Ministerie van Financiën

Persbericht

PERS-2004-102

Den Haag, 29 juni 2004

Actieve houding Nederland in IFI's werpt zijn vruchten af

De actieve houding van Nederland ten aanzien van de Internationale Financiële Instellingen(IFI's) werpt zijn vruchten af. Het-beleid van deze instellingen heeft zich in de afgelopen jaren grotendeels in een door Nederland gewenste richting ontwikkeld. Op het gebied van financiële soliditeit is er door permanente Nederlandse aandacht een stijgende lijn waar te nemen van de financiële degelijkheid bij multilaterale ontwikkelingsbanken. Het is Nederland echter niet gelukt het verstrekken van crisisleningen door multilaterale banken tegen te houden, wel is door de inzet een hogere rente op deze leningen bedongen. Dit wordt geconcludeerd in een evaluatierapport dat minister Zalm naar de Tweede Kamer heeft gezonden.

In de begroting van het ministerie van Financiën is als één van de doelstellingen opgenomen: het bevorderen van financieel-economische ontwikkeling en economische structuurversterking in minder ontwikkelde en transitielanden via Internationale Financiële Instellingen (IFI's). Onder IFI's worden begrepen het IMF en de multilaterale Banken zoals de Wereldbank en de regionale ontwikkelingsbanken voor Azië, Afrika en Zuid Amerika en Oost Europa .In de evaluatierapportage "Het bevorderen van financieel-economische ontwikkeling en economische structuurversterking in minder ontwikkelde en transitielanden via Internationale Financiële Instellingen (IFI's)" legt de minister van Financiën verantwoording af over de Nederlandse inspanningen ten aanzien van die doelstelling in de periode 1999-2003. Deze rapportage vloeit voort uit het proces Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording, waarmee de overheid ernaar streeft betere verantwoording af te leggen over het resultaat van het gevoerde beleid.

Uit het rapport komt naar voren dat voor Nederland de financiële soliditeit van de IFI's een permanent aandachtspunt is en blijft. Dit om zeker te stellen dat IFI's ook op de lange termijn kunnen bijdragen aan economische ontwikkeling en om te voorkomen dat het Nederlandse garantiekapitaal (in totaal

¤ 21,8 mrd.). wordt ingeroepen. Door Nederlandse inzet zijn er bij verschillende multilaterale banken maatregelen genomen om de financiële soliditeit te versterken.

Ook blijkt dat Nederland een belangrijke bijdrage heeft gehad bij het op één lijn brengen van de EU-landen en het bereiken van het compromis om omvang van het deel schenkingen van het ontwikkelingsfonds(IDA) van de Wereldbank te beperken en een relatie te leggen tussen schenking en schuldhoudbaarheid. Waar Nederland zich aanvankelijk verzette, heeft het zich ingezet voor een gemeenschappelijk standpunt.

Tot succesvolle resultaten kunnen verder worden gerekend de meer systematische en geordende aanpak van crisisoplossing, de stroomlijning van conditionaliteit, de ontwikkeling en toepassing van landenstrategieën en de allocatie van middelen van IFI's op basis van prestaties.

Het is Nederland niet gelukt om het verstrekken van de crisisleningen door multilaterale banken tegen te houden maar men is er wel in geslaagd een hogere rente op deze leningen te bedingen. Nederland blijft aandringen op een centrale rol van het IMF en de ontwikkelingsrelevantie als voorwaarden te stellen voor het verstrekken van crisisleningen door multilaterale banken, tegen een rente waarin het risico is verdisconteerd. Dit vanuit de overweging van risicobeheer. Nederland zette zich voorts met succes in om de voorwaarden en effectiviteit van kredietverstrekking te verbeteren, onder meer door versterking van het element van "goed bestuur".

De optimalisering van de Nederlandse institutionele inbreng in de IFI's, individueel of via een kiesgroep, blijft de komende tijd onveranderd actueel. De IFI's zijn de belangrijkste en meest invloedrijke instellingen op het terrein van financieel economische ontwikkeling en armoedebestrijding. Participatie in deze instellingen biedt Nederland mogelijkheden tot actieve beïnvloeding van de financieringsstromen van IFI's naar minder ontwikkelde landen, die een veelvoud zijn van de Nederlandse financiële inbreng. Een consistente en realistische Nederlandse beleidsinzet, die rekening houdt met het internationale krachtenveld en de institutionele capaciteit van de IFI's, blijft daarbij een aandachtspunt.

Het volledige rapport is te vinden op www.minfin.nl/BFB04-5078.doc