VVD



Nieuws

10 mrt 2005 - Van Baalen: nieuwe
EU-wapenexportcode is een zinkend schip

Steun aan export Nederlandse defensie-industrie

VVD-woordvoerder Hans van Baalen wil een gemeenschappelijk EU-wapenexportbeleid, dat bindend is voor alle EU-lidstaten met een onafhankelijke toetsing van naleving. De gedragscode, die nu in de maak is, gaat uit van zgn. peer pressure. Dat wil zeggen dat elk land zelf bepaalt of het zich aan de regels houdt en daarop slechts door de collega-EU-lidstaten vrijblijvend kan worden aangesproken.

Volgens Van Baalen zal dit schip al zinken voordat het de haven heeft verlaten. De Nederlandse defensie-industrie is van deze vrijblijvendheid de dupe. De VVD wil een zgn. level playing field voor de Europese defensie-industrie. Nederland moet niet strenger zijn dan haar EU-collega's. De EU en de VS moeten één lijn trekken ten aanzien van het wapenembargo tegen van China. Van opheffing van het EU-wapenembargo kan nu geen sprake zijn. De mensenrechtensituatie, de toestand in Tibet, de opbouw van de militaire dreiging tegen Taiwan en het ontbreken van een bindend EU-wapenexportbeleid maken opheffing nu niet aanvaardbaar. Van Baalen zei dit vandaag in een debat met staatssecretaris Van Gennip van Economische Zaken en minister Bot van Buitenlandse Zaken.

Voorts gaf Van Baalen aan dat de kleine, maar zeer innovatieve Nederlandse defensie-industrie een reguliere en honorabele bedrijfstak is, die de steun van de overheid verdient. Hij kreeg van de regering de toezegging dat over het toekennen van wapenexportvergunningen binnen drie weken zal worden beslist. Het is voor de VVD onaanvaardbaar dat bedrijven orders mislopen omdat Nederland minder haast maakt dan andere EU-lidstaten. Tevens zegde de regering toe bereid te zijn de administratieve lasten van de aanvraag van zulke vergunningen voor het bedrijfsleven te reduceren, bedrijven actief te informeren over het Nederlandse wapenexportbeleid en ook in individuele gevallen open te staan voor nader overleg. Ook waren Van Gennip en Bot het met Van Baalen eens dat de ministeries van Buitenlandse Zaken, Economische Zaken en Defensie zich, in nauw contact met het bedrijfsleven, actief voor de exportkansen van de Nederlandse defensie-industrie, inclusief de kennisinstituten, moeten inzetten. Bondgenoten in de strijd tegen het internationale terrorisme, zoals Pakistan, Indonesië en Israël, moeten kunnen rekenen op een flexibele benadering wat de levering van defensiematerieel betreft.