De administratie Planning en Statistiek, de studiedienst
van de Vlaamse regering, mocht van het NIS even een
kijkje nemen in de resultaten van de socio-economische
enquête, beter bekend als de volkstelling die einde 2001
plaatsvond.
Onze aandacht ging vooral uit naar het woningformulier
dat door de huishoudens werd ingevuld en informatie
verschaft over huur en eigendom, het type van woning, de
woonruimte, de ouderdom van het gebouw, het aanwezige
comfort en de geriefelijkheden. Naast deze feitelijke
gegevens is het voor het beleid zeker interessant te
weten hoe de inwoners de staat van hun woning inschatten
en of er met andere woorden grote of kleine herstellingen
nodig zijn. In deze studie wordt ruim aandacht besteed
aan de tevredenheid met de woonomgeving, in al haar
aspecten, zoals het uitzicht en de netheid, de rust, de
nabijheid van voorzieningen, bijvoorbeeld scholen,
gezondheidszorg, crèches en dergelijke, het aanbod aan
openbaar vervoer, en de kwaliteit van de voet- en
fietspaden.
De analyse gebeurt op het niveau Vlaanderen, maar voor
een aantal aspecten wordt gekeken naar verschillen tussen
stedelijke en landelijke gemeenten.
Aangezien de volkstelling om de tien jaar plaatsvindt,
kunnen we een vergelijking maken in de tijd.
Opmerkelijke vaststelling is dat het aantal eigenaars
toeneemt en zeker nog niet zijn limiet heeft bereikt als
we kijken naar de eigendomspercentages bij bepaalde
bevolkingsgroepen (hoogste bij tweeverdieners met
kinderen). Drie op vier van de Vlaamse huishoudens is
eigenaar van een woning of flat. In 1991 was dat 69,2%.
Niettemin blijven alleenstaanden en alleenstaande ouders
met kinderen maar ook lagergeschoolden nog vaker
aangewezen op huurwoningen. 6% van de huishoudens huurt
bij een socialewoningmaatschappij, 19% huurt op de privé-
markt. Ook bij de niet-Belgen is het aandeel huurders
groter.
Eigenaars wonen het ruimst, hebben het meeste comfort in
huis en hun woning verkeert in de meeste gevallen in
goede staat.
Huurders op de privé-markt, vooral in grote steden, zijn
het minst tevreden over de kwaliteit van hun woning.
Objectief gezien zijn de woningen waarin ouderen wonen
iets minder goed uitgerust, wat bij hen niet automatisch
leidt tot klachten.
Al bij al is de woningkwaliteit in Vlaanderen vrij goed
te noemen, slechts 10% van de huishoudens vermeldt dat
minstens één grote herstelling nodig is.
Uit dit en ander onderzoek blijkt dat Vlamingen doorgaans
zeer tevreden zijn over de omgeving waarin ze wonen.
Zelfs bij soortgelijke woonomgevingen blijken eigenaars
meer tevreden te zijn met de woonomgeving dan huurders.
Vermoedelijk zit de hogere woonkwaliteit van hun woning
(vaak met tuintje) en een hogere identificatie met de
buurt er voor iets tussen (ze hebben de buurt zelf
gekozen!). De bewoners in het buitengebied zijn iets meer
tevreden over de omgeving dan de stedelingen (minste
tevredenheid in de grootsteden en in de Vlaamse rand rond
Brussel). Daar zijn alles bij elkaar iets minder
positieve uitspraken over lawaai en geluidshinder, 20%
vindt dat onaangenaam. Huurders bij
socialewoningmaatschappijen klagen het vaakst over
netheid.
De Vlaamse huishoudens zijn normaal tevreden over de
nabijheid van voorzieningen en faciliteiten. De
fietspaden zijn echter een bron van ergernis: er zijn
vier keer meer ontevreden dan tevreden bewoners! De
uitspraken over de voorzieningen in de buurt zijn
blijkbaar zeer uiteenlopend, een grote groep is tevreden
en een even grote groep dan weer niet. Uitschieters in
positieve zin zijn de gezondheids- en sociale
voorzieningen en de scholen. De tevredenheid met de
lokale diensten en voorzieningen ligt doorgaans het
hoogste in de centrumsteden, behalve voor de straten,
voet- en fietspaden.
Stativaria 31 Woonkwaliteit en tevredenheid met de
woonomgeving in Vlaanderen. Een analyse van de Algemene
Socio-Economische Enquête 2001 vindt u op de website van
de administratie Planning en Statistiek
www.vlaanderen.be/aps
Voor meer inhoudelijke toelichting kunt u terecht bij de
auteur:
Jan Pickery
Tel. 02-553 57 39
e-mail: jan.pickery@azf.vlaanderen.be
---
Vlaamse overheid