Gemeente Elburg


Kader nota
Wmo-beleidsplan
Elburg

November 2007
1

Inhoudsopgave


1. Inleiding 3


2. Wmo in het kort 4


3. Uitgangspunten voor het Wmo beleidsplan 6


4. De gemeente als regisseur 8


5. De planning om te komen tot een Wmo- beleidsplan 9

Bijlage: Historie 10


---


1. Inleiding


1.1 Doel notitie

Op 1 januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in werking getreden. De kern van de wet is meedoen. De gemeente maakt op basis hiervan beleid op negen prestatievelden. Deze prestatievelden omvatten de drie centrale thema's in het gemeentelijke beleid: wonen, welzijn en zorg.

De gemeente Elburg heeft sinds 1 januari 2007 een Wmo-loket. Tevens verstrekt de gemeente Wmo- voorzieningen. Elke gemeente moet ook een vierjarig Wmo-beleidsplan opstellen, waarbij aan de hand van de prestatievelden de visie, acties en resultaten aangegeven worden. Ook moet de samenhang tussen deze prestatievelden worden aangegeven.

Voor het opstellen van het beleidsplan, willen we als gemeente eerst een aantal algemene uitgangspunten formuleren met daaraan gekoppeld de regierol die de gemeente wil vervullen. Deze uitgangspunten dienen als leidraad bij de verdere ontwikkeling en uitvoering van het Wmo beleidsplan Elburg 2008-2011.


1.2. Wat is er tot nu toe gebeurd?

Er is tot nu toe al veel in gang gezet (zie voor uitgebreide informatie de bijlage). Halverwege 2005 heeft de gemeenteraad de startnotitie Wmo vastgesteld. Inmiddels is het Wmo-loket in het gemeenschapscentrum 't Huiken operationeel. In het loket worden de kernfuncties informatieverstrekking, advies en vraagverheldering uitgevoerd. Vanuit het Wmo-loket verstrekt de gemeente per 1 januari 2007 de individuele voorzieningen. Hiervoor is een Wmo-verordening opgesteld.

In het kader van de Wmo werkt de gemeente Elburg intensief samen met gemeenten binnen het werkgebied van de Regio Noord-Veluwe (RNV), bestaande uit de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten. In dit kader is in 2005 een discussienota Meedoen opgesteld, waarin een aantal uitgangspunten zijn geformuleerd. Op basis hiervan is een bijeenkomst met de raadsfracties en externe partners georganiseerd. In 2006 is in RNV-verband in een notitie beschreven welk beleid gemeenten kunnen voeren op het gebied van individuele verstrekkingen, Wmo-loket en AWBZ-subsidieregelingen. Op basis van bovenstaande notities heeft de gemeenteraad van Elburg op 3 juli 2006 een aantal uitgangspunten voor de Wmo vastgesteld. In de verkennende notitie-vierjarenbeleidsplan is in RNV-verband aangegeven welke prestatievelden regionaal zouden kunnen worden opgepakt en welke lokaal.

Voor de input van kadernotitie en het Wmo-beleidsplan zijn er in 2007 bijeenkomsten georganiseerd met externe organisaties, kerken en verenigingen en de Raad. Tevens zijn er gesprekken gevoerd met de wethouder en beleidsmedewerkers op de terreinen welzijn, zorg, onderwijs, sociale zaken, veiligheid, wijkgericht werken en wonen. Hierbij komt naar voren dat het wijkgericht werken, ondersteunen vrijwilligers en mantelzorgers en het deelnemen van alle inwoners van Elburg aan het maatschappelijk verkeer, met specifieke aandacht voor verschillende doelgroepen waar nodig, erg leeft in de gemeente.


1.3 Opzet notitie

In hoofdstuk 2 wordt de Wmo kort beschouwd. In hoofdstuk 3 zal worden aangegeven welke algemene uitgangspunten de gemeente stelt voor de uitvoering van de Wmo, waarna in hoofdstuk 4 de regierol die de gemeente wil vervullen aangegeven wordt. Als laatste zal in hoofdstuk 5 worden aangegeven wat de verdere planning is om te komen tot een beleidsplan Wmo voor de gemeente Elburg.


---


2. Wmo in het kort


2.1 De gedachte achter de Wmo

De visie van de rijksoverheid op de werking van de Wmo is in één woord samen te vatten: meedoen. Het meedoen van álle burgers aan álle facetten van de samenleving, met inachtneming van een eventuele fysieke of psychische beperking. Zelfredzaamheid staat hierbij voorop.

Voor ondersteuning en/of hulp is men daarbij in eerste instantie aanwezen op vrienden, familie of bekenden om daarmee de onderlinge betrokkenheid tussen mensen te onderstrepen. Van rijkswege wordt hiervoor ook de term `'civil society'' gehanteerd. Als de betrokkenheid van naasten geen of onvoldoende soelaas kan bieden, is er ondersteuning vanuit de gemeente mogelijk en van belang.

Het eindperspectief van de Wmo is een samenhangend lokaal beleid op het gebied van de maatschappelijke ondersteuning en aanpalende terreinen in de sfeer van wonen, welzijn en zorg. Voor mensen die intensieve zorg nodig hebben blijft de volksverzekering in de vorm van de Awbz van toepassing. Daarnaast is er nog de Zorgverzekeringswet als basisverzekering voor kortdurende, curatieve medische zorg.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Zorgverzekeringswet Awbz Kortdurende, curatieve
Kostbare, onverzekerbare, zware en medische zorg
(Zorgverzekeraars) langdurige medische zorg (RIJK)

Wmo Welzijnswet, WVG en rg niet-medische zo (Gemeenten)


2.2 De wet

De Wmo is een nieuwe wet, waarin de volgende wetten en regelingen zijn ondergebracht:
* de Welzijnswet 1994;

* de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg);
* een aantal subsidieregelingen uit de Awbz;
* de Huishoudelijke Verzorging uit de Awbz (in de Wmo: Hulp bij het huishouden);
* de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ).

Door deze bundeling van wetgeving worden gemeenten beter in staat gesteld om daadwerkelijk integraal beleid te voeren om burgers te kunnen ondersteunen om mee te doen.


2.3 De prestatievelden

De wet omschrijft negen prestatievelden waarop de gemeente zijn beleid invulling moet geven.


1 Bevorderen van de sociale samenhang en leefbaarheid;
2 Preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen en ouders;
3 Informatie en advies;

4 Ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers;
5 Bevorderen van deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren;
---


6 Verlenen van voorzieningen om de maatschappelijke participatie van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem te bevorderen;

7 Maatschappelijke opvang;

8 Bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg;
9 Voeren van verslavingsbeleid.


2.4 De burger draagt meer eigen verantwoordelijkheid

De Wmo benadrukt veel explicieter dan voorheen de eigen verantwoordelijkheid van burgers. Uitgangspunt is dat burgers, zoveel mogelijk, de eigen problemen oplossen en zelf hulp organiseren vanuit hun sociale en maatschappelijke verbanden. De gemeente stimuleert burgers eigen verantwoordelijkheid te dragen en draagkracht te ontwikkelen maar zorgt ook voor een maatschappelijk vangnet voor hen die dit (nog) niet kunnen.

Normaal gesproken zorgen huisgenoten die met elkaar samenleven zoals partners, ouders en kinderen, tot op een bepaald niveau voor elkaar. Deze `gebruikelijke zorg' heeft een verplichtend karakter hetgeen betekent dat er bij de indicatiestelling van wordt uitgegaan, dat huisgenoten deze zorg ook (gaan) verlenen.

Schema positie:
zelfzorg
mantelzorg
Wmo

AWBZ

Schema verantwoordelijkheid voor bieden van ondersteuning en zorg:
- eerst de eigen verantwoordelijkheid (zelfzorg),
- dan ondersteuning door naaste omgeving,

- ten derde beroep op de Wmo voor een vorm van ondersteuning,
- tenslotte beroep op zorg via AWBZ.


2.5 Het vierjarig beleidsplan

In de wet is geregeld dat het gemeentebestuur voor een periode van maximaal vier jaren een plan vaststelt. Dit plan kan tussentijds worden bijgesteld. Het plan geeft in ieder geval aan:

· de doelstellingen per prestatieveld;

· de samenhang tussen de prestatievelden en de acties die periode worden ondernomen;
· welke resultaten de gemeente wenst te behalen;
· welke maatregelen er worden genomen om de kwaliteit te borgen van de uitvoering;
· welke maatregelen er worden genomen om jeugdigen en ouders met opvoedingsproblemen, mensen met beperkingen, mensen met chronisch psychische problemen en mensen met psychosociale problemen keuzevrijheid te bieden over de activiteiten van maatschappelijke ondersteuning;

· op welke wijze de gemeenteraad en het college zich hebben vergewist van de behoeften van kleine doelgroepen.


---


3. Uitgangspunten gemeente Elburg


3.1 Inleiding

In de regionale notitie zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd voor de verdere uitwerking van de lokale Wmo beleidsplannen. Op basis van de bijeenkomsten met de Raad, de externe partners en interne gesprekken met de wethouder en beleidsmedewerkers zijn in een interne bijeenkomst de regionale uitgangspunten vertaald naar een aantal lokale uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn tevens een verdere uitwerking van het raadsbesluit van juni 2006. De uitgangspunten zijn de leidraad bij de verdere invulling van het Wmo beleidsplan. In de uitgangspunten hebben we ook een zekere ambitie voor de komende periode neergelegd. Deze ambitie is wel afgestemd op de praktijk. Ambities moeten een zekere uitdaging vormen, maar niet onmogelijk zijn. Niet alles kan, maar we willen wel stappen zetten.


3.2 De uitgangspunten


1. Een sociaal beleid voor iedereen

Wij willen als gemeente een sociaal beleid voeren, waardoor Elburg leefbaar is voor alle inwoners, ongeacht beperking. Dit betekent dat elke inwoner, zolang als mogelijk, zelfstandig moet kunnen functioneren in de eigen sociale omgeving. Dit doen we met elkaar, voor elkaar en naast elkaar.


2. Een voorzieningenniveau wat aansluit bij de behoefte

De Wmo is voor alle inwoners van de gemeente Elburg. Dit betekent dat wij een basisvoorzieningenniveau willen handhaven waar alle inwoners van de gemeente terecht kunnen. Hierbij denken we o.a. aan het welzijnswerk, bibliotheken, accommodaties etc. Voor specifieke doelgroepen willen we specifieke voorzieningen behouden en versterken. Op welke doelgroepen er een extra accent gelegd moet worden, wordt meegenomen bij de ontwikkeling van het Wmo beleidsplan. Hierbij gaan we uit van een vraaggericht aanbod.


3. De eigen zelfredzaamheid en kracht van de burgers staat voorop

We gaan uit van de eigen zelfredzaamheid en kracht van de burgers. Wij willen dit faciliteren door te zorgen voor goede ondersteuning van de informele zorg en een goed en toegankelijk aanbod aan algemene voorzieningen. Als de informele zorg en algemene voorzieningen niet toereikend zijn, kan er een beroep gedaan worden op individuele voorzieningen, die het sociale vangnet in onze gemeente vormen.


4. Versterken en stimuleren verenigingen en kerken

We gaan uit van de kracht die er in de gemeenschap aanwezig is, dit betekent dat we ook niet alles willen organiseren en formaliseren. Wel willen we het grote netwerk van verenigingen en kerken in de gemeente stimuleren en versterken, zodat hun rol hierin zich nog verder kan ontwikkelen.


5. In overleg en samen met organisaties en cliënten

De inbreng van professionele organisaties, verenigingen en kerken vinden we erg waardevol. Zij leveren een belangrijke bijdrage aan de vormgeving van het Wmo beleidsplan en de uitvoering hiervan. We betrekken de organisaties daarom bij het opstellen van het plan door het organiseren van bijeenkomsten, maar blijven ook in overleg over de uitvoering hiervan.

Om de cliëntenparticipatie te waarborgen is een Wmo Adviesraad ingesteld, waarin alle doelgroepen vertegenwoordigd zijn. De Wmo Adviesraad is het aanspreekpunt voor de gemeente. Zij zullen dan ook bij het opstellen en de uitvoering van het Wmo beleidsplan worden betrokken.


---


6. Lokaal versus regionaal

Bij het opstellen en uitvoeren van het Wmo beleidsplan gaan we primair uit van een lokale invulling. We kiezen voor een regionale invulling, als dit een meerwaarde oplevert. Meerwaarde ontstaat als er kennis, expertise en mankracht uitgewisseld kan worden. Ook worden zaken transparanter. De regionale samenwerking mag niet de slagkracht van de gemeente verkleinen en het lokale maatwerk mag niet verloren gaan.


7. Versterken samenhang en samenwerking

De Wmo biedt de kans om de samenwerking en de samenhang tussen sectoren en beleidsterreinen te versterken. Dit willen we concreet vormgeven door het wijkgericht werken intersectoraal vorm te geven, waarbij er een overkoepelend beleid wordt geformuleerd.


8. Met een open blik kijken naar bestaand beleid en activiteiten

De prestatievelden van de Wmo zijn niet nieuw. Als gemeente hebben we al op veel terreinen beleid ontwikkeld en wordt er een veelheid aan activiteiten uitgevoerd. De Wmo biedt wel de kans om bestaande activiteiten tegen het licht te houden en te kijken in hoeverre we tot een herijking van activiteiten moeten komen. Maar ook om te kijken of we lacunes moeten invullen en overlappen kunnen voorkomen. Wat goed gaat, laten we zeker bestaan!


9. Van visie naar resultaten en prestatieafspraken

We willen per prestatieveld een visie formuleren, gekoppeld aan doelen en resultaten. Hiervoor doen wij intern een eerste aanzet, maar willen we ook de externe partners betrekken. Op deze wijze zorgen we voor een gedragen visie. Waar mogelijk willen we ook streefwaarden formuleren. Hierbij willen we wel opmerken dat de streefwaarden geen doel op zich moeten worden en dat het behalen van de streefwaarden van veel externe factoren afhangt.

Om onze doelen en resultaten te behalen, zullen we afspraken met de organisaties maken op welke wijze zij hier een bijdrage aan kunnen leveren en welke prestaties zij hiervoor leveren.


10.
Invulling Wmo-budget

Het beschikbare Wmo-budget wordt geoormerkt voor de volgende nieuwe activiteiten, voortvloeiend uit de Wmo: Individuele verstrekkingen, Wmo-loket, Wmo Adviesraad en preventieve activiteiten die er voor zorgen dat er minder een beroep gedaan hoeft te worden op de individuele verstrekkingen.

Voor de individuele verstrekkingen is een vast budget beschikbaar. Bij een overschot, worden deze middelen geoormerkt. Hierdoor kunnen schommelingen in de uitgaven opgevangen worden. Voor de Wmo Adviesraad en het Wmo-loket is tevens een vast budget beschikbaar. Het restbudget wordt ingezet voor preventieve activiteiten.

Alle overige zaken, zoals brede school, bibliotheekbeleid, jeugdbeleid etc. vallen onder de algemene middelen. Door het maken van een integrale afweging worden deze middelen zo effectief mogelijk ingezet om de gestelde doelen en resultaten te behalen.
---


4. De gemeente als regisseur


4.1 Inleiding

In de verkennende notitie-vierjarenbeleidsplan die in RVN-verband is opgesteld, is aangegeven dat de gemeente een keuze moet maken op welke wijze de gemeente zijn regierol wil vervullen. Deze vraag is ook in de bijeenkomsten met de externe partners en Raad en bij de gesprekken met de wethouder en interne medewerkers aan de orde gekomen. Op basis van deze uitkomsten en in het verlengde van de gestelde uitgangspunten in hoofdstuk 4 is de onderliggende regierol bepaald.


4.2 De regierol van de gemeente in het kader van de Wmo

De regierol van de gemeente wordt op de volgende wijze ingevuld:


· De gemeente heeft in het kader van de Wmo de taak om de kaders vast te stellen. De gemeente heeft dit gedaan door in de Raad van juni 2006 een aantal uitgangspunten vast te stellen voor de uitvoering van de Wmo, waarvan de onderliggende kadernota een verdere uitwerking is.

· De gemeente stelt de prioriteiten.
De gemeente bepaalt deze prioriteiten door de externe en interne signalen die zij ontvangt. Bij het vaststellen van de prioriteiten voor het beleidsplan Wmo van 2008-2011 wil zij ook de externe partners en de Wmo Adviesraad betrekken.
· De gemeente heeft een paraplufunctie en bewaakt de samenhang. De Wmo behelst diverse beleidsterreinen van de gemeente. De gemeente bewaakt hierin de samenhang door intern intersectoraal te werken en extern partners te motiveren en te stimuleren samen te werken. Hiervoor initieert en ondersteunt de gemeente diverse samenwerkingsvormen.

· De gemeente heeft een aanjaagfunctie.
De gemeente wil de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij de burgers en organisaties leggen. Zij moeten zelf met oplossingen komen. De gemeente wil hierin wel een stimulerende rol vervullen door het initiëren en faciliteren van nieuwe ontwikkelingen.
· De gemeente neemt de verantwoordelijkheid waar nodig. Niet in alle gevallen kan de verantwoordelijkheid bij de burgers en organisaties liggen. De gemeente zorgt voor het sociale vangnet en neemt de eindverantwoordelijkheid bij noodsituaties.

· De gemeente bewaakt en evalueert.
De gemeente wil de voortgang van de uitvoering van de Wmo periodiek bewaken en evalueren. Op deze wijze wil de gemeente er voor zorgen dat er tijdig kan worden bijgestuurd om de gestelde doelen en resultaten te behalen en de kwaliteit te waarborgen.


---


5. Planning om te komen tot het Wmo-beleidsplan


5.1 Het vervolg

Na bespreking van de kadernota in de Raad, zal er invulling worden gegeven aan het Wmo beleidsplan. Hiervoor zal intern een tweetal bijeenkomsten worden georganiseerd waar verder ingegaan wordt op het formuleren van een visie per prestatieveld met daaraan gekoppeld de doelen en resultaten en waarbij de huidige activiteiten tegen het licht worden gehouden.

Het stellen van prioriteiten en bepalen van de acties voor de komende jaren, willen we niet alleen bepalen, maar in overleg en samen met de betrokken (vrijwilligers)organisaties en Wmo Adviesraad. Hiervoor zal een bijeenkomst worden georganiseerd. Door de partners in deze fase te betrekken willen we benadrukken dat de ontwikkeling, maar ook uitvoering een gezamenlijke verantwoordelijkheid is.

Tevens zal het concept Wmo beleidsplan in de inspraakprocedure worden voorgelegd.


5.2 Tijdspad

Actie Tijdspad Bespreken kadernota Wmo door Raad December 2007 Interne bijeenkomst bepalen visie, doelen en December 2007/Januari 2008 resultaten
Bijeenkomst (vrijwilligers)organisaties/ Wmo Adviesraad Februari 2008 Opstellen concept Wmo beleidsplan Januari/februari 2008 Inspraakprocedure (conform Awb 6 weken) Maart/april 2008 Vaststellen Wmo beleidsplan in Raad April/ mei 2008


---

Bijlage Historie


1.1 Wmo in 2005


1.1.1 Startnotitie

Halverwege 2005 heeft de gemeenteraad de startnotitie Wmo vastgesteld. Het doel van de notitie was om een doorkijk te geven op de mogelijke consequenties van de nieuwe wet voor het beleid van de gemeente en de uitvoeringsorganisaties. De notitie geeft inzicht op de bedoelingen en achtergronden van de Wmo. Het schetst de rol van de gemeente daarbinnen en de randvoorwaarden die het Rijk daarbij heeft bepaald.


1.1.2 Discussienota Meedoen

De gemeente Elburg werkt op het terrein van de Wmo intensief samen met gemeenten binnen het werkgebied van de Regio Noord-Veluwe (RNV), bestaande uit de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten.

In 2005 is een discussienota Meedoen voorbereid binnen het RNV-verband. De discussienota was bedoeld om een aanzet te geven voor een richtinggevende discussie over de Wmo in de zes gemeenteraden van de Regio Noord-Veluwe.

De Wmo-uitgangspunten voor de discussie waren:

1. Ons sociale beleid is voor alle inwoners

2. De eigen verantwoordelijkheid van de burger staat voorop
3. Zorgreducering

4. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten
5. Tweesporenbeleid bij invoering van de Wmo

6. Regionale samenwerking

7. De Wmo moet houdbaar zijn, dus sober en doelmatig
8. Regierol gemeente

9. Zo min mogelijk bureaucratie


1.1.3 Bijeenkomsten met raadfracties en vragende en aanbiedende partijen

Eind 2005 is de discussienota Meedoen besproken in een bijeenkomst met de raadsfracties en een bijeenkomst met de vragende en aanbiedende partijen. Onderwerp van de bijeenkomsten waren de uitgangspunten, zoals genoemd in paragraaf 2.1.2.

De uitkomsten waren als volgt:

Algemene uitgangspunten
De fracties waren het over het algemeen eens met de uitgangspunten. Wel waren er zorgen over de gewenste zorgreducering: zou dit niet tot hoge drempels leiden om een aanvraag voor een voorziening te doen. Tevens werd er gepleit voor een goede toegang tot de voorzieningen. De aanbieders en vragers benadrukten de preventie en vroegen aandacht voor de lokale invulling in de regionale samenwerking. Ook werd een aandacht gevraagd voor de ontwikkeling van de civil sociëty.

Loket
Over het feit of alle aanbieders fysiek aanwezig moeten zijn in het loket waren de meningen verdeeld. Door een goede vraagopvolging was dit volgens sommige partijen niet nodig, terwijl door anderen werd aangegeven dat er geen nieuw `kastje naar de muur systeem' moet ontstaan. Bij de fracties leefde de gedachte van een loket in het gemeentehuis nog. Bij aanbieders en vragers was het signaal eenduidig: het loket moet buiten het gemeentehuis. De politiek voelde voor de brede
1-loketgedachte. De aanbieders en vragers waren in meerderheid tegen, vanwege de bureaucratie. Het loket zou zich in alle kernen moeten presenteren.


10

Huishoudelijke verzorging
De deelnemers vonden in meerderheid dat de indicatiestelling in lijn met de Wvg ingevuld zou moeten worden, dus door gekwalificeerde medewerkers van de gemeente. Verder vonden de deelnemers dat de keuzevrijheid van de klant niet beperkt moest worden tot de keuze voor een PGB of zorg in natura. De eigen bijdrage zag men als financieel noodzakelijk. Er werd algemeen gekozen voor een bijdrage naar inkomen.

Cliëntenparticipatie
Bij de fracties was men overwegend voor één adviesraad voor alle doelgroepen. Aanbieders en vragers dachten daar veel verdeelder over. Wel was er de zorg voor een tijdeconomisch goede invulling van het overleg. Het belang van samenwerking tussen de organen werd door iedereen onderkend.


1.2 Wmo in 2006


1.2.1 Notitie beleidsuitgangspunten

Op basis van de discussienota hebben de RNV-gemeenten in 2006 een notitie geschreven met beleidsuitgangspunten. Deze notitie diende als basis voor de verdere besluitvorming rondom de inwerkintreding van de Wmo op 1 januari 2007. In de notitie wordt beschreven welk beleid gemeenten kunnen voeren op de drie onderstaande onderdelen:

- Individuele verstrekkingen

- Wmo-loket

- AWBZ-subsidieregelingen

Op basis van deze notitie en de uitgangspunten uit de discussienota Meedoen heeft de gemeenteraad van Elburg op 3 juli 2006 het volgende vastgesteld voor de uitvoering van de Wmo per 1 januari 2007:


1. Ons sociale beleid is voor alle inwoners van Elburg.
2. De eigen verantwoordelijkheid van de burger staat voorop. De gemeente faciliteert preventieve activiteiten om zorgvraag te voorkomen.

3. Kwalitatieve zorg op een basisniveau moet gegarandeerd zijn.
4. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten
5. Zorg moet betaalbaar blijven, hetgeen betekent een sobere en doelmatige uitvoering van de Wmo, zo mogelijk binnen de daartoe beschikbaar gestelde financiële middelen.
6. T.a.v. cliëntenparticipatie de volgende uitgangspunten vaststellen: a) Het bevorderen van éénduidige advisering uit het veld b) het tegengaan van verschillende overlegmomenten over dezelfde onderwerpen c) alle cliëntgroepen zijn vertegenwoordigd.
7. Inzake de individuele verstrekkingen:

· Investeren in algemene c.q. collectieve voorzieningen, als voorliggende voorziening voor een individuele verstrekking.

· Definitie huishoudelijke verzorging AWBZ overnemen en het de huidige protocollen HV, indicatiestelling en gebruikelijke zorg invoeren als gemeentelijk beleid.
· Huidige WVG-beleid zoveel mogelijk ongewijzigd voortzetten.
· Indicatiestelling hulp bij huishouden zoveel mogelijk conformeren aan huidige WVG-praktijk.
· Invoeren van 1 eigen bijdrage regeling naar draagkracht voor alle individuele verstrekkingen, tenzij regelgeving dit niet mogelijk maakt.
· Hulp bij het huishouden met (zoveel mogelijk) RNV-gemeenten Europees aanbesteden.
· Relatief meer Alphahulp realiseren.

· Uitgangspunt voor bepalen hoogte PGB stellen op 75% van vergelijkbare natura-voorziening.
· Steekproefgewijze controle op besteding PGB.
· Instemmen met invoering van primaat van een losse woonunit.


---


1.3 Wmo in 2007


1.3.1 Loket

Eind 2005 is een start gemaakt met het realiseren van het Wmo-loket in het gemeenschapscentrum `t Huiken. Het loket is opgezet vanuit de visie dat het loket de poort is naar integrale dienstverlening. In het loket participeren daarom ook het Maatschappelijk Werk Veluwe, MEE en Stichting WIEL. Zij hebben hiervoor in 2006 een intentieverklaring getekend. Per 1 januari 2007 is het Wmo-loket operationeel. Het loket is bedoeld voor alle mensen met een beperking en is zowel telefonisch als fysiek bereikbaar. Ook zal bekeken worden of in de toekomst de toegang tot de jeugdzorg via het loket kan worden geregeld.

De volgende kernfuncties worden aangeboden:

· Informatieverstrekking

· Advies

· Vraagverheldering

In regionaal verband is gezamenlijk een digitaal loket Wonen, Welzijn en Zorg ontwikkeld. Het ideale digitale loket moet vijf functies kunnen vervullen: informatieverstrekking, advies, vraagverheldering, toegang (het aanvragen van een indicatie) en aansturing levering (de levering van een deel van de producten kan wellicht direct door loket worden aangestuurd).


1.3.2 Individuele voorzieningen

Voor de Individuele voorzieningen is een Wmo-verordening opgesteld aan de hand van het VNG- model en de vastgestelde beleidsuitgangspunten. Vanuit het Wmo-loket verstrekt de gemeente per 1 januari 2007 de volgende individuele voorzieningen:
- hulp bij het huishouden

- woningaanpassingen

- PGB

- Rolstoelen

- Vervoersvoorzieningen

- Mogelijkheden tot begeleiding bij zelfstandig wonen in alle kernen

In het 4e kwartaal van 2007 wordt een evaluatie van de verstrekkingen in 2007 uitgevoerd. De uitkomsten van deze evaluatie worden ook meegenomen in het Wmo beleidsplan. In de tweede helft van 2007 heeft er samen met de gemeenten Oldenbroek, Nunspeet, Harderwijk en Ermelo een aanbesteding voor de Wmo-hulpmiddelen plaatsgevonden.


1.3.3 Verkennende notitie 4-jarenbeleidsplan

In de verkennende notitie-vierjarenbeleidsplan is in RNV-verband aangegeven welke prestatievelden regionaal zouden kunnen worden opgepakt en welke lokaal. Hiervoor is eerst het regionale -en lokale beleid in beeld gebracht. Deze verkennende notitie is in elke gemeente voorgelegd aan de externe partners. Kort samengevat worden de volgende voorstellen gedaan:

Omschrijving Voorstel
Regierol Keuze maken:

1. De gemeente aan het roer
2. Stuurman van je eigen leven
3. De burger en zijn verbanden Visie Instemmen met de (algemene) visie op de negen prestatievelden. Prestatievelden Voorstel aanpak

1. Leefbaarheid en sociale Keuze voor lokale aanpak. samenhang
Regionale aspecten: op terreinen waar regionale samenwerking plaatsvindt, deze voortzetten.
2. Preventieve ondersteuning In principe keuze voor regionale aanpak: Voorzetten jeugd samenwerking/regisseursrol onder regie van Regio Noord-Veluwe (uitvoering Wet op de Jeugdzorg; jeugd- en strafketen; uivoering Leerplichtwet; integrale
12

Jeugdgezondheidszorg 0- 19 jaar; uitwerking convenant met de provincie Gelderland).

Daarnaast lokale aanpak: afspraken/binding met lokale organisaties.
3. Informatie, advies en Keuze voor lokale aanpak. cliëntondersteuning
Onderdelen voor regionale samenwerking:
· Digitaal loket (RNV)
· Jeugdloket (RNV)
· Cliëntondersteuning (RNV)
4. Mantelzorg Keuze voor regionale aanpak bij mantelzorg (RNV) naast lokale aspecten en vrijwilligers zoals lokale steunpunten mantelzorg.

Keuze voor lokale aanpak bij vrijwilligerswerk. Op terreinen waar regionale samenwerking plaatsvindt, deze voortzetten.
5. Bevorderen deelname Keuze voor lokale aanpak. maatschappelijk verkeer
Regionale aspecten: op terreinen waar regionale samenwerking plaatsvindt, deze voortzetten.
6. Verstrekken individuele Keuze voor lokale aanpak. voorzieningen
Regionale aspecten: op terreinen waar regionale samenwerking plaatsvindt, deze voortzetten.
7, 8 en 9 Maatschappelijke Keuze voor regionale aanpak bij ontwikkeling beleid (gemeente Harderwijk) Opvang, OGGZ en
verslavingszorg Keuze voor regionale aanpak bij collectieve GGz-preventie (RNV)


1.3.4 Bijeenkomsten met externe partijen en Raad

Om een lokale invulling te geven aan het vierjarenbeleidsplan heeft de gemeente op 25 april 2007 een inventarisatiebijeenkomst georganiseerd met externe organisaties, kerken en verenigingen. De volgende thema's stonden centraal in deze bijeenkomsten:
· Bevorderen van mee-doen/participatie
· Bevorderen eigen verantwoordelijkheid
· Bevorderen van solidariteit/Bevorderen civil society
· Regierol/Bevorderen samenhang

· Bevorderen van inclusief beleid

Op basis van dezelfde thema's is op 9 mei 2007 een werkbijeenkomst georganiseerd met de gemeenteraad. Tevens zijn er gesprekken gevoerd met de wethouder en beleidsmedewerkers op de terreinen welzijn, zorg, onderwijs, sociale zaken, veiligheid, wijkgericht werken en wonen.

Naast de uitkomsten die zijn meegenomen bij het opstellen van de uitgangspunten en de regierol van de gemeenten komt uit de gesprekken naar voren dat het voorzieningenniveau in Elburg over het algemeen goed bevonden wordt. De samenwerking tussen gemeente en instellingen goed is. De lijnen zijn kort.

Wijkgericht werken staat bij alle partijen hoog op de agenda. De eerste goede stappen zijn hiervoor al gezet, zoals het instellen van wijkcomite's. De aandacht voor de komende periode moet vooral liggen in de kaders en structuur scherper stellen en kijken naar de mogelijkheden van een verbreding van het wijkcomité naar het sociale vlak. Ook het bevorderen van contacten tussen verschillende groepen in de wijk en het stimuleren dat men elkaar beter leert kennen, wordt belangrijk gevonden.

Mantelzorg en vrijwilligers hebben een onschatbare waarde voor de samenleving. Dit wordt ook zo door alle partijen gevoeld. Men maakt zich zorgen over de druk die er ligt op zowel mantelzorgers als vrijwilligers. Goede ondersteuning wordt belangrijk gevonden, maar ook het benaderen van nieuwe doelgroepen voor het vrijwilligerswerk, zoals de groep tussen de 30 en 40 jaar en jongeren. Voor deze laatste groep moet gezorgd worden voor maatschappelijke stages.

Het bevorderen van het maatschappelijk verkeer wordt erg belangrijk gevonden. De verenigingen en kerken hebben, naast de professionele organisaties, hier volgens de verschillende partijen een
13

belangrijke rol in. De indruk is dat er meer gebeurd in de buurthuizen en bij kerken en verenigingen dan bekend is bij alle inwoners.

Om alle doelgroepen te kunnen bereiken, zou er goed inzicht moeten zijn in wat er bij de verschillende doelgroepen leeft. Hierdoor kan er ook beter bepaald worden op welke wijze de doelgroepen het beste benaderd kunnen worden. Uitgangspunt moet volgens partners zijn: algemeen waar mogelijk, individueel waar nodig.

Over de individuele voorzieningen is men tevreden. Er is voor keuze van de klant gekozen om een contract met vier zorgaanbieders aan te gaan. Tot nu toe houden klanten het vooral bij het vertrouwde.

Prioriteiten op het gebied van gezondheid en voor de eerste twee punten ook bij het jeugdbeleid, liggen volgens de partners op het terrein van alcohol/drugs, overgewicht en depressie.


14


15