Gemeente Dongen


Nog aantal onduidelijkheden over invulling gebied 24-03-2005 00:00 Gemeenten in overleg over Landbouwontwikkelingsgebied Dongen Loon op Zand
De gemeenten Loon op Zand en Dongen zijn met vertegenwoordigers van de Tuinbouwontwikkelingsmaatschappij (TOM) en het Ontwikkelingsbureau Intensieve Veehouderij (OBIV) in overleg over de toekomstige ruimtelijke invulling van het gebied tussen Dongen en Kaatsheuvel. In het reconstructieplan De Meierij, die de inrichting van het buitengebied beschrijft, is het gebied bestemd voor intensieve veehouderij en voor glastuinbouw en boomteelt. Uit het overleg is een aantal onduidelijkheden naar voren gekomen, die nog nader moeten worden onderzocht.

Het reconstructieplan legt een forse claim op het gebied tussen Dongen en Loon op Zand. Er moet namelijk ruimte gezocht worden voor 60 hectare glastuinbouw en boomteelt en 20 hectare voor intensieve veehouderijen, die naar dit gebied verplaatst worden. Beide gemeentebesturen huldigen het standpunt dat deze ontwikkelingen op een verantwoorde wijze in het landschap moeten worden ingepast.

Rapport
Om dit te bereiken stelden zij in 2003 het rapport Reconstructie Dongen - Loon op Zand, toekomstperspectief voor landbouw en landschap op. Dit rapport moet verder uitgewerkt worden in de bestemmingsplannen buitengebied van beide gemeenten. Loon op Zand en Dongen hebben al eerder de handen ineen geslagen om te komen tot een herziening van deze bestemmingsplannen, die nodig is om de uitgangspunten van het reconstructieplan op gemeentelijk niveau planologisch te regelen.

Vasthouden aan kaders rapport
Beide gemeenten houden vast aan de kaders van het rapport Reconstructie Dongen Loon op Zand. Dit heeft gevolgen voor de ontwikkelingsmogelijkheden in het gebied. Er moet namelijk aan een aantal specifieke eisen worden voldaan, zoals de omvang van bedrijven en de inpassing in het gebied. Met betrekking tot de verplaatsing van intensieve veehouderijbedrijven geven de gemeenten het planologisch kader voor het landbouwontwikkelingsgebied aan in het bestemmingsplan.

OBIV
Aangezien de gemeenten het planologisch kader in het bestemmingsplan aangeven, ziet het Ontwikkelingsbureau Intensieve Veehouderij geen basis meer om via een gebiedsgerichte aanpak te komen tot invulling van gebied. De OBIV zou dan alleen nog maar in het geval van individuele verzoeken van veehouderijen kunnen handelen en dit verdient niet hun voorkeur.

TOM
De Tuinbouwontwikkelingsmaatschappij gaat nader onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het realiseren van glastuinbouw binnen de kaders van het landschapsrapport. Met name de financiële haalbaarheid is volgens de TOM een groot zorgpunt.

MER
De gemeenten zelf zien zich voor de vraag gesteld of er naast de Milieu Effect Rapportage (MER), die in het kader van het reconstructieplan is opgesteld, nóg een meer gebiedsgerichte MER moet komen. Als dit inderdaad het geval is, dan heeft dit consequenties voor de voortgang van het bestemmingsplanproces. Beide gemeenten hebben hun vraag voorgelegd aan provincie Noord-Brabant, die de reconstructieplannen vaststelt. Het antwoord van de provincie is momenteel nog niet bekend.