---

Kamervragen en antwoorden
---

Antwoorden op vragen van de Tweede Kamerleden Van Heijum en Schreijer- Pierik over het munitiemagazijnencomplex Stegerveld bij Ommen

18-3-2005 13:50:00

Hierbij bied ik u mede namens de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de antwoorden aan op de schriftelijke vragen van de Tweede Kamerleden Van Heijum en Schreijer-Pierik over het munitiemagazijnencomplex Stegerveld bij Ommen.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE,

Bijlage behorende bij de brief van de Staatssecretaris van Defensie, d.d. 18 maart 2005 nr. D2005000995

1. Kan uit de brief van de staatssecretaris van Financiën de conclusie worden getrokken dat het munitiemagazijnencomplex Stegerveld bij Ommen door het ministerie van Defensie zal worden afgestoten?

2. Met ingang van welke datum zal het complex niet langer als militair object in gebruik zijn? Wanneer denkt u definitief duidelijkheid te kunnen verschaffen?

Het voornemen bestaat dat niet alleen het munitiemagazijnencomplex Stegerveld, maar ook de munitiemagazijnencomplexen Bruineveld, Nieuw Balinge en Donderen zullen worden afgestoten door het ministerie van Defensie en overgenomen door het ministerie van LNV. Of dit voornemen uiteindelijk voor alle vier complexen kan worden uitgevoerd en wanneer, is afhankelijk van de uitkomsten van een studie naar de toekomstige munitiebelegging. Op basis van deze studie wordt eind 2005 duidelijkheid verschaft over de afstoting.

3. Bent u ervan op de hoogte dat rondom het munitiecomplex in Ommen een aantal milieucirkels zijn getrokken, waardoor bestaande agrarische bedrijven worden belemmerd in hun ontwikkeling?

Ja, het betreft de zgn. veiligheidszones A, B en C die zijn gebaseerd op de circulaire Van Houwelingen. Deze circulaire is in 1988 door de Staatssecretaris van Defensie mede namens de Minister van VROM aan alle provincies en gemeenten met munitiemagazijnencomplexen binnen hun grenzen gezonden. In deze circulaire is aangegeven op welke wijze een verantwoord veiligheidsbeleid kan worden toegepast in zones rond bestaande en nieuwe munitieopslagplaatsen. Niet overal is het mogelijk zones te creëren die geheel voldoen aan de effecteisen In dergelijke gevallen wordt door middel van een risicoanalyse bepaald of er sprake is van aanvaardbare inbreuken. Thans wordt een risicoanalyse voor het munitiecomplex Stegerveld uitgevoerd.

4. Met ingang van welke datum vervallen de externe beperkingen die aan de ontwikkelingen rondom militaire terreinen en objecten zijn opgelegd, zodat agrarische bedrijven niet langer worden belemmerd in hun ontwikkeling?

5. In hoeverre kunnen gemeenten, bijvoorbeeld in hun bestemmingsplannen of via de vergunningverlening, anticiperen op het kabinetsbesluit om een aantal militaire terreinen en objecten af te stoten?

Externe beperkingen van munitiemagazijnencomplexen kunnen pas vervallen zodra Defensie de opslag van munitie heeft beëindigd. Zoals aangegeven zal er eind 2005 duidelijkheid zijn over de munitiebelegging. Vervolgens kan bij daadwerkelijke beëindiging van de munitieopslag VROM als bevoegd gezag op verzoek van Defensie de milieuvergunning voor het betreffende complex c.q. complexen intrekken. Dit wordt gemeld aan de gemeenten. Dan kunnen de gemeenten de veiligheidszones en de bijbehorende beperkingen die in de bestemmingsplannen zijn opgenomen schrappen d.m.v. een wijziging van deze bestemmingsplannen. Zodra afstoting en tijdpad bekend zijn kan hierop worden geanticipeerd in de besluitvorming, met dien verstande dat realisatie van bedrijfsplannen van derden pas kan plaatshebben nadat alle explosieven daadwerkelijk zijn verwijderd van de locaties. Dit zal in goed overleg met de gemeenten plaatshebben.