Arnhem, 4 december 2007
Nederland in top 10 wereldwijd onderzoek prestaties 15-jarigen
Nederlandse 15-jarigen doen het internationaal gezien goed in de
natuurwetenschappen. In wereldwijd onderzoek onder 57 landen staat
Nederland op de negende plaats. Binnen Europa scoren alleen Finland en
Estland beter. Staatsecretaris Marja van Bijsterveldt van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap (OCW) neemt vandaag het rapport met de
Nederlandse resultaten van het OESO Programme for International
Student Assessment (PISA) 2006 in ontvangst.
In Nederland is het Ministerie van OCW opdrachtgever van het
PISA-onderzoek. De uitvoering ervan is in handen van Cito. Het
peilingsonderzoek wordt sinds 2000 om de drie jaar wereldwijd
uitgevoerd onder 15-jarige leerlingen. PISA verzamelt gegevens over
leesvaardigheid en kennis en vaardigheden in wiskunde en in
natuurwetenschappen.
Natuurwetenschappen
Het accent van PISA lag in 2006 op kennis en vaardigheden in
natuurwetenschappen. Nederlandse leerlingen scoren hierop gemiddeld
hoog. Slechts twee Europese landen hebben een hogere gemiddelde score
voor natuurwetenschappen: Finland en Estland. In de lijst van alle
deelnemende landen staat Nederland op de negende plaats. In een aantal
landen, waaronder koploper Finland, scoren meisjes hoger dan jongens,
maar in Nederland scoren meisjes significant lager dan jongens.
PISA heeft ook gegevens verzameld over de houding van leerlingen ten
aanzien van natuurwetenschappen. Hieruit blijkt dat leerlingen op de
praktijkonderwijs-scholen de meeste interesse hebben in
natuurwetenschappen. Leerlingen op vmbo tonen veel minder interesse.
Ook de interesse van de havo en vwo leerlingen is gering. In alle
opleidingstypen tonen meisjes minder interesse in natuurwetenschappen
dan jongens.
Leesvaardigheid en wiskunde
Internationaal gezien staat Nederland voor leesvaardigheid op de
tiende plaats. Ook België en Duitsland scoren op leesvaardigheid
bovengemiddeld. Nederland staat voor wiskunde op de vijfde plaats.
België scoort ook bovengemiddeld en staat op de dertiende plaats.
Duitsland, Zweden, Ierland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk
scoren rond het OESO-gemiddelde.
Trends
In Nederland is tussen 2003 en 2006 een daling in de gemiddelde score
voor leesvaardigheid opgetreden, maar deze daling is niet significant.
Wel is er in de lage vaardigheidsniveaus een significante daling. De
Nederlandse gemiddelde score voor wiskunde is in 2006 vergeleken met
2003 significant gedaald. Deze daling is vooral toe te schrijven aan
de lagere prestatie van meisjes. De daling doet zich voor in de hoge
vaardigheidsniveaus. Voor natuurwetenschappen is de gemiddelde score
nagenoeg gelijk gebleven.
Meer informatie
Kijk voor het volledige rapport op de site.
Cito