Antwoorden op vragen van het Kamerlid Agema (PVV) over het niet behandelen van zeer vroeg geboren baby's
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
CZ-K-U-2834146
26 maart 2008
Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Agema
(PVV) over het niet behandelen van zeer vroeg geboren baby's
(2070812030).
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
dr. A. Klink
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht 'Vroeg geboren baby's snel opgegeven
door arts'? 1)
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is het waar dat baby's die eerder dan 24 weken zwangerschap worden
geboren doorgaans niet worden behandeld, en dat dit gebeurt zonder dat
er een onderbouwd en overwogen besluit wordt genomen?
Antwoord 2
In Nederland worden extreem vroeg geboren baby's (22-24 weken) in
principe niet behandeld. Dit beleid is gebaseerd op een goed overwogen
Standpunt van de betrokken beroepsgroep. De overweging is dat als het
in een uitzonderlijk geval lukt om het kind in leven te houden, de
vooruitzichten zeer slecht zijn. Bij baby's van 22-24 weken gaat het
in feite nog om een foetus, die nog niet voldoende rijp is om met de
hulp van medisch technologie, laat staan zelfstandig, te overleven.
Met name de longen zijn nog niet rijp. De Nederlandse Vereniging voor
Kindergeneeskunde (NVK) stelt daarom in het Standpunt dat overleven
niet het enige doel mag zijn om te gaan behandelen.
Vraag 3
Bent u bekend met het feit dat Amilia uit Florida, die eind 2006 in de
22e week van de zwangerschap geboren werd, op dit moment 16 maanden
oud is en het goed maakt?
Antwoord 3
Ja. Hoewel het geweldig is voor Amilia en haar familie, wil ik
nogmaals benadrukken dat het hier een zeer uitzonderlijke situatie
betreft. In richtlijnen en beleid wordt rekening gehouden met de
bredere ervaringen. De lange termijn effecten van geboorte bij 22-24
weken zijn onbekend, maar uit follow-up studies blijkt dat de
verwachtingen zeer slecht zijn. In het Verenigd Koninkrijk zijn de
behandelgrenzen bij vroeggeboren kinderen daarom juist omhoog
bijgesteld, naar 25 weken.
Vraag 4
Deelt u de mening dat de grens voor levensvatbaarheid naar beneden toe
moet worden bijgesteld, omdat het dus wel mogelijk is om met de
huidige stand van de medische wetenschap zeer vroeg geboren baby's te
redden? Zo ja, hoe gaat u dat bewerkstelligen? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 4
Ik ben niet van mening dat de grens voor levensvatbaarheid naar
beneden moet worden bijgesteld. Ik vind het vooral belangrijk dat er
duidelijke richtlijnen zijn zodat landelijk dezelfde uitgangspunten
worden gebruikt bij vroeggeboortes. In het artikel in het Nederlands
Tijdschrift voor Geneeskunde (2/3) wordt aangegeven dat gynaecologen
een richtlijn hebben voor het doorverwijzen van zwangeren met een
dreigende vroeggeboorte. Volgens deze richtlijn moet er vroeggeboorte
van 24-31 weken worden doorverwezen naar een perinatologisch centrum.
Deze richtlijn werd in 2003 (ten tijde van het onderzoek) nog niet
volledig nageleefd. Inmiddels is de richtlijn van de Nederlandse
Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) vervangen door de
Nota `Verwijzing naar een Perinatologisch Centrum'. Deze Nota is op de
ledenvergadering in september 2007 vastgesteld. In november 2007 heeft
de NVK de NVOG-nota `Verwijzing naar een perinatologisch centrum'
aangenomen. Sinds november 2007 is er dus sprake van één gezamenlijke
richtlijn van NVOG en NVK. Deze richtlijn houdt in dat er vóór 25
weken niet wordt behandeld, tenzij de omstandigheden erg gunstig zijn.
Vanaf 25 weken wordt wel actief behandeld, tenzij de omstandigheden
zeer ongunstig zijn. Uiteraard wordt er in alle gevallen overlegd met
de ouders van het betreffende kind.
Vraag 5
Bent u voornemens er zorg voor te dragen dat artsen vrouwen met een
mogelijke zeer vroege geboorte doorverwijzen naar vroeggeboortecentra,
en dat er alles aan gedaan wordt om hun kindje te redden? Zo neen,
waarom niet?
Antwoord 5
Ik vind het van belang dat er uniforme richtlijnen zijn en dat deze
het beleid bepalen. Goede zorg kan in noodsituaties betekenen dat het
niet meer in het belang is van het kind om door te gaan met
behandelen.
1) Elsevier, 15 februari 2008: 'Vroeg geboren baby's snel opgegeven
door arts'
2) Gerrits Kuiper JA, de Heus R, Visser GHA, et al. Op de grens van
levensvatbaarheid: Nederlands verwijsbeleid bij vroeggeboorte te
terughoudend. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 2008: 152(7):
383-8.
3) Brand PLP, van Lingen RA. Richtlijnen bij vroeggeboorte:
onvoldoende afstemming en implementatie. Nederlands Tijdschrift voor
Geneeskunde. 2008: 152(7): 359-61.