Universiteit Leiden
Stelsel Massieve sterrenstelsels verhongerden in het Jonge Heelal
Geheel onverwacht hebben Leidse astronomen en buitenlandse collega's
diep in het heelal roodgekleurde sterrenstelsels gevonden die veel
massa bevatten en al sterk geëvolueerd zijn. Veel van deze stelsels
staan zo ver weg dat hun licht meer dan 12 miljard jaar naar de Aarde
onderweg is geweest. We zien die stelsels waardoor zoals ze waren
toen het heelal zeven maal jonger was dan nu, op tijdstippen minder
dan 2 miljard jaar na de Oerknal waaruit het heelal is ontstaan. Die
ontdekking was een verrassing omdat men eigenlijk dacht dat
toentertijd in het heelal alleen maar kleine en weinig ontwikkelde
sterrenstelsels voorkwamen. Grote sterrenstelsels zoals onze eigen
Melkweg zouden pas veel later uit samensmeltingen van die kleine
stelsels ontstaan zijn.
Het team dat deze ontdekking deed, bestond uit Ivo Labbé (eerder
Sterrewacht Leiden, thans Carnegie Observatories, USA), Marijn Franx,
Huub Röttgering, Paul van der Werf (allen Sterrewacht Leiden),
Jiasheng Huang, Pauline Barmby, Giovanni Fazio (allen Harvard, USA),
Greg Rudnick, Emanuele Daddi (beiden NOAO, USA); Pieter van Dokkum
(Yale, USA); Natashcha Forster-Schreiber (MPIfeP, Duitsland), Alan
Moorwood (ESO), Hans-Walter Rix en Ignaciao Trujillo (MPIfA,
Duitsland). Hun bevindingen worden binnenkort in het vooraanstaande
vakblad 'The Astrophysical Journal Letters' gepubliceerd; ze maakten
eerder onderdeel uit van Labbé's Leidse proefschrift. (Sterrewacht
Leiden).
'We zijn totaal verrast', zegt Ivo Labbe, die nu als 'fellow' deel
uitmaakt van de Carnegie Observatories te Pasadena, Californië. 'Dit
zijn de eerste voorbeelden van zulke oude, zware stelsels in het
vroege heelal en hun bestaan alleen al heeft vergaande gevolgen voor
ons beeld van de vorming van sterrenstelsels.'
Zo'n twee jaar geleden zagen de Leidse astronomen voor het eerst deze
klasse van rode stelsels op zeer gevoelige beelden die met de 'Very
Large Telescope' van de Europese Zuidelijke Sterrewacht (ESO) in het
nabij-infrarood waren gemaakt. Die afbeeldingen onthulden echter niet
waarom deze sterrenstelsels zo rood waren. Was dat omdat ze al sterk
geëvolueerd waren en gestopt met het vormen van nieuwe sterren (en ze
'oud' waren), of waren er juist wel veel nieuwgevormde die zich nog in
grote wolken stof en gas verscholen?
Dankzij de gloednieuwe Spitzer Ruimtetelescoop van de NASA kregen de
onderzoekers de beschikking over zeer gevoelige afbeeldingen dieper in
het infrarood. Daarmee kan men door eventuele stofwolken heen kijken:
nieuwgevormde sterren zouden niet meer verborgen kunnen blijven. Onder
leiding van Labbé onderzocht het team met deze nieuwe beelden de
samenstelling en aard van de rode stelsels. Giovanni Fazio (Harvard
Smithsonian Center for Astrophysics, Cambridge, USA) maakte deel uit
van de groep die de gebruikte infraroodcamera heeft gebouwd: De
Spitzer heeft unieke capaciteiten die geen enkele andere telescoop
heeft, zelfs niet de Hubble Ruimtetelescoop, en die essentiëel zijn
voor de studie van deze zeer verafgelegen stelsels.
Het team was met name verrast te ontdekken dat er een klasse van
sterrenstelsels bestond die alweer volledig gestopt waren met het
aanmaken van nieuwe sterren. Klaarblijkelijk hadden deze stelsels al
heel vroeg in hun jonge bestaan al het beschikbare gas razendsnel in
sterren omgezet. Toen het gas op was, konden er geen nieuwe sterren
meer komen en zijn de stelsels bijna letterlijk verhongerd. De
overblijvende rode en 'dode' stelsels kunnen de directe voorouders
zijn van tenminste een deel van de zware en rode elliptische stelsels
die we vandaag de dag in het nabije heelal zien.
Toch blijken er naast deze oude dode stelsels, inderdaad ook rode
stelsels te zijn die wel nieuwe sterren vormen en voornamelijk
roodverkleurd zijn door de grote hoeveelheden stof die ze bevatten.
Marijn Franx (Sterrewacht Leiden): 'De variatie in eigenschappen die
we vinden is buitengewoon verrassend. We weten dat er zo'n
verscheidenheid bestaat in het nabije heelal, maar we dachten dat er
vele miljarden jaren nodig waren om die tot stand te brengen. Nu
blijkt dat al binnen 2 miljard een enorme verscheidenheid ontstaat.'
Labbé voegt daaraan toe: 'Het wordt zo langzamerhand duidelijk dat het
vroege heelal wel een soort dierentuin lijkt, met allerlei
verschillende soorten sterrenstelsels. De uitdaging is nu vooral om te
begrijpen hoe die verscheidenheid zo snel is ontstaan.'
Dit persbericht wordt uitgebracht in samenwerking met het Center for
Astrophysics, Harvard, en de Carnegie Institution of Washington, beide
in de V.S. Het artikel dat dit werk beschrijft is aangeboden aan
'Astrophysical Journal Letters' en is beschikbaar bij de
contactpersonen.
Verdere informatie:
Prof. Dr. Marijn Franx, Sterrewacht Leiden,
Tel.: 071-527 5870
E-mail: franx@strw.LeidenUniv.nl
Dr. Ivo Labbé, Carnegie Observatories, Pasadena, CA, USA
Tel.: 00-1- 626-304-0265
E-mail: ivo@ociw.edu
Website Sterrewacht Leiden: http://www.strw.leidenuniv.nl
Website Carnegie Observatories http://www.ociw.edu
Website Spitzer Ruimtetelescoop http://www.spitzer.caltech.edu
Leiden, 15-03-05