Raad van State
Persbericht
Eenheid in Europa onmogelijk zonder respect voor verscheidenheid
Respect voor verscheidenheid is een noodzakelijke voorwaarde voor de
eenheid in Europa. Eenheid in verscheidenheid is dan ook het devies
van de Europese Grondwet. Nationale burgers zullen alleen Europese
burgers kunnen worden, wanneer zij zich in eigen land thuis blijven
voelen.
Het bereiken en instandhouden van het gewenste evenwicht tussen
nationale verscheidenheid en Europese eenheid is een
gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de Europese en nationale
wetgever, het Europese en nationale bestuur en de Europese en
nationale rechter. De nationale instituties moeten zich inzetten voor
de eenheid van Europa. De Europese instituties moeten respect tonen
voor verscheidenheid in Europa. Die eenheid in verscheidenheid vereist
de betrokkenheid van burgers. Zij hebben, ook in eigen land, vaak het
gevoel dat er wel over hen wordt beslist, maar niet door of namens
hen. Gebreken in de nationale democratie en het Europese democratische
tekort zijn twee zijden van een zelfde medaille.
Nederland en Europa
Dit is te lezen in de Algemene beschouwingen van het Jaarverslag 2004
van de Raad van State. Vice-President Tjeenk Willink geeft hierin
jaarlijks een schets van de veranderende omgeving waarin de Raad zijn
taken verricht. Het hoeft geen verbazing te wekken dat in het jaar
waarin de Grondwet voor Europa tot stand kwam en de Raad daarover
advies uitbracht, de Algemene beschouwingen beginnen met een analyse
van de verhoudingen tussen Nederland en Europa.
Kern van de analyse is dat de ene Europese rechtsorde ruimte moet
laten voor verscheidenheid en pluriformiteit. Ook in Europa betekent
integratie het vermogen om te gaan met verschillen. Daar was Nederland
traditioneel goed in. Het bewaken van het evenwicht tussen eenheid en
verscheidenheid is een gemeenschappelijke taak. De nationale wetgever,
het nationale bestuur en de nationale rechter zijn niet langer alleen
nationale instellingen, maar ook steeds meer Europese instellingen
geworden. Tjeenk Willink constateert dat vooral de Staten-Generaal
worstelen met hun Europese rol. Zij zullen hun nationale functies,
medewetgever en controleur, moeten ijken aan hun Europese taak. Het
kost de Kamers moeite die rol tijdig te spelen.
De Grondwet voor Europa geeft de nationale parlementen een rol in het
bewaken van dat evenwicht.
Betrokkenheid
Voor de eenheid in verscheidenheid is de betrokkenheid van burgers en
maatschappelijke organisaties een voorwaarde. In Nederland hebben
maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de publieke zaak
altijd een belangrijke rol gespeeld. Ook op Europees niveau moet
hiervoor ruimte zijn. Tjeenk Willink vraagt zich echter af wat de
mogelijkheden zijn in een Europese Unie waarin ordening door de staat
en marktordening de leidende beginselen zijn. Betrokkenheid van
burgers is daarmee niet gegarandeerd. Burgers zijn meer dan kiezers en
klanten.
Democratie is meer dan democratie via staatsinstellingen. Op de markt
van publieke diensten blijkt de klant maar beperkt koning.
Verambtelijking
Verscheidenheid en daadwerkelijke betrokkenheid van burgers worden
belemmerd door de "verambtelijking" van het publieke domein. Bij die
verambtelijking gaat het om veel meer dan overheidsfunctionarissen
alleen. In het Jaarverslag 2003 is uiteengezet hoe in Nederland een
omvangrijke tussenlaag kon ontstaan tussen een minister die voor
beleid verantwoordelijk is en de professionele uitvoerders van dat
beleid. Ook in Europa speelt dit probleem. Veel Europese maatregelen
leiden tot meer (nationale) regels, meer functionarissen.
Oplossing van het probleem van de "verambtelijking" wordt tot nu toe
steeds gezocht in verbeteringen in de tussenlaag zelf. Niet de
oorzaken worden weggenomen, de gevolgen worden "verbeterd": meer van
het zelfde. De problemen worden groter in plaats van kleiner.
"Verambtelijking" van het publieke domein kan alleen effectief worden
bestreden als politici in staat zijn om eigen visie en kennis in de
strijd te werpen en als eigen ervaring en wetenschap van uitvoerders
van beleid een kans krijgen.
De structuur van de Raad van State
In het jaarverslag wordt de brief van het kabinet van 28 april 2004
aangehaald waarin het kabinet zijn beleidsvoornemens kenbaar maakt
over de derde fase van de herziening van de rechterlijke organisatie
en de toekomstige structuur van de Raad van State. In 2003 had de raad
zelf al gekozen voor een afzonderlijke Afdeling advisering naast de
bestaande Afdeling bestuursrechtspraak. Het kabinet hanteert in de
brief ook dit uitgangspunt.
Eén Raad met twee aparte Afdelingen voor de beide hoofdtaken geeft
uitdrukking aan de gelijkwaardigheid van beide taken. Het dient de
transparantie van de organisatie en biedt de beste mogelijkheden om de
samenstelling en inzet van de leden van de Raad van State
(staatsraden) af te stemmen op de wensen en de behoeften. Nu en in de
toekomst.
De Raad als adviseur
De Raad van State adviseert regering en parlement over voorstellen van
wet, goedkeuring van verdragen en ontwerp-algemene maatregelen van
bestuur. Naarmate wetgeving steeds meer ook Europese wetgeving wordt,
kan de raad zich niet beperken tot commentaar op de tekst van
voorstellen die hem verplicht worden voorgelegd. Om effectieve invloed
uit te oefenen op het proces van Europese regelgeving is het
belangrijk dat de nationale inbreng in dat proces al in een zo vroeg
mogelijk stadium plaatsvindt. De Raad heeft zich in het verleden
bereid verklaard daarin zijn bijdrage te leveren. Het aantal aanvragen
daarvoor is tot nu toe beperkt gebleven. Reden voor de Raad om zelf
actiever op de voorgestelde Europese regelgeving in te spelen.
De Raad als adviseur geeft een kwaliteitsoordeel over de voorstellen
die aan hem worden voorgelegd. Naast de juridische en wetstechnische
toets worden de voorstellen onderworpen aan een beleidsanalytische
toets. Hierin staan de probleembeschrijving, de probleemaanpak en de
uitvoering centraal. De beleidsanalytische toets is geen beleidstoets
in de zin dat de Raad het beleid zelf toetst. Het door de regering
voorgestelde beleid is voor de Raad een gegeven. De Raad stelt
tegenover het beleid van de regering dus geen eigen beleid, maar gaat
na of het beleid uitvoerbaar en handhaafbaar is, of voor dat beleid
wetgeving nodig is en of die wetgeving kwalitatief aan de maat is.
Het advies van de Raad van State is niet bindend. Hij moet rekening
houden met de kans dat zijn advies niet wordt gevolgd, maar mag er ook
van uitgaan dat de regering in haar schriftelijke reactie serieus
ingaat op de argumenten in het advies. De Raad van State constateert
dat dit helaas niet altijd het geval is. Daarmee wordt afbreuk gedaan
aan de kwaliteit van het wetgevingsproces.
In 2004 werden 650 zaken ter advisering aan de Raad voorgelegd. Dit is
ongeveer 5% meer dan werd verwacht en bijna 100 zaken meer dan in
2003. Het streven van de Raad van State om binnen drie maanden advies
uit te brengen, is in het verslagjaar in bijna 95% van de gevallen
gehaald.
Zoals ieder jaar heeft de Raad in zijn Jaarverslag 2004 een
legisprudentie-overzicht opgenomen waarbij een beeld wordt gegeven van
de wijze waarop hij zijn taak als wetgevingsadviseur vervult en van
het toetsingskader dat hij daarbij gebruikt.
De Raad als bestuursrechter
De Afdeling bestuursrechtspraak is de hoogste algemene
bestuursrechter. Zij oordeelt in laatste instantie over geschillen op
het gebied van onder meer ruimtelijk ordeningsrecht, milieurecht,
bouwrecht en vreemdelingenrecht.
In het Jaarverslag wordt opgemerkt dat de laatste tijd het verwijt
klinkt dat de Afdeling bestuursrechtspraak het overheidsbestuur geen
enkele ruimte geeft, terwijl in de jaren daarvoor juist eerder het
verwijt was dat het bestuur bij de Afdeling bestuursrechtspraak een
streepje voor had boven de burger. Beide verwijten miskennen de rol
van de bestuursrechter. Deze is niet vrij in het kiezen van zijn
positie. Zijn taak is om onafhankelijk en onpartijdig te waken over de
rechtmatigheid van besluiten van het bestuur. De rechter heeft geen
oordeel over de keuze die het bestuur heeft gemaakt; hij gaat na of
het bestuur de gemaakte keuze mocht maken. De bestuursrechter moet
controleren of het bestuur de grenzen van diens wettelijke bevoegdheid
niet overschrijdt.
Van bestuurders mag worden verwacht dat ze een uitspraak van de
bestuursrechter naar waarde weten te schatten. Als de rechter een
beroep ongegrond verklaart heet het in de publieke discussie wel eens
dat de rechter het beleid heeft goedgekeurd. Hij zegt echter niet meer
dan dat een besluit op de punten die in de procedure aan de orde
komen, niet in strijd is met het recht. Spiegelbeeldig mag uit een
gegrond beroep evenmin worden afgeleid dat de rechter het beleid van
een bestuursorgaan zou willen ombuigen. Er is mogelijk niet meer aan
de hand dan dat het bestuur niet zorgvuldig is geweest bij het nemen
van een besluit en dat nog maar eens over moet doen.
Volgens de Raad van State kan de bestuursrechtspraak van waarde zijn
als leerschool voor goed bestuur, als er meer oog is voor de betekenis
van de uitspraken van de bestuursrechter.
In het verslagjaar heeft de Afdeling bestuursrechtspraak meer dan
11.000 juridische procedures afgehandeld, waarvan ongeveer 1.750
voorlopige voorzieningen. Er was het afgelopen jaar wederom een forse
toename te zien van het aantal ingekomen hoger beroepen op grond van
de Vreemdelingenwet. Waren dit in 2003 ruim 3.800 hoofdzaken, in 2004
waren dit er meer dan 5.100. De behandelingsduur van zaken is het
afgelopen jaar wederom verder teruggedrongen.
Als vast onderdeel in het jaarverslag is ook dit jaar een
jurisprudentie-overzicht opgenomen, waarin een overzicht is gegeven
van belangrijke ontwikkelingen in 2004 in de jurisprudentie van de
Afdeling bestuursrechtspraak.
Gebeurtenissen in 2004
De Raad van State staat in zijn jaarverslag ook stil bij het
overlijden van Koningin Juliana, die van 1948 tot 1980 Voorzitter is
geweest van de Raad, en bij het overlijden van Prins Bernhard, die
gedurende een periode van 43 jaar zitting heeft gehad in de Raad. Ook
wordt aandacht besteed aan een vreugdevol moment van 2004: in oktober
kreeg Prinses Máxima zitting in de Raad van State. Door het
jaarverslag heen zijn de toespraken van Vice-President Tjeenk Willink
opgenomen, die hij bij of naar aanleiding van deze gebeurtenissen
heeft gehouden.