Toespraak minister-president bij Veteranendag
Toespraak | 28-06-2008
Minister-president Balkenende heeft in Den Haag een toespraak gehouden
ter gelegenheid van de Nederlandse Veteranendag.
Koninklijke Hoogheid, veteranen, dames en heren,
"Hoe moet je iemand zeggen hoe de zee eruit ziet, die nog nooit een
zee gezien heeft?"
Dat schreef Alex Roelofs, een 19-jarige jongen uit Nunspeet, in
februari 1949 aan zijn ouders. Hij was als dienstplichtig soldaat op
weg naar Indië. Een gewone jongen met een mulo-diploma. Zijn vader
werkte als rangeerder bij de spoorwegen.
In de twintig maanden dat hij in Indië was, schreef hij honderden
brieven naar huis. Een selectie daaruit verscheen een aantal jaren
geleden in boekvorm, onder de titel: 'Dikke zoen voor Moeke'.
Tijdens de lange reis naar Indië komt hij woorden te kort voor zijn
verwondering. Zoals in Port Saïd. "Ik heb ontzettend veel gezien. De
eerste palmbomen. Ze stonden gewoon langs de weg!"
Maar al direct na aankomst in Soerabaja, worden de brieven anders van
toon.
"De eerste keer dat we in een paar huizen hier ingekwartierd waren,
werden we om negen uur 's avonds aangevallen door een troep
extremisten. Ze waren met automatische wapens uitgerust. Ik zal niet
teveel uitweiden hoor, want dat kan ik niet. Er zijn bij ons drie
doden en vier gewonden."
Alex overleefde de strijd. Eenmaal terug in Nederland pakte hij de
draad van zijn oude leven weer op. Over zijn ervaringen sprak hij
niet. Die bleven bewaard op lichtblauwe postblaadjes, opgeborgen in
een oud scheerdoosje. Daar kwamen ze pas na zijn dood in 1986 uit.
Een persoonlijk verhaal van één man... En tegelijkertijd een onderdeel
van onze geschiedenis.
Op dit moment telt ons land ongeveer 130.000 veteranen. Voormalig
militairen - of gemilitariseerde burgers - die het Koninkrijk hebben
gediend onder oorlogsomstandigheden of tijdens vredesmissies.
Onder hen mannen en vrouwen met een zeer respectabele leeftijd. Zoals
de dragers van de Militaire Willems-Orde die we vandaag in ons midden
hebben. Maar ook jonge mensen die hun leven nog voor zich hebben. Om u
allen gaat het vandaag.
Namens ons land stond ú in de frontlinie op plaatsen waar angst en
onrecht heersen.
U deed wat u kon om orde, vrede en veiligheid te versterken. Met moed.
Soms met de moed der wanhoop. Maar altijd namens ons. Omdat wij in
Nederland de overtuiging hebben dat wie een betere wereld wil, daar
zelf actief aan moet bijdragen. Met woorden èn daden. Hoe moeilijk dat
vaak ook is. En al weten we dat er risico's aan verbonden zijn. We
denken vandaag óók aan uw kameraden die in dienst van het Koninkrijk
het leven hebben verloren of gewond zijn geraakt.
Het werk aan vrede en veiligheid is veeleisend. Ik sprak vorige maand
met een veteraan over zijn uitzending naar Cambodja en naar voormalig
Joegoslavië. Hij vertelde me over zijn machteloze boosheid. Zoveel
extreem geweld waartegen je zo weinig kunt of mag doen. Die ervaring
had hem - zo zei hij me - een enorme douw gegeven.
'Het was een wildwest in mijn hoofd'. Zo omschreef een
Libanon-veteraan zijn gemoedstoestand na terugkeer in Nederland.
Tegelijkertijd is het opvallend met hoeveel warmte veteranen spreken
over de speciale band die ontstaat tijdens een missie. De hechte
vriendschappen die gesmeed worden. De zekerheid blindelings op elkaar
te kunnen vertrouwen. En ook: de trots op het eigen
uithoudingsvermogen en de eigen veerkracht.
Veteraan ben je voor het leven. Veteranen dragen hun intense
ervaringen en herinneringen - positief en negatief - een leven lang
mee.
Nederland heeft er lang over gedaan om zijn veteranen de aandacht en
waardering te geven die hun toe komt. Té lang.
In de strijd om erkenning hebben de Indië- en Nieuw-Guineagangers en
de Korea-veteranen het pad moeten banen door een woud van
onverschilligheid en bureaucratie.
Aan hen komt de eer toe dat ze het voor latere generaties veteranen
gemakkelijker hebben gemaakt begrip te vinden.
Respect voor de inzet van veteranen is de noodzakelijke ruggensteun
die wij geven aan de mensen die namens ons aan de frontlijn staan van
recht en vrijheid.
Zonder onze betrokkenheid gaat het niet. We kunnen als samenleving
geen mensen op risicovolle missies sturen, zonder hen voortdurend te
laten weten en voelen dat ze er niet alleen voor staan. Dat ze in
persoonlijk opzicht kunnen rekenen op onze steun. Dat geldt voor de
veteranen. En voor de militairen die op dit moment werken aan vrede en
veiligheid, in Afghanistan, Bosnië, Somalië, Tsjaad en andere landen.
Ook zij zullen eens veteraan zijn.
Deze dag geven we in heel Nederland uiting aan de verbondenheid die we
voelen met onze veteranen, oud en jong. Wij staan achter u. In goede
en in slechte dagen. Nu en straks.
Om dat nog zichtbaarder te maken, wordt op Veteranendag de Nederlandse
vlag gehesen van alle hoofdgebouwen van de Rijksoverheid in heel
Nederland. Aan provincies en gemeenten heeft de regering gevraagd zich
daarbij aan te sluiten. En alle Nederlanders die zich verbonden voelen
met onze veteranen worden eveneens uitgenodigd dit voorbeeld te
volgen.
"Hoe moet je iemand zeggen hoe de zee eruit ziet, die nog nooit een
zee gezien heeft?"
Ik denk dat deze woorden van Alex Roelofs uit 1949 bij veel veteranen
herkenning oproepen. Hoe maak je duidelijk aan mensen die het niet
hebben meegemaakt, hoe intens je ervaringen zijn geweest? Hoe zwaar
het was? Hoe overweldigend? Hoe diep de sporen gaan?
Wie het niet aan den lijve heeft ervaren, kan het nooit geheel
doorvoelen.
Maar dít kunnen wij wel. U verwelkomen. Naar u luisteren. U
respecteren. U laten weten dat wij achter u staan.
Die steun aan u drukken wij vandaag uit.
Dank u wel.
Ministerie van Algemene Zaken