Sinds kort kunnen de ruim 200 buurtagenten van het korps
Rotterdam-Rijnmond veel vaker de straat op. De politieleiding heeft
maatregelen getroffen om hen te verlossen van de enorme hoeveelheid
regel- en papierwerk.
Naast bewoners die klaagden dat ze de buurtagenten nauwelijks zagen,
vonden de agenten zelf ook dat ze nog maar nauwelijks in contact
kwamen met de buurtbewoners. Dit had deels te maken met de tweejaar
durende opleiding die alle agenten moesten volgen. Nu hebben de meeste
de opleiding afgerond dus kunnen ze de wijken in.
Praktijkcoaches
Om het werk beter te verdelen heeft de korpsleiding werkverdelers
aangesteld. Zij gaan het vele regel- en papierwerk voor de
buurtagenten uit handen nemen. Volgens politievoorlichter Huub
Veeneman lopen er in sommige districten experimenten met een
wijksecretariaat en praktijkcoaches. De coaches moeten de beginnende
buurtagenten zo praktisch mogelijk leren te werken.
Netwerken opbouwen
Het werk dat binnen gedaan moet worden, is nu een stuk verminderd. Zo
kunnen de buurtagenten weer doen wat ze moeten doen; netwerken
opbouwen in de buurt. De buurtagenten worden beschouwd als de oren en
ogen van de politie. Ze houden bijvoorbeeld vijf-minutengesprekken.
Hierin praten ze op stille momenten met de buurtbewoners over de wijk
en eventuele overlast of problemen.
Bron: Bestuursdienst, 26-03-2008
Gemeente Rotterdam