029 - Vitalisering platteland is maatwerk
Datum: 15 maart 2005
De discussie over `revitalisering' van het platteland is minstens een halve
eeuw oud. Soms trekt zij aan, zoals in de jaren vijftig en zestig én opnieuw
in het afgelopen decennium. Na de oorlog waren het Wageningse sociologen die
aan de wieg stonden van de `streekverbetering', een voorlichtingsprogramma
voor boeren. Om te leren van het verleden, en vooral, om het wiel niet twee
keer uit te vinden, onderzocht promovendus Erwin Karel de vorm en
effectiviteit van dit beleid. Voor plattelandsvernieuwing is geen generieke
blauwdruk, concludeert Karel. Je moet regionaal denken, met oog voor de
tijdsgeest. Karel promoveert op 24 maart aan de RUG.
Net na de oorlog ontwierp een groep Wageningse sociologen onder
leiding van hoogleraar E.W. Hofstee een voorlichtingssysteem om het
boerenleven in landbouwkundig achtergebleven gebieden te moderniseren.
Het idee van de maakbare samenleving werd in die tijd breed gedragen
en kleurde ook de onderzoekingen van de groep Hofstee. Eén blauwdruk
voor het volledige Nederlandse platteland was het resultaat.
Sociale voorlichting
Landbouwvoorlichting bestond al en was gericht op de agrarische
aspecten van het boeren. Huishoudvoorlichting moest volgens de
overheid vooral het huishouden efficiënter maken, zodat de vrouw des
huizes meer uren kon helpen op het land. En agrarisch-sociale
voorlichting, uit de koker van de Wageningers, zou boeren vertellen
hoe ze in de samenleving konden staan. Boerenzonen en -dochters werd
vooral verteld dat hun toekomst búiten het boerenbedrijf lag.
Ruilverkaveling
Dit systeem van voorlichting ging gepaard met grootschalige
ruilverkavelingen. Die werden altijd al uitgevoerd, maar met de
invoering van de Ruilverkavelingwet van 1954 nam het instrument een
vlucht. `Tot 1960 werden boeren warm gemaakt voor ruilverkaveling. Ze
zouden geen twee kilometer meer met hun koeien hoeven lopen en hun
bedrijf dus efficiënter kunnen runnen. Bij Hoogeveen werd bijvoorbeeld
gebruik gemaakt van het systeem. Later werd vooral ingezet op
voorlichting van de individuele boeren.'
Traditionele boer
Hoe goed bedoeld ook, het systeem van de Wageningers werkte maar ten
dele. Dat kwam vooral door interne inconsistenties in de theorie,
aldus Karel: `Ze gingen uit van een a-historisch perpectief.
Grootschalige moderne boerenbedrijven werden gepropageerd, zonder dat
de traditionele boer voldoende was onderzocht. Die boer zat niet te
wachten op efficiëntieplannen, hij wilde gewoon zijn bedrijf gezond
houden en doorgeven aan zijn zoons.' De kleine boer werd dus slecht
bereikt door de streekverbeteringen. Tóch heeft de campagne effect
gehad, bijvoorbeeld bij de oostelijke en zuidelijke zandgronden en in
de komgebieden rond de grote rivieren. `De voorlichting die in het
kader van de streekverbetering werd gegeven, heeft er uiteindelijk
voor gezorgd dat deze gebieden landelijk aansluiting bleven vinden.'
Blauwdruk
In zijn proefschrift onderzoekt Karel het systeem van de Wageningse
sociologen, maar ook de politieke context van deze plannenmakerij en
de uiteindelijke uitkomsten. `Door deze goed te bestuderen, kunnen we
veel opsteken voor het huidige plattelandsbeleid. Het is belangrijk
dat de overheid niet een landelijk dwingend model schept. De complete
agrarische sector in een blauwdruk voor de toekomst vatten en die
vervolgens bij de boeren door de strot duwen is geen effectieve
methode.'
Tijdsgeest
Ook de tijdsgeest moet worden meegenomen in de toekomstplannen voor
het platteland, vindt Karel. In de jaren zestig bemoeilijkte het
gezinsdenken van de boer het overheidsbeleid. Tegenwoordig moet
rekening gehouden worden met differentiatie: `Het idee van de maakbare
samenleving is voorbij. Je moet boeren in hun eigen regio bedienen. Ze
gaan bijvoorbeeld de recreatie in, woningen exploiteren of energie
produceren. De overheid kan hierop inspringen en zo het platteland
vitaal houden.'
Curriculum vitae
Erwin Karel (Kerkrade, 1956) studeerde geschiedenis aan de RUG van
1975 tot 1982. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek bij de Groningse
letterenfaculteit. Karel promoveert bij prof.dr. P. Kooij en prof.
drs. J.Vervloet. Karel werkt de komende vier jaar in opdracht van het
ministerie van LNV aan een onderzoek met de titel `de boer tussen
markt en maatschappij'. De titel van het proefschrift luidt: De
maakbare boer. Streekverbetering als instrument van het Nederlandse
landbouwbeleid 1953 - 1970. ISBN: 90-367-2196-2
Noot voor de pers
Informatie: Erwin Karel, tel.: 050 - 363 76 72, e-mail:
e.h.k.karel@let.rug.nl
Rijksuniversiteit Groningen