Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
De voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag
Den Haag Ons kenmerk Uw brief van
21 december 2004
ASEA/DIR/2004/41198
Onderwerp
onderzoeken administratieve
lasten OCW en operatie
"Kappen dor hout"
Hierbij bied ik u mede namens de staatssecretarissen ter kennisname de onderzoeksrapporten
"Regeldruk voor OCW-instellingen" en "Nulmeting AL Burger Ministerie van OCW" aan. Daarnaast
informeer ik u langs deze weg over de wijze waarop OCW gebruik maakt van de uitkomsten van deze
onderzoeken. In het bijzonder zal hierbij aandacht worden besteed aan het opschonen van het
regelbestand, de zogenaamde operatie "Kappen dor hout".
Proces
Op 8 maart jl. heeft u reeds een eerste onderzoek naar de regeldruk voor het Primair Onderwijs,
Beroeps- en Volwasseneducatie, Wetenschappelijk Onderwijs, Onderzoek en Wetenschapsbeleid en de
podiumkunsten ontvangen. U heeft voor de genoemde sectoren eind oktober jl. ook een brief
ontvangen. In deze brief is uiteengezet langs welke weg OCW voor deze sectoren de regeldruk met een
kwart gaat reduceren.
Het bijgevoegde onderzoeksrapport "Regeldruk voor OCW-instellingen" betreft het overzicht van de
regeldruk voor alle OCW-sectoren. Het onderzoek "Nulmeting AL Burger Ministerie van OCW" heeft de
regeldruk die OCW veroorzaakt voor de voor haar relevante doelgroepen in kaart gebracht (eigenaren
monumenten, ouders en leerlingen 18+, studenten Hoger Onderwijs, deelnemers Beroeps- en
Volwasseneducatie, gehandicapten en chronisch zieken, burgers overig).
De uitkomsten van beide rapporten zullen als input gebruikt worden voor het project "OCW ontregelt"
dat sinds 1 maart jl. bij ons ministerie wordt uitgevoerd. Doel van dit project is te komen tot
vereenvoudiging en vermindering van het aantal regels dat op OCW-instellingen en burgers van
toepassing is. In juni 2005 zullen wij u informeren over het pakket reductiemaatregelen voor de
sectoren Voortgezet Onderwijs, Hoger Beroepsonderwijs, en Cultuur (excl. podiumkunsten) en de voor
OCW relevante burgers.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag T +31-70-412 3456 F +31-70-412 3450 www.minocw.nl
blad 2/4
Regeldruk voor OCW-instellingen
Het onderzoek "Regeldruk voor OCW-instellingen" brengt drie vormen van regeldruk in kaart te weten:
de potentiële regeldruk (welke regelingen kunnen in beginsel op de instellingen neerslaan?), de
feitelijke regeldruk (de kosten die voortvloeien uit informatieverplichtingen) en de gepercipieerde
regeldruk (hoe wordt wet- en regelgeving door instellingen zelf ervaren?).
Het onderzoek is uniek in opzet in de zin dat niet alleen de OCW wet- en regelgeving en subsidies zijn
onderzocht, maar ook die van alle mede-overheden. Opgemerkt dient te worden dat dit onderzoek in 2
fasen is uitgevoerd. De eerste fase van het onderzoek had betrekking op de sectoren Primair
Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneducatie, Wetenschappelijk Onderwijs, Onderzoek en
Wetenschapsbeleid en de podiumkunsten. De uitkomsten van dit deel van het onderzoek hebben wij u
8 maart jl. toegezonden. Het nu bijgevoegde onderzoeksrapport biedt een integraal beeld van de
regeldruk voor alle OCW-sectoren.
De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek tonen aan dat:
1. Er in totaal 1502 regelingen zijn die op de gezamenlijke OCW-instellingen kunnen neerslaan. Van
deze potentiële regelingen is 25% afkomstig van OCW zelf, 13% van SZW en 11% van de
gemeenten. Deze drie zijn dus goed voor 49% van de geïnventariseerde regelingen.
2. De feitelijke regeldruk 564 miljoen bedraagt, waarvan 45% afkomstig is van OCW, 23% van SZW
en 12% van de gemeenten. Het cijfer van 564 miljoen is een middenvariant; de bandbreedte
waarbinnen de onderzoekers zich bewegen ligt tussen 486 en 644 miljoen.
3. De meeste irritatie wordt opgeroepen door algemene regelingen van SZW.
Overigens dient bij de resultaten te worden aangetekend dat er sterke verschillen per sector bestaan.
Zo is het OCW-aandeel in de potentiële regeldruk voor de cultuursector slechts 11% en voor het
onderzoeks- en wetenschapsbeleid maar 9%.
Bij de feitelijke regeldruk varieert het OCW-aandeel van 12% in het onderzoeks- en wetenschapsbeleid
tot 62% in het Hoger Beroepsonderwijs. Ten slotte blijkt in de perceptie van de regeldruk dat de
grootste irritatie zich in het Primair Onderwijs, Beroeps- en Volwasseneducatie, Hoger
Beroepsonderwijs, Wetenschappelijk Onderwijs en Media concentreert op de OCW en in de overige
sectoren op de SZW wet- en regelgeving.
Bij de feitelijke regeldruk dient nog te worden opgemerkt dat de uitkomsten van het eerste onderzoek
(de sectoren Primair Onderwijs, Beroeps- en Volwasseneducatie, Wetenschappelijk Onderijs,
Onderzoek- en Wetenschapsbeleid en podiumkunsten) voor wat betreft de regeldruk afkomstig van
OCW (lichtelijk) afwijken t.o.v. de eerdere meting. In het in maart jl. afgeronde onderzoek was de
omvang van de OCW-regeldruk becijferd op 148 mln. Op basis van het integrale onderzoek komt de
OCW-regeldruk voor deze sectoren nu uit op 152 mln. Dat is toe te schrijven aan een tweetal
factoren. Allereerst is in de tussentijd, in interdepartementaal overleg, de definitie van feitelijke
regeldruk t.o.v. de eerdere studie aangepast. Ten tweede is nieuwe informatie beschikbaar gekomen
over de omvang van de reikwijdte van bepaalde (subsidie)regelingen1.
1 In onze rapportage d.d. 29-10 wordt een bedrag van 149 miljoen genoemd. Dit heeft te maken met een correctieslag die voor
de omvang van de regeldruk voor de cultuurnota-instellingen is doorgevoerd. De administratieve lasten voortvloeiend uit de
Cultuurnota is gelijkmatig over de vier jaren verdeeld, terwijl deze bij het onderzoeksrapport volledig in 2003 neerslaan.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2
Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag, T +31-70 - 4123457 F +31-70-4123456 www.minocw.nl
blad 3/4
Acties n.a.v. onderzoek regeldruk OCW-instellingen
Inmiddels zijn er door mijn departement de nodige acties ingezet om de conclusies van het
onderzoeksrapport productief te maken. Grofweg zijn deze actielijnen in vier delen op te splitsen:
A. Operatie `Kappen dor hout'
Uit het onderzoeksrapport komt naar voren dat er sprake is van mispercepties ten aanzien van de
geldigheid van regelingen. Om duidelijkheid te verkrijgen over de geldigheid van de regelingen is de
operatie `Kappen dor hout' uitgevoerd. Deze operatie is bedoeld om de OCW-regelgeving
toegankelijker te maken. Deze operatie concentreert zich in eerste instantie op de ministeriële
regelingen. Voor deze regelingen is bekeken of zij nog een juridische grondslag hebben en als dat het
geval is, of zij nog als relevant moeten worden beschouwd. Regelingen die niet meer relevant zijn,
worden ingetrokken. Een voorbeeld van zo'n regeling is het per 1 december 1965 instellen van een
commissie die tot taak had het onderhouden van contacten met besturen van scholen voor de
detailhandel. Een ander voorbeeld is een regeling voor het aanvragen van subsidie voor het onderhoud
van monumenten en historische buitenplaatsen die feitelijk alleen betrekking heeft op het jaar 1999.
De operatie "Kappen dor hout" heeft ook duidelijk gemaakt dat er in de digitale databestanden (waarin
alle regelingen staan) nogal wat regelingen zijn opgenomen die al zijn uitgewerkt. Deze zullen uit die
bestanden worden verwijderd. De operatie `Kappen dor hout' heeft als resultaat opgeleverd dat per 1
januari 2005 van de 1111 ministeriële regelingen er 612 worden geschrapt. Dat is meer dan de helft.
De gebruiker van de databank zal daardoor een stuk gemakkelijker en sneller de regels kunnen vinden
die relevant zijn voor zijn school of instelling. In 2005 zal als volgende stap een vergelijkbare operatie
worden uitgevoerd voor de verschillende wetten en de daarbij behorende amvb's.
B. Verkrijgen van duidelijk beeld van informatieverplichtingen voor OCW-instellingen
Voor het uitvoeren van het onderzoek bestond er bij OCW geen duidelijk beeld van
informatieverplichtingen voor OCW-instellingen. Met het uitvoeren van het onderzoek zijn deze
lacunes inmiddels opgevuld. Tevens zijn de administratieve lasten voortvloeiend uit deze
informatieverplichtingen in beeld gebracht. Om dit overzicht ook in de toekomst `up to date' te houden
worden alle mutaties in de administratieve lasten van de informatieverplichtingen die voortvloeien uit
nieuwe OCW wet- en regelgeving gekwantificeerd.
C. Vergroten van leesbaarheid en imago van het Gele Katern
De positie van het Gele Katern wordt op dit moment opnieuw overwogen. Daarbij is onder andere een
optie de papieren versie te vervangen door een deugdelijk elektronisch alternatief. Maatwerk zal
centraal staan. De gebruikers worden bij de ontwikkeling van nieuwe plannen ook uitdrukkelijk zelf
betrokken.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 3
Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag, T +31-70 - 4123457 F +31-70-4123456 www.minocw.nl
blad 4/4
D. Vermindering regeldruk voor OCW- instellingen
Mijn ambitie is om de regeldruk voor OCW-instellingen met een kwart te reduceren. Zoals eerder in
deze brief aangegeven heb ik reeds eind oktober jl. de voorstellen voor de sectoren Primair Onderwijs,
Beroeps- en Volwasseneducatie, Wetenschappelijk Onderwijs, Onderzoeks- en Wetenschapsbeleid en
podiumkunsten gepresenteerd. In juni 2005 presenteer ik de reductievoorstellen voor de overige
sectoren, alsmede een nadere concretisering van de reductievoorstellen van de eerste tranche.
E. Verminderen irritatie m.b.t. SZW wet- en regelgeving
In de brief van eind oktober zijn ook de vorderingen beschreven op het terrein van de SZW wet- en
regelgeving. Zo zal met het UWV over de problemen die OCW-instellingen ervaren met de uitvoering
van de sociale verzekeringswetten worden overlegd. Verder vindt overleg plaats tussen SZW en de
culturele sector over een mogelijke verruiming van de voorwaarden waaronder buitenlandse
kunstenaars van buiten de Europese Unie een werkvergunning kunnen krijgen, waarbij rekening wordt
gehouden met de bijzondere positie van de culturele sector. Ten slotte is de vereenvoudiging voor de
werkvergunning van kenniswerkers (Wet arbeid vreemdelingen) vanaf 1 oktober 2004 een feit.
Nulmeting AL Burger Ministerie van OCW
In het hoofdlijnenakkoord is afgesproken dat ieder departement de administratieve lasten voor burgers
met 25% dient te reduceren voor het einde van de kabinetsperiode. Coördinatie van deze operatie vindt
plaats door BZK als onderdeel van het Programma Andere Overheid. De onderhavige nulmeting vormt
voor OCW de basis voor deze operatie. OCW is het eerste ministerie dat een volledige nulmeting voor
de voor haar relevante doelgroepen (eigenaren monumenten, ouders en leerlingen 18+, studenten
Hoger Onderwijs, deelnemers Beroeps- en Volwasseneducatie, gehandicapten en chronisch zieken,
burgers overig) heeft uitgevoerd.
De uitkomsten van deze `nulmeting AL Burger Ministerie OCW' tonen aan dat de lasten voor de OCW-
relevante doelgroepen 3,8 miljoen uur en 6,9 miljoen aan kosten bedragen. De omvang van deze
lasten worden m.n. veroorzaakt door de grote omvang van de doelgroepen. Op individueel niveau zijn
de burgers qua tijd en kosten uit hoofde van de informatieverplichtingen van OCW wet- en regelgeving
nagenoeg nihil. Uitzondering vormen de kosten voor de doelgroep eigenaren monumenten (jaarlijks
gemiddeld 118 per eigenaar)2.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
mede namens de staatssecretarissen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(Maria J.A. van der Hoeven)
2 deze kosten worden voornamelijk veroorzaakt door de noodzaak van het inhuren van expertise van derden.
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 4
Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag, T +31-70 - 4123457 F +31-70-4123456 www.minocw.nl