Gemeente Rotterdam

Nr. 168
4 oktober 2007

Gemeente werkt aan verbetering informatievoorziening re-integratie

In het rapport 'Zicht op werk' uit de Rotterdamse Rekenkamer kritiek op de informatievoorziening over de re-integratietrajecten voor mensen in de bijstand. Wethouder Schrijer: 'Het klopt dat we de gemeenteraad nu nog niet tijdig genoeg van de beste informatie kunnen voorzien in de kwartaalrapportages. We werken daarom aan verbetering. Vanaf eind 2008, na implementatie van een nieuw informatiesysteem (RAAK), is deze situatie verholpen. Tot die tijd zullen we de raad aanvullend informeren.'

Op dit moment maakt Sociale Zaken en Werkgelegenheid Rotterdam (SoZaWe) bij de informatievoorziening over re-integratietrajecten gebruik van gegevens van de re-integratiebedrijven. Het uiteindelijk streven is de informatievoorziening te laten verlopen via een eigen, gemeentelijk informatiesysteem. Volgens wethouder Schrijer is dit inderdaad geen ideale situatie, maar hij benadrukt dat het niet betekent dat de dienst SoZaWe geen zicht heeft op de behaalde resultaten van re-integratiebedrijven: "We weten precies wanneer een klant met zijn re-integratietraject start, op stage gaat en duurzaam uitstroomt naar werk. Deze informatie vormt ook de basis voor de financiële afrekening. De gelden voor re-integratietrajecten worden dus financieel verantwoord besteed." Als het nieuwe klantvolgsysteem volledig is ingevoerd, kan SoZaWe Rotterdam de informatievoorziening wel verbeteren door de definitieve resultaten over re-integratietrajecten veel tijdiger kenbaar te maken aan de gemeenteraad. Schrijer: "De Rekenkamer beveelt dat ook aan en daar ben ik het mee eens." De Rekenkamer doet nog een aantal andere voorstellen voor verbetering van de informatievoorziening aan de raad op de korte termijn. Ook deze voorstellen neemt de wethouder over.

De Rekenkamer stelt verder dat de gemeenteraad een expliciete keuze moet maken of zij een aparte doelstelling wil voor aantallen re-integratietrajecten en een plaatsingspercentage op werk. Net zoals dat ook het geval was onder het programma 'Agenda voor de Toekomst'. Schrijer is het daar niet mee eens: "Het leidt ertoe dat klanten die dat helemaal niet nodig hebben, tóch in een re-integratietraject worden gezet. Want op papier zijn dat dan succesvolle trajecten. De inzet van re-integratietrajecten is een middel en geen doel en dat moeten we vooral zo houden. Het is veel beter om te sturen op de uitstroom uit de bijstand. Ik wil niet dat we van bovenaf gaan bepalen hoeveel en welke klanten op traject moeten worden gestuurd. Dat moeten onze klantmanagers doen! Zij moeten zoveel mogelijk professionele ruimte krijgen om samen met de klant uit te maken óf een re-integratietraject nodig is en wélk instrument voor die klant wordt ingezet. De mensen op de werkvloer weten dat veel beter. De re-integratiebedrijven worden vervolgens afgerekend op de prestaties die zij leveren. Als een klant niet uit de uitkering uitstroomt naar werk, betekent dat minder geld voor het re-integratiebedrijf."

noot voor de redactie/