Groen!

Brussel, 23 maart 2005

Mieke Vogels: Minister Marino Keulen (VLD) herinstalleert de verzuiling in de inburgering

Morgen donderdag 24 maart 2005 bespreekt de commissie huisvesting, inburgering en stedelijk beleid van het Vlaams Parlement voor het eerst tijdens deze legislatuur een ontwerpdecreet van minister Marino Keulen (VLD). In dit ontwerpdecreet haalt de minister de oorspronkelijke functie van de Huizen van het Nederlands zwaar onderuit. De goede oude tijd van verzuiling en aanbod gestuurd beleid is weer terug, reageert Vlaams volksvertegenwoordiger Mieke Vogels (Groen!). Het is altijd onze bedoeling geweest om nieuwkomers zo goed mogelijk Nederlands te laten leren. Minister Keulen schrapt met één enkele pennentrek dat beleid. De kans dat de cursist op de juiste plaats terecht komt, is blijkbaar niet zijn zorg. Groen! zal via amendenten proberen de minister alsnog op andere gedachten proberen te brengen. Niet de zuilen moeten beter worden van inburgering, wel de nieuwkomers en de hele Vlaamse samenleving, stelt Vogels.

In het decreet dat morgen wordt besproken regelt de minister een aantal zogenaamde dringende zaken, onder meer met betrekking tot de Huizen van het Nederlands. Waarover gaat het? De paarsgroene regering zette via het inburgeringsdecreet het onthaal van nieuwkomers op nieuwe sporen. De kennis van het Nederlands is één van de drie peilers van dat inburgeringsdecreet. Om elke nieuwkomer een opleiding Nederlands te garanderen zal het aanbod enorm moeten toenemen. Er bestaan sinds de opstart van het inburgerings beleid trouwens lange wachtlijsten. De toeleiding van de nieuwkomer naar de juiste cursus Nederlands tweede taal (NT2) is hierbij erg belangrijk. Iemand die in het land van herkomst leerde lezen noch schrijven moet je via een andere methodiek een taal aanleren dan iemand die al een diploma hoger onderwijs op zak heeft.

Om kwaliteit en kwantiteit van de opleidingen NT2 te verbeteren werden met het decreet van 8 mei 2004 betreffende de Huizen van het Nederlands,8 Huizen van het Nederlands( één per provincie en telkens één in Antwerpen en Gent) in het leven geroepen.

Tot op vandaag werken deze huizen met voorlopige erkenningen. Met dit decreet geeft de minister de huizen het statuut van vzw, wat ook naar personeelsbeleid heel wat meer mogelijkheden schept.

Tot daar geen probleem immers de wijziging van de rechtsvorm wijzigt niets aan de basisopdrachten van de Huizen van het Nederlands die naast een aantal beleidsondersteunende taken ook de intake en de testing verzorgen van de nieuwkomers. Zij registreren dus deze nieuwkomers en bepalen via een test welke opleiding het best geschikt is, rekening houdend met het niveau van vooropleiding, sociale en gezinssituatie enzovoort.

Het is echter onaanvaardbaar, zo stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Mieke Vogels, dat de Vlaamse regering tegelijkertijd de oorspronkelijke functie van de Huizen van het Nederlands helemaal onderuit haalt, de centrale objectieve intake schrapt en het zwaartepunt verlegt naar de verzuilde centra die de cursussen NT2 organiseren( centra voor basiseducatie, centrum voor volwassenonderwijs, talencentrum bij een universiteit, SYNTRA-opleidingen, centrum voor beroepsopleiding bij de VDAB).

Het oorspronkelijke decreet voorzag in de mogelijkheid om los van de centrale huizen ook antennes op te richten elders in de provincie om de bereikbaarheid te garanderen. Om de duidelijke scheiding te behouden tussen testen en doorverwijzen enerzijds en verstrekken van een aanbod NT2 stelde artikel 4§3 duidelijk dat centra geen antennes kunnen zijn. Dit artikel wordt nu geschrapt zodat de centra ook antennes van het Huis van het Nederlands kunnen zijn. De verstrekkers worden dus ook intakers en testers. In het advies dat de VLOR naar aanleiding van dit decreet formuleerde, lezen we duidelijk: Het feit dat in het financieringsmechanisme van de huizen een verschuiving plaatsvindt van doorverwezen cursisten naar geregistreerde cursisten, komt de uitvoerbaarheid van artikel 4§4 ten goede: in het centrum waar de kandidaat-cursist zich aanmeldt, kunnen intake en testing plaatsvinden, uiteraard onder de verantwoordelijkheid van de HVN.

Uit dit citaat blijkt duidelijk de verwachting dat in de toekomst alle centra zich als toegangspoort tot NT2 zien. Reageert Mieke Vogels: Vermits de financiering van de centra gebeurt op basis van de registratie van de cursisten en er in de toekomst heel wat extra geld zal nodig zijn om voldoende aanbod te realiseren zullen de centra uiteraard al het mogelijke doen om de kandidaat-cursist verder te helpen met het eigen aanbod. Ze zullen zich niet de vraag stellen of de cursist in kwestie misschien beter af is met een opleiding die op een ander moment, op een andere plek, met een andere finaliteit wordt georganiseerd.

Kortom: de geschiedenis herhaalt zich. De trendbreuk van de paarsgroene regering om los van de verzuiling en op basis van de echte nood een nieuw aanbod Nederlands voor nieuwkomers uit te bouwen wordt met één pennentrek weggevaagd. De cursussen zullen zo weer aanbod gestuurd en niet vraag gestuurd worden uitgebouwd, concludeert Mieke Vogels. De kans dat de juiste cursist op de juiste plaats terecht komt, is niet gegarandeerd. Net zoals in het verleden in bijvoorbeeld de welzijnssector gebeurde zal men op de duur niet meer weten wie waar op welke opleiding wacht. Dure en vermoeiende processen zullen dan worden opgezet om zoals dat dan mooi heet te ontschottenen om de effectiviteit van de opleidingen te optimaliseren.

Groen! heeft een aantal amendementen ingediend om de oorspronkelijke niet verzuilde aanpak van de Huizen van het Nederlands opnieuw te garanderen.

Zegt Vogels: Binnen de vorige paarsgroene Vlaamse regering was er destijds brede steun van alle coalitiepartijen voor een niet verzuilde aanpak van de inburgeringcursussen. Voormalig minister Marleen Van der Poorten (VLD) zette dat, telkens ze een Huis van het Nederlands opende, altijd duidelijk in de verf.