Financiële instellingen missen kans bij zorgplicht
Uitgeverij kerckebosch bv
Financiële instellingen missen kans bij zorgplicht
Amsterdam, 21 juni 2006 - Financiële instellingen worden in toenemende mate
geconfronteerd met de plicht tot zorg voor hun cliënt. Deze zorgplicht bestaat uit
een mix van wetgeving, regels en verplichtingen, waarmee de overheid en toezichthouder(s)
een zorg voor de cliënt trachten af te dwingen. Op 21 juni a.s. verschijnt het
proefschrift 'Een kwestie van vertrouwen' van Tom Loonen. Centraal in zijn onderzoek
staat de zorg binnen de relatie tussen de beleggingsadviseur en de particuliere belegger.
Een relatie waarin de asymmetrie in beleggingskennis en -ervaring een belangrijke rol
speelt en partijen verschillende belangen kunnen hebben.
Volgens het onderzoek lijken de financiële instellingen in het kader van de
zorgplicht een kans te hebben laten liggen. Een gebrek aan zelfregulering en denken op
middellange termijn hebben de toezichthouders vrij spel gegeven om zorgplichtregels door
te voeren. Maatregelen die angstvallig door de politiek zijn verordend om zo de
integriteit van de sector te waarborgen. Anderzijds lijkt de particuliere belegger soms
zeer eenvoudig de eigen verantwoordelijkheid voor de beleggingsbeslissingen naast zich
neer te leggen. De effectendienstverlening is zo voer voor juristen geworden. De
zorgplichtregels als een krampachtig omarmde schijnzekerheid. Het juridisch correct
handelen als substituut voor het economisch redeneren. De vraag is of schriftelijke,
juridisch geformuleerde afspraken vanaf nu nog het enige is dat partijen in de
effectendienstverlening bindt.
Er is veel geschreven over de zorgplichtregelgeving; onderzoek naar de werking ervan is
daarentegen nauwelijks verricht. Met de vraag: 'Wat zijn de effecten van de zorgplicht op
de Nederlandse beleggingsadvisering?' is ervoor gekozen om de zorgplichtregels te toetsen
aan de praktijk. Enkele conclusies uit het onderzoek:
12)- Er is een 'zorgplichtimpasse' ontstaan: er wordt getracht de belangen van de
particuliere belegger te beschermen door strikt de letter van de regels te volgen,
terwijl de beleggingadviseurs gestimuleerd worden om een zo hoog mogelijk economisch
voordeel te behalen op dezelfde particuliere belegger.
13)- Niet zozeer de regelgeving en de verplichtingen die samengaan met de zorgplicht
hebben de grootste invloed op de wijze van adviseren, maar de wijze waarop de directies
de beleggingsadviseurs (economisch) aansturen;
14)- De zorgplichtregels blijken maar beperkt te leven onder de particuliere beleggers.
Noot voor de redactie,