Contactpersoon
-
Datum
30 juni 2005
Ons kenmerk
DGTL/05.005126/SP/FvH
Doorkiesnummer
-
Bijlage(n)
-
Uw kenmerk
2040517170
Onderwerp
IJzeren Rijn; beantwoording Kamervragen van het lid Dijksma
Geachte voorzitter,
Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen gesteld door het lid
Dijksma over de IJzeren Rijn.
1. Hebt u kennisgenomen van het krantenartikel over de IJzeren Rijn?
1. Ja.
2. Klopt het dat u de Belgische autoriteiten heeft laten weten dat over
tijdelijk rijden te praten valt als de Belgen besluiten de IJzeren Rijn
op termijn weer te reactiveren? Zo ja, hoe verhoudt deze uitspraak zich
tot hetgeen in het drie dagen voor de verschijning van dit artikel
gehouden debat door u gezegd is: "Het Nederlandse standpunt is dat wij
niet inzien dat de Belgen daarop recht hebben, omdat het tribunaal daarop
niet is ingegaan. Dit nog afgezien van de vraag of wij daarin zin zouden
hebben, wat wij niet hebben. De motie-Hessels/Hofstra geeft de regering
daarbij een stevige steun in de rug. Wij zullen ons maximaal inspannen om
die motie uit te voeren"?
2. Nee, ik heb de Belgische autoriteiten nog niets laten weten. Ik heb
kort na het debat met uw Kamer van mijn Belgische ambtgenoot Vande
Lanotte een brief gekregen met het voorstel om tot besluitvorming te
komen over het rijden met een beperkt aantal treinen over het historisch
tracé van de IJzeren Rijn. Ik ben nog niet in de gelegenheid geweest om
die brief te beantwoorden. Het door de vraagsteller uit de Handelingen
geciteerde Nederlandse standpunt staat natuurlijk nog steeds overeind.
3. Kunt u de Kamer inlichten over de wijze waarop u nu verder gaat
opereren nu drie dagen na het debat blijkt dat de Belgische autoriteiten,
in tegenstelling tot wat u de Kamer toen voorspiegelde, flinke haast aan
de dag leggen? Kunt u ingaan op de vraag van de Kamer om in de
onderhandelingen alternatieven in te brengen, waaronder een tracé langs
de A67 en de Betuweroute in combinatie met ROBEL?
3. Ik blijf de komende periode in dit dossier geheel opereren volgens de
lijn die ik tijdens het debat op 7 juni 2005 in de Kamer heb uiteengezet,
en die de instemming van de Kamer kreeg. De vraagsteller stelt terecht
dat de Belgische minister haast aan de dag heeft gelegd met het voorstel
om met een beperkt aantal treinen te gaan rijden. Anderzijds echter heeft
dezelfde Belgische minister Vande Lanotte op 9 juni 2005 in het
Belgische parlement gezegd dat de Belgische investering in een
structurele modernisering van het tracé van de IJzeren Rijn geen
prioriteit heeft, en pas aan de orde komt nadat voor andere urgentere
Belgische spoorprojecten financiering is gevonden. In lijn met hetgeen ik
tijdens het debat van 7 juni 2005 heb uiteengezet wacht ik nadere
Belgische initiatieven met betrekking tot de structurele modernisering
af.
Gezien deze Belgische opstelling verwacht ik niet dat het op afzienbare
termijn aan de orde zal zijn om over alternatieven te gaan praten.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,
Karla Peijs
-----------------------
NRC Handelsblad, 'België wil spoedig over IJzeren Rijn'
Handelingen 2004-2005, nr. 87, pagina 5200-5217
Zie noot 2
Ministerie van Verkeer en Waterstaat