Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Beantwoording feitelijke vragen notaoverleg Beleidsnota Biologische Landbouwketen 2008-2011

28 februari 2008 - kamerstuk

Kamerbrief met antwoorden op kamervragen waarin de minister meldt dat het beleid gericht is op vergroting van de vraag naar biologische producten en zo de sector te laten groeien. Dit beleid is succesvol.

Meer informatie

* Beantwoording feitelijke vragen notaoverleg Beleidsnota Biologische Landbouwketen 2008-2011
Kamerstuk | 28-02-2008 | PDF-Document, 74 kB
Voor downloaden van PDF-bestanden: Zie het origineel


Directie Landbouw

Geachte Voorzitter,

Hierbij beantwoord ik uw vragen over de beleidsnota "Biologische landbouwketen 2008- 2011: biologisch in verbinding, perspectief op groei".
1
Deelt u het standpunt dat het stimuleren van de biologische sector middels financiële prikkels of fiscale maatregelen vooralsnog niet het gewenste effect heeft gehad als het gaat om het vergroten van de vraag en een daarbij passend aanbod? De huidige Skal maatregelen worden als waardevol beschouwd, maar hoe waarborgt u dat onderzoeks- en stimulansgelden effectief en efficiënt worden weggezet om vraag en aanbod meer in balans te laten zijn?
Mijn beleid is erop gericht de vraag naar biologische producten te vergroten en hiermee de sector te kunnen laten groeien. Dit beleid is succesvol. Er is veel bereikt in het vergroten van de vraag, geschat wordt dat de groei meer dan 10% is over 2007 en dat dit significant hoger zal zijn dan de groei van de totale sector. Tegelijkertijd constateer ik dat het aanbod niet direct de vraag volgt. Op zich is het logisch dat er een vertragend effect is, maar onderzoek wijst tegelijkertijd uit dat er ook structurele factoren van invloed zijn op het besluit van een ondernemer om over te stappen op biologische landbouw. Het gaat hierbij om meer dan financiële en fiscale maatregelen. Het is aan de ketenpartners om de groep potentiële omschakelaars te vergroten. Ik wil hierbij faciliteren door me te richten op kennis voor en communicatie met gangbare ondernemers. Voor dit onderdeel is een apart bedrag gereserveerd. Voor de effectieve besteding van onderzoeksgelden kan ik u aangeven dat het vraaggestuurde kennissysteem Bioconnect is ontwikkeld. Doorstroming van kennis naar zowel gangbare als biologische ondernemers vormt daarbij een belangrijk onderdeel. Ministerie van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit
Directie Landbouw
Bezuidenhoutseweg 73
Postadres: Postbus 20401
2500 EK 's-Gravenhage
Telefoon: 070 - 3786868
Fax: 070 - 3786100
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal

Postbus 20018
2500 EA 's-GRAVENHAGE

15 februari 2008 29842-15 DL. 2008/415 28 februari 2008 Beantwoording feitelijke vragen tbv het
notaoverleg Beleidsnota biologische
landbouwketen 2008-2011
Datum Kenmerk Paraaf: Vervolgblad
28 februari 2008 DL. 2008/415 2
In de nota is bovendien extra aandacht gegeven aan vraagstukken die ook in de gangbare landbouw spelen. Verder zie ik een belangrijke rol weggelegd voor de bedrijfsnetwerken, omdat in deze netwerken biologische en gangbare ondernemers met elkaar in gesprek gaan.

2
De omschakelingsperiode is een periode waar veel ondernemers voor terugschrikken. Is een mogelijke optie om het omschakelingsproces soepel te laten verlopen dat de omschakelingsproducten wel al als biologisch veevoer gebruikt kunnen worden? Kan dit op nationaal en/of Europees vlak worden gerealiseerd? Zo ja, op welke manier? Het is voor een deel al mogelijk omschakelingsproducten in veevoer te gebruiken. Deze mogelijkheid is door het permanent comité voor biologische landbouw in Brussel tijdelijk vergroot, in verband met de krapte op de markt voor veevoer. Ik ben bereid met de sector te overleggen over de wenselijkheid deze verruiming te behouden. Bij voldoende steun van de sector zal ik dit in Europees verband aan de orde stellen.
3
Stimuleren van de samenwerking van ketenpartijen en inrichting van de Task Force heeft geleid tot zeer goede ervaringen. Is het waar dat het uw beleidsambitie is om deze initiatieven - mits deze leiden tot uiteindelijke verzelfstandiging - te blijven ondersteunen? Hoe denkt u dat vorm te geven als in de beleidsambitie het item wordt verbreed met duurzaamheid?
Ja, ik blijf de samenwerking van ketenpartijen en de Task Force ondersteunen, waarbij de inzet is de samenwerking tussen de convenantpartijen te verzelfstandigen. De afspraken daartoe zijn vastgelegd in het 3e Convenant Marktontwikkeling Biologische Landbouw. Dit kan ook vorm gegeven worden als de beleidsambitie wordt verbreed naar duurzaamheid. Alle convenantpartijen hebben namelijk de wens geuit om samen met LNV de komende tijd te onderzoeken of er - naast het Biologisch Convenant - een soortgelijk initiatief voor duurzame voeding kan ontstaan. Dit is in een 'intentieverklaring' (voorafgaand aan de ondertekening van het 3e Convenant) vastgelegd. Er zullen nog gesprekken plaatsvinden met de betrokken partijen over het vormgeven van het proces naar verbreding richting duurzaamheid.
De positieve ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan in de Task Force kunnen hierbij van dienst zijn. Alle convenantpartijen hebben de overtuiging dat biologisch en duurzaam elkaar juist kunnen versterken.

4
Op het vlak van onderwijs en onderzoek loopt de biologische sector achter ten opzichte van de gangbare sector. Is er binnen de beleidsambitie eveneens aandacht voor het ontwikkelen van onderwijs en onderzoek gericht op het leggen van de relatie van de biologische landbouw met de gangbare landbouw?
In de beleidsnota is 10% van het budget voor beleidsondersteunend onderzoek en wettelijke taken gereserveerd voor de biologische sector. Dit is voortzetting van het voorgaande beleid. Hiermee loopt de sector zeker niet achter ten opzichte van de gangbare sector. Datum Kenmerk Paraaf: Vervolgblad
28 februari 2008 DL. 2008/415 3
Verder gaat één van de beleidsambities in de nota heel specifiek in op het leggen van de verbinding in het onderzoek met de gangbare landbouw: "10% van het onderzoeksbudget voor biologische landbouw is gericht op het leggen van de relatie met vraagstukken in de gangbare landbouw". Zeker daar waar aan vergelijkbare vraagstukken wordt gewerkt, is het zoeken van deze verbinding van belang. In de context van het onderwijs wordt de verbinding gezocht via de Groene Kenniscentra.

5
Van belang voor de consumenten is dat de biologische producten herkenbaar in het schap liggen. Kunt u aangeven of er sprake is van een woud aan certificaten en keurmerken en of de consument weet welke producten daadwerkelijk van biologische oorsprong zijn? Is bijvoorbeeld biologische yoghurt met gangbare aardbeien voorzien van een ander keurmerk?
Bij een aankoopbeslissing kan een consument geconfronteerd worden met verschillende keurmerken op één product. Een biologisch product is te herkennen aan het EKOkeurmerk en is beschermd voor zover het landbouwproducten en levensmiddelen betreft (bijvoorbeeld EKO-brood, EKO-vlees). Voor- of tussenvoegsels die suggereren dat een product biologisch is zoals "bio", "eco" en "organic" zijn niet toegestaan op gangbare producten.
Vanaf 2009 is het mogelijk om in de ingrediëntendeclaratie op het product biologisch gecertificeerde producten expliciet te noemen. Het product mag dan geen biologisch keurmerk dragen, maar de consument kan wel zien welke ingrediënten van biologische oorsprong zijn.

6
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de motie Waalkens c.s. (31200 XIV 116)?
Mijn ministerie is met betrokken partijen in overleg over het restschadefonds waarover afspraken zijn gemaakt in het convenant co-existentie. De verwachting is dat het discussiepunt van de restschade de komende maanden op een voor alle partijen bevredigende wijze opgelost wordt. Met betrekking tot aansprakelijkheidsstelling moet opgemerkt worden dat deze sinds jaar en dag wettelijk geregeld is in het Burgerlijk Wetboek.
7
Kunt u aangeven wat de belemmeringen zijn bij het invoeren van een 0% btw-tarief op biologische producten? Kunt u tevens aangeven welke stappen u heeft genomen teneinde tot conclusies te komen met betrekking tot deze belemmeringen? Op grond van de Europese btw-richtlijn is een 0% btw-tarief op biologische producten niet toegestaan. Hierover is enkele jaren geleden in deze Kamer al uitvoerig gesproken, mijn standpunt daarover is niet gewijzigd. Ik kan hiervoor verwijzen naar de met de Kamer gevoerde correspondentie onder andere TK 2003-2004 29200 XIV, nr. 8 en TK 2003-2004 28207 XIV, nr. 9. Een 0-tarief is niet toegestaan omdat de btw een objectieve belasting is en gekoppeld is aan het goed als zodanig, ongeacht het karakter van een goed. Op het oog zijn biologische en niet-biologische producten niet van elkaar te onderscheiden. Datum Kenmerk Paraaf: Vervolgblad
28 februari 2008 DL. 2008/415 4
Op grond van Europese regels moet op biologische en niet-biologische producten dan ook eenzelfde btw-percentage worden toegepast. Ik heb geen verdere stappen ondernomen, omdat de uitleg van de btw-richtlijn eenduidig is.
8
Kunt u aangeven op welke wijze de omschakelingstermijn naar biologische landbouw verkort zou kunnen worden? Bent u bereid stappen te ondernemen teneinde de omschakelingstermijn te verkorten?
Ik zie hier vooralsnog geen mogelijkheden voor. De omschakeltermijn is bedoeld voor herstel van de bodem en kan rekenen op veel draagvlak binnen de sector. Internationaal is er weinig steun om deze termijn te verkorten. Er is ook weinig tot geen steun voor versoepeling van deze regels bij de huidige biologische producenten. Wel zijn er mogelijkheden om de omschakelingsproducten beter te vermarkten, zie hiervoor ook het antwoord op vraag 2.

9
Wat is er bekend met betrekking tot de gevolgen van de biologische landbouw op klimaatverandering, afgezet tegen de gevolgen van de gangbare landbouw? Uit onderzoek door de WUR1 blijkt dat wat betreft energieverbruik, broeikasgasemissies en koolstofopslag, biologische landbouw in het algemeen beter scoort dan de gangbare landbouw.

10
Wordt bij het verbeteren van het kennissysteem ook rekening gehouden met de wens van ondernemers om meer kennis te krijgen over hoe deze nieuwe kennis te implementeren? Ja, hier wordt de komende jaren meer aandacht aan gegeven. Hiermee wordt gevolg gegeven aan een van de punten die vanuit de evaluatie van de vorige nota naar voren zijn gekomen. Een belangrijk instrument voor verbetering van kennisdoorstroming en
-benutting zijn de bedrijfsnetwerken, een vorm van studiegroepen waarbij de ondernemers zelf bepalen welke thema's aan bod komen. Deze zijn in 2007 gestart. Verder wordt met de Regeling LNV-subsidies Demonstratieprojecten biologische landbouw (openstelling 2008) ook bijgedragen aan de overdracht van implementatie van nieuwe kennis en technieken. In 2008 zullen de instrumenten die voor de implementatie van kennis beschikbaar zijn opnieuw bekeken worden, onder andere op hun efficiëntie en effectiviteit ten aanzien van kennisoverdracht en -benutting.
11
Is er bij het belonen voor 'groene diensten' ook een mogelijkheid tot het financieren van de ontwikkeling van de innovaties door biologische bedrijven zelf?
1 Bron: rapport Verantwoorde en communiceerbare argumenten bij biologische producten: milieueffecten, Sukkel et.al. 2007
Datum Kenmerk Paraaf: Vervolgblad
28 februari 2008 DL. 2008/415 5
Het onderdeel belonen voor 'groene diensten' uit de vorige beleidsnota had betrekking op het vergoeden van de certificeringskosten en fiscale regelingen. In de huidige beleidsnota zet ik de vergoeding van certificeringskosten en de fiscale regelingen voort. Ook is er aandacht voor innovatie, namelijk de regeling Samenwerking bij innovatieprojecten. Op dit moment loopt de aanvraagperiode voor deze regeling, een van de onderdelen is biologische landbouw. De regeling is vorig jaar voor het eerst opengesteld.
12
Wat gaat u doen om nieuw ontwikkelde kennis uit het biologisch onderzoek voldoende te laten doorstromen?
Hier zijn al verschillende mogelijkheden voor. Dit kan door deelname aan een van de bedrijfsnetwerken, het bezoeken van open dagen op bedrijven en de jaarlijkse biologische velddag en deelname aan de Demonstratieregeling.

13
Wat zijn de argumenten om tot de conclusie te komen dat de doelstelling "10% biologisch landbouwareaal in 2010" niet realistisch is?
Het biologisch areaal is de afgelopen jaren stabiel gebleven rond een percentage van 2,5%. De laatste cijfers laten een groei zien van het areaal vanwege de sterke groei van de vraag. Een groei naar 10% areaal zou echter de groei van de vraag overstijgen. Het is belangrijk dat er een goed samenspel is van vraag en aanbod. Bovendien zijn er naast marktperspectief ook andere factoren van belang voor ondernemers om over te stappen op biologische landbouw, zoals aangegeven bij het antwoord op de eerste vraag.
14
Met welke prikkels wordt de sector door u gestimuleerd om verder werk te maken van verduurzaming?
De belangrijkste prikkel loopt via het kennissysteem. Verduurzaming van de sector is een ambitie van de overheid en tevens van de biologische sector zelf. In het onderzoek was en is daarom veel aandacht voor de verder verbetering van de duurzaamheid van de biologische landbouw. In de ketenvisie en innovatieagenda van de sector, die in concept gereed is, neemt de verdere verduurzaming van de biologische sector een belangrijke plaats in, waardoor te verwachten is dat via het vraaggestuurde kennissysteem ook de komende jaren verbetering van de duurzaamheid een belangrijk onderzoeksthema is. Daarnaast is er een aantal regelingen beschikbaar voor de biologische sector waarmee ondernemers de gelegenheid gegeven wordt om kennis te vergroten en innovaties te ontwikkelen en toe te passen.

15
Zijn er behalve het opnemen van omschakelingsproducten in de eigen catering nog andere initiatieven vanuit de overheid om de omschakeling van gangbaar naar biologisch te vereenvoudigen?
Datum Kenmerk Paraaf: Vervolgblad
28 februari 2008 DL. 2008/415 6
Ik zie een taak van de overheid bij het verspreiden van kennis over biologische landbouw, zoals aangegeven bij het antwoord op de eerste vraag. Verder laat ik nog uitzoeken of er mogelijkheden zijn om, met behulp van bestaande instrumenten, biologische grond van bedrijven die stoppen voor de biologische sector te behouden. Dit heeft als voordeel dat er direct biologisch geproduceerd kan worden, zonder omschakeltermijn. De overheid heeft naast een faciliterende taak ook een voorbeeldfunctie. Het ministerie van VROM voert het programma 'Duurzaam inkopen overheden' uit en laat door SenterNovem de criteria voor rond de 80 productgroepen uitwerken. Binnen deze productgroepen wordt, waar mogelijk, aandacht besteed aan biologische producten, zoals bij de groenvoorziening. Deze criteria zijn in een vergevorderd stadium en zijn in overleg met onder meer marktpartijen tot stand gekomen. Ten aanzien van sierteelt is hierover vorige week een brief aan de Tweede Kamer gestuurd.
De overige initiatieven moeten vooral uit de markt komen. Het is aan de ketenpartners om dit gezamenlijk op te pakken. De overheid ondersteunt dit door de medefinanciering van ketenmanagers.

16
Zijn er vanuit andere marktpartijen reeds initiatieven om omschakelingsproducten tot een meerwaarde te brengen?
Ja, er zijn marktpartijen in verschillende deelsectoren die initiatieven onderzoeken om omschakelproducten tot meerwaarde te brengen. Verder hebben supermarkten, natuurvoedingwinkels en cateraars zich in het 3e Convenant verplicht om deze producten waar mogelijk in het assortiment op te nemen.

17
Kunt u aangeven hoeveel procent van het onderzoeksbudget voor de biologische landbouw wordt aangewend voor puur onderzoek en hoeveel voor de implementatie van de onderzoeksresultaten?
Bij biologische landbouw wordt gewerkt met een vraaggestuurd kennissysteem. Het onderzoek is gericht op implementatie op sector/bedrijfsniveau. Ter versterking van de implementatie van onderzoek is ongeveer 10% van het onderzoeksbudget voor beleidsondersteunend onderzoek gericht op kenniscirculatie en op ondersteuning van de bedrijfsnetwerken. Kennisbenutting blijft een belangrijk thema in de komende beleidsperiode.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg