Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Den Haag Ons kenmerk Uw brief van Uw kenmerk 16 juni 2008 HO/BL/23892 9 juni 2008 2070822350

Onderwerp
Vragen van het Kamerlid Jasper van Dijk over het

hoge collegegeld voor schakeljaren in het hoger onderwijs

Hierbij zend ik u, het antwoord op de vragen van het Kamerlid Jasper van Dijk van uw Kamer inzake het hoge collegegeld voor schakeljaren in het hoger onderwijs.

De vragen werden mij toegezonden bij uw bovenaangehaalde brief met kenmerk 2070822350.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

dr. Ronald H.A. Plasterk

6
44
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap OCW 11 Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag, T +31-70-4123457 F +31-70-4123456 www.minocw.nl

blad 2/2

Antwoorden op de schriftelijke vragen van het Kamerlid Jasper van Dijk van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het hoge collegegeld voor schakeljaren in het hoger onderwijs (ingezonden d.d. 9 juni 2008 kenmerk 2070822350)

Vraag 1.
Wat is uw oordeel over het bericht "Dure pre-master aan banden gelegd"? 1)

Antwoord:
Het artikel is een weergave van hetgeen er tijdens de studentenkamer van woensdag 4 juni, op verzoek van ISO en LSVB, is besproken ten aanzien van het door instellingen gehanteerde collegegeld voor schakelprogramma's.

In `Het Hoogste Goed', de strategische agenda voor het hoger onderwijs-, onderzoek ­en wetenschapsbeleid (Kamerstuk 31 288, nr. 1) is de afspraak verwoord die over dit onderwerp gemaakt is met de VSNU en HBO-raad. In de kern komt die afspraak erop neer dat deficiëntieprogramma's gericht op doorstroom van de hbo-bachelor- naar wo-opleidingen (schakelprogramma's), als hoofdregel binnen een bacheloropleiding worden vormgegeven. De studenten in kwestie worden ingeschreven bij de reguliere bacheloropleiding, zodat ze maximaal het wettelijk collegegeld hoeven te betalen en gebruik kunnen maken van de terugbetalingsregeling (bij schakelprogramma's korter dan één jaar).

Tijdens de studentenkamer hebben de studenten aangegeven dat zij signalen krijgen van studenten waaruit blijkt dat er instellingen zijn die zich niet aan deze afspraken zouden houden. In reactie op deze mededeling is aangegeven dat de afspraak recent is gemaakt en dat het mogelijk is dat instellingen enige tijd behoeven om zich aan de nieuwe afspraken aan te passen. Er is toegezegd een brief te zenden aan alle instellingen waarin zij gewezen worden op de gemaakte afspraken. Deze brief is op 5 juni jongstleden verzonden. De Kamer zal een afschrift van deze brief ontvangen.

In het overleg op 4 juni is aangegeven dat als het mocht blijken dat instellingen zich alsnog niet aan de afspraken houden het ministerie hen daar op aan kan spreken. Hierbij is het ook van belang op te merken dat op basis van de gemaakte afspraken studenten zelf ook deze instellingen kunnen aanspreken. Dit is de meest rechtstreekse manier van handelen.

Vraag 2.
Hoe is het mogelijk dat instellingen tegen de afspraken in, voor een schakeljaar of pre-master een veelvoud van het collegegeld rekenen? Is het waar dat het om bedragen van 3.000 tot 6.000 euro gaat?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 1.

Vraag 3.
Gaat u de instellingen verplichten om het wettelijke collegegeld te rekenen voor een schakeljaar? Zo neen, wat gaat u ondernemen als instellingen niet aan uw wens voldoen?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 1.

Vraag 4.
Bent u bereid - indien van toepassing - instellingen te verplichten het teveel ontvangen collegegeld met terugwerkende kracht te retourneren aan de gedupeerde studenten? Zo neen, op wat voor manier gaat u de gedupeerde studenten tegemoet treden?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 1.


1) Spits, 5 juni 2008
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag, T +31-70 - 4123457 F +31-70-4123456 www.minocw.nl