Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De voorzitter van de Tweede Kamer
Der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
Den Haag Ons kenmerk
9 november 2007 DE/2007/45523
Onderwerp
Schriftelijke aanvullende beantwoording
nota-overleg Emancipatie
Geachte voorzitter,
Hierbij stuur ik u aanvullende informatie over de onderwerpen waaraan ik in mijn eerste termijn van
het nota-overleg Emancipatie van 7 november jl. niet of onvoldoende ben toegekomen.
EVC's
Het instrument van EVC (Erkenning verworven competenties) kan inderdaad ingezet worden om
vrijwilligers en mantelzorgers in staat te stellen om hun kennis en vaardigheden meer en beter te
tonen, waardoor kansen op betaald werk toenemen. De Staatssecretaris van VWS onderzoekt
momenteel hoe we EVC effectiever kunnen inzetten voor vrijwilligers en mantelzorgers. Een van de
opties hiertoe is het project Leren & Werken, waarbinnen EVC een van de lijnen is. In dat project
worden de mogelijkheden bezien om - binnen de vastgestelde taakstelling voor EVC (die 60.000
trajecten omvat) - ruimte te maken voor vrijwillige inzet en mantelzorg. Bijvoorbeeld in het kader van
het project Duizend en één Kracht worden EVC-trajecten aangeboden aan vrouwen. Het traject
bestaat uit een intake (deels in de vorm van een empowerment training) waarbij een
competentieprofiel en actieplan worden opgesteld, vervolgens vindt plaatsing en begeleiding bij een
vrijwilligersorganisatie gedurende een aantal maanden plaats. Aan het eind van het traject wordt een
eindbeoordeling opgesteld (met certificaat) en wordt samen met de vrouw een plan voor toekomstige
ontwikkeling gemaakt. Die toekomstige ontwikkeling kan zijn het volgen van een opleiding, het zoeken
naar betaald werk, of verder gaan in vrijwilligerswerk. In de pilots die nu lopen in zes gemeenten,
worden dit soort intensieve trajecten aangeboden aan 240 vrouwen. Zoals u weet zal ik de komende
periode het project uitbreiden naar 25 gemeenten.
Economische zelfstandigheid
De norm voor economische zelfstandigheid is gebaseerd op het uitgangspunt in de bijstand dat een
alleenstaande van 70% WML rond zou moeten kunnen komen. Deze bijstandsnorm voor een
alleenstaande staat op geen enkele manier ter discussie. Daarom acht het kabinet een verandering in
de norm voor economische zelfstandigheid niet opportuun.
Pensioenvoorzieningen `gender neutraal'
Sinds 2005 heeft de Stichting Pensioenkijker op verschillende manieren aandacht gevraagd voor het
belang van pensioenopbouw bij jonge vrouwen. Getracht is de doelgroep te bereiken. Het
pensioenbewustzijn van jongeren op de arbeidsmarkt laat te wensen over. Dit heeft vooral negatieve
consequenties voor vrouwen, omdat zij vaker dan mannen in een kwetsbare positie zitten als het gaat
om het inkomen voor later.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag T +31-70-412 3456 F +31-70-412 3450 W www.minocw.nl
blad 2/4
Het kabinet onderschrijft de gedachte dat er nog een wereld is te winnen op het terrein van het
vergroten van het pensioenbewustzijn. Uit onderzoek blijkt dat de interesse en motivatie om zich in de
eigen oudedagvoorziening te verdiepen laag is. Alhoewel voorlichting over aanvullende pensioenen
onder de verantwoordelijkheid van sociale partners valt, draagt het kabinet wel bij aan verstrekken van
onafhankelijke pensioeninformatie via het geven van een rijksbijdrage aan de Stichting Pensioenkijker.
De systematiek van de aanvullende pensioenen is op zich `gender neutraal', zeker na de overstap van
de meeste pensioenfondsen naar een middelloonstelsel. Dat vrouwen en mannen andere
pensioenresultaten hebben, wordt veroorzaakt doordat vrouwen minder uren werken dan mannen.
Vandaar de hoofddoelstelling van hoofdstuk 1 van de Emancipatienota: verhogen van de
arbeidsparticipatie van vrouwen in personen en in uren. Waar het kabinet in de komende jaren het
belang van meer uren werken door vrouwen onder de aandacht gaat brengen zal ook de link met de
pensioenopbouw gelegd worden.
Verantwoording in Sociaal Jaarverslag Rijk voor resultaten participatie vrouwen
Hier werd verzocht om een schriftelijke reactie op het voorstel dat de minister van BZK expliciet
verantwoordelijk zou moeten worden en jaarlijks via het Sociaal Jaarverslag Rijk per departement
verantwoording zou moeten afleggen voor de resultaten met betrekking tot participatie vrouwen bij het
Rijk (instroom, doorstroom, succesfactoren, e.d.). ZBO's moeten hierin ook worden meegenomen.
Voor beantwoording van deze vraag verwijs ik naar de minister van BZK. De minister van BZK zal vóór
de voorjaarsnota met een schriftelijke reactie komen.
Genderspecifieke expertise bij de ABD
Per brief van 9 oktober 2007 (TK 30420 nr 54) heeft de minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties u geïnformeerd over de bijdrage aan het emancipatiebeleid van BZK. Onderdeel
hiervan is een plan van aanpak dat momenteel in ontwikkeling is en gericht is op het stimuleren van
het aantal vrouwen in toppposities bij het Rijk. Bekwaamheid in genderdiversiteit is hierbij een
essentiële voorwaarde om de acties als het benutten van netwerken en het inschakelen van
searchbureau's uit te voeren. Verder wordt in deze brief ingegaan op een aantal initiatieven in het
kader van extra aandacht binnen het reguliere loopbaanbeleid van het Rijk voor de ontwikkeling van
vrouwelijk talent in de reguliere managementfuncties bij de overheid. Voor overige vragen op dit
terrein verwijs ik u naar de minister van BZK.
Lotgenotenhulp seksueel geweld
De vraag of lotgenotenhulp landelijk kan worden aangeboden, zal ik doorgeleiden naar het ministerie
van Volkgezondheid, Welzijn en Sport.
Reservering uit PGO-fondsen voor VSK
De vraag of het mogelijk is VSK op te nemen in het PGO-fonds zal ik onder aandacht brengen van het
ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Daphne 3 gelden
Het Daphne III-programma is een subsidieprogramma van de Europese Unie voor projecten gericht op
het tegengaan van geweld tegen vrouwen en kinderen in de Europese Unie. Deelname is mogelijk voor
NGO's, lokale overheden, organisaties en verenigingen die actief zijn op het gebied van het tegengaan
van geweld tegen vrouwen en kinderen. De projecten moeten in het algemeen 12 tot 24 maanden
duren. De EU-bijdrage bedraagt maximaal 80% van de kosten. Het resterende deel van 20% moeten de
organisaties zelf bekostigen. Per project is een EU-bijdrage van maximaal 125.000 euro per jaar
beschikbaar. De eerste oproep voor het indienen van een projectsubsidieaanvraag zal binnenkort op
de website van het Daphne III,
http://ec.europa.eu/justice_home/funding/2004_2007/daphne/funding_daphne_en.htm worden
geplaatst. Ik zal de informatie over het Daphne III programma tevens op www.emancipatieweb.nl
plaatsen zodat deze informatie toegankelijk is voor alle organisaties en lokale overheden.
blad 3/4
Reactie op aanbevelingen CEDAW-comité en VN-Vrouwennetwerk
In de 5e Nederlandse voortgangsrapportage over de implementatie van het VN-Vrouwenverdrag in
Nederland, die in augustus 2008 aan het CEDAW-comité zal worden aangeboden, wordt ingegaan op
álle aanbevelingen. Uw kamer ontvangt een afschrift van deze rapportage.
Studerende moeders
In tegenstelling tot wat afgelopen donderdag in de Metro werd gesuggereerd, denk ik bij studerende
moeders zeker niet alleen aan tienermoeders. In de brief die ik uw kamer in oktober over dit onderwerp
heb gestuurd, ben ik uitgebreid ingegaan op de knelpunten die door het Steunpunt zijn
geïnventariseerd. Dat deze vrouwen het financieel niet ruim hebben is ongetwijfeld een feit, maar hun
situatie is niet anders dan die van bijvoorbeeld moeders in de bijstand of werkende moeders met een
minimuminkomen. Evenzeer betreur ik het dat er onvoldoende huisvesting is voor studenten - met en
zonder kinderen - maar ook daarvoor is geen pasklare oplossing voorhanden. Ik heb toegezegd met het
Steunpunt en studentendecanen te willen overleggen over voorlichting. Indien er dan nog grote
problemen voor deze groep blijven bestaan, zullen we allereerst de omvang hiervan in kaart moeten
brengen.
Beloningsverschillen overheid: waarom niet tot nul reduceren in deze kabinetsperiode
Voor beantwoording van deze vraag verwijs ik naar de minister van BZK. De minister van BZK zal via
het Sociaal Jaarverslag Rijk een uitgebreide schriftelijke reactie geven.
Anticiperend daarop kan het volgende worden meegegeven. Momenteel loopt er een onderzoek naar de
precieze aard en omvang van de beloningsverschillen in de sector Rijk. Op basis van de uitkomsten van
het onderzoek wordt een specifiek gericht beleid ten aanzien van het terugbrengen van de
beloningsverschillen geformuleerd en wordt een plan van aanpak gemaakt.
Gedifferentieerde aanpak allochtonen vrouwen
Er is gevraagd naar een gedifferentieerde benadering vrouwen en meisjes uit etnische minderheden,
omdat het huidige beleid zich nu alleen zou richten op kansarme groepen, en bijvoorbeeld niet ook op
hoogopgeleide vrouwen.
Zoals ik ook tijdens het debat heb aangegeven, kies ik er bewust voor extra aandacht te besteden aan
die groep meisjes en vrouwen die in een kansarme/kwetsbare positie verkeren voor wat betreft hun
mate van participatie aan de samenleving. Hun situatie vraagt echt om een extra impuls. Zij vormen
zeker geen homogene groep en uiteraard wordt bij de uitvoering van projecten gekeken naar de
behoeften en wensen van de vrouwen zelf. De trajecten die in het kader van Duizend en één Kracht
worden aangeboden zijn voor een groot deel maatwerk.
Een specifiek beleid op groepen die dat minder nodig hebben, ligt niet voor de hand. Wel deel ik uw
standpunt dat geleerd kan worden van de ervaringen van succesvolle vrouwen en dat deze vrouwen ook
als rolmodel ingezet kunnen worden. Op dit moment gebeurt dat vooral door de inspanningen van de
zogenoemde P-teams (Participatie-teams) die nu in 16 gemeenten zijn opgericht. In nog eens 23
gemeenten worden momenteel voorbereidingen getroffen voor het oprichten van een P-team of is er
een intentie dit te gaan doen. P-teams zetten zich expliciet in voor de participatie van allochtone
vrouwen. Dit doen zij enerzijds door op te treden als adviseur voor de gemeente, anderzijds door op te
treden als rolmodel voor allochtone vrouwen. Voor suggesties op welke andere manier succesvolle
vrouwen ingezet zouden kunnen worden, houd ik mij zeker aanbevolen.
Assertiviteitstraining voor mannen zodat zij om werken in deeltijd durven te vragen
In de afgelopen jaren is hier vanuit projecten Dagindeling ESF3 bij bedrijven aandacht aan besteed. De
trainingen maken bij de betreffende organisaties nu deel uit van het reguliere opleidingsaanbod.
Voorbeelden van deze projecten worden breder onder de aandacht gebracht via de website
www.dagindeling.nl en verspreiding van de evaluatie `Naar flexibele tijden tussen 7 en 7; resultaten en
aanbevelingen uit het programma Dagindeling om de combinatie van arbeid en zorg makkelijker te
maken'. Op dit vlak ga ik verder geen nieuwe initiatieven nemen.
blad 4/4
Stand van zaken Media-expertisecentrum
Het kabinet wil jongeren bewuster maken van de risico's én kansen van internet en media. Mede
daarom komt er een media-educatie- en expertisecentrum. Ook wordt de samenwerking tussen
initiatieven op het terrein van media-educatie verbeterd. Begin 2008 zal ik u een brief sturen waarin ik
functie, opzet en inrichting van het media-educatie- en expertisecentrum uitvoerig uiteenzet. Dit
centrum zal zijn kennis beschikbaar stellen aan onder andere het onderwijs en aan ouders.
Belasting van vrouwen door ambities en voorstellen diverse ministeries
Ik ben bereid het Sociaal en Cultureel Planbureau te vragen dit in kaart te brengen. Het resultaat
hiervan zend ik u voor de zomer van 2008 toe.
Evaluatie emancipatiesubsidieregeling
Het evaluatieonderzoek naar de ca. 200 projecten die vanaf 2004 hebben plaatsgevonden en nog lopen
in het kader van de subsidieregeling Emancipatieprojecten is op 1 november 2007 begonnen. Het
onderzoek levert conclusies over de effecten, de succes- en faalfactoren, selectie van succesvolle
projecten en geeft aanbevelingen voor uitrol van deze projecten. Na ontvangst van het eindrapport op
1 april 2008 zal ik uw kamer hierover informeren.
Reactie op Sardesonderzoek
De Kamer ontvangt binnen 4 maanden een schriftelijke inhoudelijke reactie op het Sardesonderzoek en
ik betrek daarbij de hoge uitval van jongens op de PABO alsook het project Talentenkracht.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
dr. Ronald H.A. Plasterk