeld.
Eén centrale vraag loopt als een rode draad door de hele geschiedenis
van de Nationale Havenraad heen. `Hoe kunnen we meerwaarde ontlenen
aan samenwerking?' Geen eenvoudige vraag. Want de Nederlandse
zeehavens zijn natuurlijk concurrenten van elkaar en doen hun uiterste
best om hun eigen positie te versterken. Dat is niet meer dan gezonde
competitie.
Tegelijkertijd staat buiten kijf dat samenwerking ons allemaal ten
goede kan komen. Niet alleen economisch, maar ook in sociaal opzicht
en uit het oogpunt van milieu.
Al in uw vroegste verslagen kom ik die discussie over samenwerking
tegen. Bijvoorbeeld over de vraag of het wenselijk is dat zeehavens
samen aan promotie en acquisitie doen.
Soms is samenwerken voor u als zeehavens makkelijk. Bijvoorbeeld als u
met vereende krachten bij ons komt pleiten voor minder regels. Of als
u onderling ervaringen uitwisselt over veiligheid. Maar hoe verder we
opschuiven op de as van publieke naar private aangelegenheden, hoe
moeilijker samenwerking wordt.
En tòch zijn ook daar goede voorbeelden van samenwerking te vinden. Ik
denk aan de koppeling van de informatiesystemen van Rotterdam en
Amsterdam. Een besluit dat u samen met overtuiging heeft genomen omdat
het leidt tot meer doelmatigheid en een betere service aan uw
klanten.
Zoals u weet heeft de Tweede Kamer mij opgeroepen de samenwerking
tussen de havens te stimuleren of zelfs af te dwingen. Nu houd ik niet
zo van dwang als er ook andere goede middelen zijn om een doel te
bereiken. Zoals bewustmaking, actieve stimulering en het bij elkaar
brengen van partijen rond één gezamenlijk doel. Een doel zoals
duurzaamheid.
Ik wil een omgeving creëren die u stimuleert om samen te werken aan
havens die schoner en zuiniger zijn. Dat is de achtergrond van onze
Beleidsbrief Duurzame Zeehavens, die op 25 november jl. aan de Kamer
is aangeboden.
Die beleidsbrief is geschreven vanuit de overtuiging dat onze
zeehavens van vitaal belang zijn voor onze open economie en voor onze
toekomst als handelsnatie. Ze genereren zo'n 6,6 procent van ons Bruto
Nationaal Product. Onze welvaart is voor een belangrijk deel van onze
havens afhankelijk. Maar die welvaart komt ons niet aanwaaien.
We zien de concurrentie toenemen. Met name China laat een
indrukwekkende `Stratenmaker-Op-Zee-Show' zien, met immense
havencomplexen aan en voor de kust. Natuurlijk ondervindt China nu -
net als wij - de gevolgen van de mondiale economische stagnatie. Maar
als deze moeilijke periode voorbij is, zal de groei in Azië doorgaan.
Wat moet ons antwoord daarop zijn? Hoe kan Nederland zich
onderscheiden? Met uitstekende infrastructuur en goede service
natuurlijk. Maar óók door voorop te lopen in maatschappelijk
verantwoord ondernemen. Ik ben ervan overtuigd dat duurzaamheid steeds
meer een cruciale succesfactor wordt voor zeehavens. Schoon en zuinig
ondernemen wordt van kostenpost, batenpost. De meeste belangrijke
havens in de wereld liggen in dichtbevolkte gebieden waar de druk op
de ruimte, op het milieu, op natuurlijke hulpbronnen en op de
leefbaarheid steeds groter wordt. Wie er in slaagt dáár een goed
antwoord op te geven en grootschalig verkeer van vracht weet te
combineren met duurzame kracht, neemt een voorsprong op de
concurrentie.
Samen met u wil ik de Nederlandse zeehavens die voorsprong geven. Een
positie aan de top nu en straks; dát moet onze ambitie zijn.
Daarom starten we een aantal programma's om duurzame innovaties in de
haven en in de logistieke keten te stimuleren. Daarom ondersteunen we
de samenwerking tussen zeehavens. Daarom maken we regels en procedures
eenvoudiger. Daarom investeren we in uitstekende
achterlandverbindingen per spoor en binnenvaart. Daarom zetten we ons
in Europa en mondiaal in voor scherpe normen en een level playing
field.
Als rijksoverheid helpen we dingen mogelijk te maken. Maar het echte
werk gebeurt natuurlijk in de havens zelf.
* Er zijn al zoveel concrete goede voorbeelden.
In de Amsterdamse haven worden afval en rioolslib omgezet in
energie waarmee gemeentelijke kantoren, trams, metro's en
straatlantaarns worden gevoed.
* Op de Maasvlakte wordt de restwarmte van verbrandingsprocessen
benut om tropische garnalen te kweken.
* In het Zeeuwse havengebied boekt men goede resultaten met de
benutting van biologisch gezuiverd afvalwater.
* Vissers vanuit de havens in Groningen, Friesland en Zeeland werken
mee aan het inzamelen van zwerfafval in zee.
* En het Havenbedrijf Rotterdam is een actieve partner binnen het
Rotterdam Climate Initiative, en werkt mee aan de halvering van de
CO2-uitstoot op Rotterdams grondgebied. Dat leidt tot creatieve
nieuwe vormen van samenwerking. Zo maken glastuinbouwers in de
omgeving van Rotterdam maken dankbaar gebruik van CO2 afkomstig
van Shell in de Botlek.
Zo kan ik doorgaan.
Verder sluiten steeds meer internationale havens zich aan bij uw
alliantie die wil komen tot een Environmental Shipping Index die
aangeeft hoe `schoon' een schip is. Aan de promotie daarvan wil ik
graag meewerken.
Dames en heren, in een gezonde haven gaan duurzaamheid en dynamiek
hand in hand. Ik ben blij dat ook in onze noordelijkste zeehaven - de
Eemshaven - voor beide steeds meer kansen ontstaan. De beslissing van
een aantal energiebedrijven om zich daar te vestigen, opent nieuwe
perspectieven. Ik herinner me nog goed mijn eerste werkbezoek aan de
Eemshaven, samen met de voorzitter van de Nationale Havenraad. Veel
ruimte; betrekkelijk weinig bedrijvigheid. Die aanblik behoort nu snel
tot het verleden. Een voorwaarde daarvoor is wel dat de vaargeul naar
de Noordzee wordt verruimd. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd
aan een milieueffectrapportage. Mede op basis daarvan kunnen we
volgend jaar een besluit nemen.
Ook in het Zuiden van ons land oriënteren we ons op verbetering van de
maritieme toegankelijkheid. Samen met onze Vlaamse partners buigen we
ons over de kanaalzone Gent-Terneuzen. Op dit moment vinden de laatste
onderzoeken plaats die nodig zijn om de maatschappelijke kosten en
baten van de verschillende varianten goed in kaart te kunnen brengen.
Volgend jaar zal ik op basis daarvan samen met minister-president Kris
Peeters van Vlaanderen een besluit nemen over het vervolg van dit
traject.
Dames en heren, de afgelopen veertig jaar ontleenden we onze
concurrentiekracht aan onze dynamiek.
De komende veertig jaar ontlenen we onze concurrentiekracht aan onze
duurzaamheid en dynamiek.
Als Nationale Havenraad ziet u het belang van maatschappelijke
verantwoordelijkheid scherp in. U ziet ook het belang van samenwerking
en probeert daar op tal van manieren invulling aan te geven.
Vanzelfsprekend zijn er natuurlijke grenzen aan die samenwerking. De
Nederlandse zeehavens zijn tenslotte ook concurrenten. Maar naar mijn
overtuiging zijn die grenzen op tal van gebieden nog niet bereikt.
Daaronder valt óók het samen werken aan zeehavens die schoner en
zuiniger zijn.
We zijn goed op weg. Vandaag is een dag om stil te staan bij de
bereikte resultaten en die te vieren. Morgen is het weer als vanouds:
hard aan het werk. Steun daarbij geeft de Beleidsbrief Duurzame
Zeehavens die in samenspraak met u tot stand is gekomen. Om dat te
markeren, wil ik graag een exemplaar aanbieden aan voorzitter Wim van
Gelder. Voor wie geïnteresseerd is, is straks een exemplaar
beschikbaar bij de uitgang.
Onze gezamenlijke ambitie is: een land met havens die tot de beste ter
wereld behoren in dienstverlening èn milieuprestaties. Op mij kunt u
rekenen.
Dank u wel.
Verwante onderwerpen
* Zeehavens
Ministerie van Verkeer en Waterstaat