068 - Economische beslissingen onder invloed van de drang om `erbij te
horen'
Dure Merkkleding, spijbelen en open-mand-collectes
Datum: 15 juni 2004
Als iemand een fles shampoo koopt, wordt hij daarbij niet of
nauwelijks beïnvloedt door zijn vrienden of familie. Bij een auto of
merkkleding is dat anders. Sociale interactie-effecten, bijvoorbeeld
jaloezie of prestatiedrang, spelen een belangrijke rol bij veel
economische beslissingen die mensen maken. Econoom Adriaan Soetevent
breekt met de algemeen economische traditie die elk individu als een
eiland op zich beschouwt en brengt de sociale context van enkele
beslissingen in kaart. Soetevent promoveert op 24 juni 2004 aan de
RUG.
In zijn proefschrift volgt Soetevent twee lijnen: de theoretische en
de empirische. In de theoretische studie schetst hij de mogelijke
gevolgen van sociale interactie-effecten. Als een individu een
beslissing maakt onder druk van de groep mensen waarmee hij omgaat, de
zogenaamde referentiegroep, dan kunnen producenten hierop inspelen.
Een voorbeeld is de Vodafone reclamecampagne. De telefonieaanbieder
laat in de ene reclame een stoere groep skaters zien met een
mobieltje, in een andere juist keurige zakenmensen die het netwerk óók
gebruiken. Zo wordt voor elke consument een eigen referentiedoelgroep
gecreëerd.
Vliegwieleffect afremmen
Eén van Soetevents theoretische studies laat zien dat de overheid het
welzijn van mensen naar een hoger niveau kan tillen door rekening te
houden met deze sociale interactie-effecten. Door hogere belastingen
te heffen op goederen waarbij referentiegroepen een belangrijke rol
spelen, zoals merkkleding, dure auto's en sierraden, kan ze het
vliegwieleffect van sociale interactie-effecten afremmen. Het gevolg
is dan mensen minder dure goederen kopen en elkaar dus ook minder op
kosten jagen middels jaloezie of de drang om `erbij te horen'.
Alleenstaande werkende moeder
In het empirische deel van zijn onderzoek kwantificeert Soetevent het
sociale interactie-effect in twee studies: één naar spijbelgedrag
onder scholieren en één naar de opbrengst van kerkcollectes.
Voor de eerste gebruikte hij de gegevens van 7534 scholieren uit 487
klassen van 66 scholen. De invloed van andere scholieren op de
beslissing van een leerling om te gaan spijbelen blijkt buitengewoon
groot. Stel: een klas telt acht jongens en acht meisjes, allemaal met
gemiddelde kenmerken (14 jaar, Nederlands, niet kerkelijk). Wat
gebeurt er als een meisje wordt toegevoegd die met zekerheid spijbelt?
Soetevent: `Gemiddeld spijbelen in zo'n klas van zestien 3,14 kinderen
met enige regelmaat. Wanneer je geen rekening houdt met het
interactie-effect, dan komt er met het meisje één spijbelaar bij, 4,14
van de zeventien dus. Maar weeg je sociale druk en meeloopgedrag wél
mee, dan blijkt het aantal spijbelende kinderen op te lopen tot 4,73.'
Zo neemt het percentage spijbelende kinderen in de traditionele
economische lezing met 24 procent toe, terwijl de econoom die rekening
houdt met de sociale context uitkomt op 41 procent. Het gaat zelfs zo
ver dat de invloed van een alleenstaande werkende moeder die veel van
huis is niet alleen bij haar eigen zoon of dochter spijbelgedrag in de
hand werkt, maar ook bij de klasgenoten van haar kind.
Kerkcollectes
De tweede empirische studie onderzoekt de opbrengsten van
kerkcollectes in een gesloten collectezak en een open mandje. Dertig
kerken werkten meer dan een half jaar mee aan het onderzoek. Hoewel
hierbij ook andere factoren een rol spelen in de keuze van mensen om
te geven, zoals het doel van de collecte of de opkomst bij de dienst,
zijn de gevolgen van sociale interactie-effecten goed meetbaar. `Je
laat de ene keer een gesloten collectezak rondgaan en de andere keer
een open mandje. Bij de tweede blijkt de opbrengst tien procent
hoger.' Door de openbaarheid van de giften kunnen allerlei sociale
factoren hun effect doen gelden, zoals vergelijking van de eigen
bijdrage met die van anderen of het tonen van belangeloos gedrag. Als
langere tijd een open collectemand gebruikt wordt, dan wordt het
effect kleiner. `Eén kerk heeft naar aanleiding van mijn onderzoek
besloten om sporadisch een open collectemand in te zetten, alléén als
voor een bepaald doel extra geld nodig is.'
Curriculum vitae
Adriaan Soetevent ( Emmen, 1976) studeerde econometrie aan de
Rijksuniversiteit Groningen. Hij verrichte zijn promotieonderzoek bij
de vakgroep Algemene Economie.
Soetevent promoveert tot doctor in de economische wetenschappen.
Promotoren: prof. dr. P. Kooreman en dr. L. Schoonbeek. Het onderzoek
is gefinancierd door de RUG. NWO financierde een verblijf van vijf
maanden aan de universiteit van Wisconsin in de Verenigde Staten.
Daarnaast ontving de promovendus een junior fellowship van het
Amerikaanse MacArthur Network on Social Interactions and Economic
Inequality.
De titel van het proefschrift luidt: `Social Interactions and Economic
Outcomes'.
Noot voor de pers:
Voor informatie: Adriaan Soetevent, e-mail: a.r.soetevent@eco.rug.nl
(werk)
Rijksuniversiteit Groningen