Radboud Universiteit Nijmegen


Persbericht 07 -131

Nijmegen, 16 november 2007

Internationaal symposium voor kunsthistorici

Imitatie en canonvorming in de schilderkunst

Imitatie en canonvorming in de renaissance staan vrijdag 23 november centraal op het internationale symposium 'Looking Backwards, Moving Forwards'. Het symposium is georganiseerd door de opleiding Kunstgeschiedenis van de Radboud Universiteit in samenwerking met de Onderzoekschool Kunstgeschiedenis.

Kunsthistorici uit binnen- en buitenland gaan in op de rol die opzettelijke imitatie heeft gespeeld voor de canonvorming in de beeldende kunst van de vijftiende en zestiende eeuw, in respectievelijk Italië en de Nederlanden. Bepalen deze processen nog altijd hoe wij tegen de renaissancekunst en -canon aankijken? Sprekers besteden onder meer aandacht aan de kunst van Michelangelo, Raphael, Albrecht Dürer, Pieter Bruegel en Caravaggio.

Artiestieke canon in de zestiende eeuw

Jan van Eyck, Jeroen Bosch, Pieter Bruegel, Michelangelo, Raphael, Titiaan en Caravaggio: kunstenaars die we tegenwoordig tot de grote meesters van de kunstgeschiedenis rekenen. Niemand twijfelt er aan dat deze kunstenaars tot de canon horen. Maar was hun status tijdens hun leven en kort daarna ook al onaantastbaar?

In de zestiende eeuw was er zowel in Noord- als in Zuid-Europa volop discussie over wie of wat tot de artistieke canon moest worden gerekend. Kunstenaars droegen zelf bij aan dat debat door in hun kunst bewust naar andere kunstwerken te verwijzen. Door deze referentie aan de compositie van een illustere voorganger of een motief uit diens werk, bepaalden deze kunstenaars hun eigen positie, en tegelijkertijd ook die van hun voorganger.

Inspiratiebronnen

Pieter Bruegel, in de zestiende eeuw in Antwerpen actief, liet zich bijvoorbeeld in zijn kunst inspireren door Jeroen Bosch, die een halve eeuw eerder leefde. Door de diablerie, de duivels en demonen van Bosch, te imiteren, verwierf Bruegel de bijnaam 'de nieuwe Bosch'. Bruegels imitatie van Bosch droeg bij aan zijn eigen reputatie, maar versterkte tevens ons beeld van Jeroen Bosch als schilder van duivels en demonen.

Zo zien we de artistieke canon van de renaissance zich langzaam vormen in de zestiende eeuw. Als Raphael in 1520 sterft, zien velen hem al als een van de grootste kunstenaars aller tijden. Raphael wordt geprezen als een veelzijdige kunstenaar, die zowel excelleerde in zijn ontwerp als in zijn kleurgebruik. Niet iedereen deelt die mening echter. In 1540 wordt Rafaël in het Hertogdom Ferrara bewonderd als classicist, maar lokale schilders beschouwen zichzelf als betere coloristen. Dit contrast benadrukken ze door een compositie van Raphael te imiteren, maar deze op essentiële punten te wijzigen en te 'verbeteren'.

Noot voor de pers:

Programma: http://www.ru.nl/kunstgeschiedenis/actueel/nieuws_en/symposium_'looking/

Plaats: Spinozagebouw, Montessorilaan 3.

Tijd: 09.45 - 17.15 uur

Informatie en contact: drs. Christel Theunissen, afd. kunstgeschiedenis, tel. (024) 361 26 23

Wetenschapsredactie Radboud Universiteit Nijmegen, tel. (024) 361 60 00;

wetenschapsredactie@communicatie.ru.nl

Zie ook www.ru.nl/onderzoek en blijf op de hoogte via www.ru.nl/wetenschapsagenda