Persbericht
Computerkraker harder aangepakt
23 maart 2005
Minister Donner van Justitie wil computercriminaliteit harder
aanpakken. Dit blijkt uit voorstellen die de bewindsman naar de Tweede
Kamer heeft gestuurd. Het gaat om de goedkeuringswet van het zogeheten
Cybercrime Verdrag en om de aanpassing van de Nederlandse wetgeving
aan dat verdrag.
Het Cybercrime Verdrag is in 2001 gesloten om computercriminaliteit
internationaal aan te pakken. Het biedt bescherming tegen misdrijven
die nauw verbonden zijn met het bestaan van computernetwerken en
elektronische informatie.
Nederland voldoet al voor een zeer groot deel aan de eisen van het
Cybercrime Verdrag. Het wetsvoorstel Computercriminaliteit-II rondt de
implementatie af. Dat gebeurt door de bestaande wetgeving uit te
breiden met een aantal strafbepalingen, en door de introductie van een
aantal nieuwe bevoegdheden voor de opsporing.
Zo wordt voortaan iemand die opzettelijk een computer(systeem)
binnendringt, gestraft met één jaar gevangenisstraf. Dit is een
verruiming ten opzichte van de huidige regel. Nu is voor
strafbaarstelling nog vereist dat de beveiliging van een computer
wordt gekraakt, een technische ingreep wordt gedaan of van een valse
identiteit gebruik wordt gemaakt om toegang te krijgen. In het
voorstel van de minister zijn deze specifieke eisen niet meer nodig.
Wordt daarbij ook nog informatie gestolen dan geldt maximaal vier jaar
gevangenisstraf.
Er komt één jaar gevangenisstraf te staan op het opzettelijk verstoren
van de toegang tot of het gebruik van een computersysteem door er
gegevens naartoe te sturen. Het moet gaan om ernstige vormen van
hinder voor de gebruiker. Zo bestaan programmas (virussen) die het
gebruik van computersystemen onmogelijk maken of aanzienlijk
vertragen. Evenzo worden ernstige vormen van spam strafbaar als
daarmee beoogd is de communicatiefuncties van een systeem te
verstoren.
Minister Donner wil verder bepaalde voorbereidingshandelingen van
typische computermisdrijven, zoals computervredebreuk en het
onrechtmatig aftappen van informatie, strafbaar stellen met een
gevangenisstraf van - afhankelijk van de modaliteit - maximaal één tot
maximaal vier jaar. Het gaat om de verkoop, het vervaardigen of het
voorhanden hebben van geschikte technische hulpmiddelen waarmee een
computermisdrijf gepleegd wordt. Daarbij is het voor een veroordeling
cruciaal dat aangetoond wordt dat bewust gehandeld is, dus met het
oogmerk om een misdrijf te plegen. Onder technische hulpmiddelen
worden zowel de gegevensdragers verstaan (floppys en cds) als de
gegevens zelf. Een voorbeeld van het laatste is een programma dat een
computersysteem kan ontregelen.
Naast uitbreiding van strafbaarstelling van enkele delicten, bevat het
wetsvoorstel ook voorstellen om bevoegdheden van justitie en politie
aan te passen. Zo wordt het mogelijk voor alle computerdelicten
voorlopige hechtenis te vorderen en in bepaalde gevallen specifieke
dwangmiddelen (inbeslagname en aftappen) toe te passen.
Van belang is verder de introductie van het zogeheten
bevriezingsbevel. Dit stelt de officier van justitie in staat een
internetprovider te bevelen bepaalde gegevens tijdelijk beschikbaar te
houden in afwachting van een definitieve beslissing over de
verstrekking van de gegevens ten behoeve van de opsporing.
Ministerie van Justitie