Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

rectie Financieel Economische Zaken
Di

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal


Postbus 20018

2500 EA 'S-GRAVENHAGE

uw brief van uw kenmerk ons kenmerk datum

TRCFEZ/2004/1700 02-06-2004

onderwerp bijlagen Beantwoording vragen over div. Jaarverslagen/Slotwetten LNV en DGF 2003 en AR-rapport LNV 2003 Geachte Voorzitter,

Bijgevoegd treft u de antwoorden op de door de vaste commissie LNV gestelde vragen naar aanleiding van de Jaarverslagen, Slotwetten 2003 van LNV en Diergezondheidsfonds en het rapport die de Algemene Rekenkamer over LNV jaarverslag heeft uitgebracht.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

dr. C.P. Veerman

29 595 Wijziging van de begroting van uitgaven en ontvangsten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor het jaar 2003 (Slotwet)

Vragenlijst

Nr Vraag Blz
1 Welke bedragen zijn ontvangen in het kader van het Plattelandsontwikkelingsplan (POP) voor 3 verworven gronden? Is het toegestaan om voor grondverwerving POP- gelden in te zetten? Antwoord
Voor verworden gronden is 21,52 mln ontvangen. Het is toegestaan om voor grondverwerving POP-gelden in te zetten.

2 Is het probleem van de één op één subsidierelatie die Brussel eist inmiddels opgelost inzake 4 beheerssubsidie? Zo ja, hoe is dit opgelost en wat zijn de consequenties? Antwoord
Dat is inderdaad opgelost. Er zijn in september 2003 goede afspraken gemaakt met LTO en Natuurlijk Platteland Nederland (NPN) over de positie van de Agrarisch Natuurverenigingen (ANV's). Samenwerkingsverbanden zoals ANV's kunnen ook in de toekomst (collectieve) aanvragen blijven indienen en ontvangen daarop een (collectieve) beschikking. De uitbetaling vindt plaats aan individuele agrariërs. Ruimte voor regionaal maatwerk wordt gecreëerd door de leden tegelijk met de aanvraag een contract te laten tekenen waarin zij zich verplichten tot afdracht van een deel van de vergoeding aan het samenwerkingsverband. Het collectief kan dit naar eigen inzicht herverdelen onder de leden. Speciaal voor samenwerkingsverbanden zijn in de SAN bovendien vier aangepaste gebiedspakketten voor weidevogelbeheer (nestbescherming met weidevogeldichtheden conform de oude gebiedspakketten) en drie extra mogelijkheden voor uitgesteld maaibeheer (waaronder twee met de mogelijkheid tot voorbeweiding. De nieuwe pakketten zijn voor het jaar 2004 opengesteld en in grote getalen aangevraagd. Alle "oude" beschikkingen van (leden van) ANV's worden vastgesteld en herbeschikt.
3 Welk bedrag zit er in het O&S fonds voor de landbouw op dit moment? Wie bepaalt hoeveel 4 geld er uit het fonds wordt gehaald? Hoeveel geld is er in 2003 totaal uit het fonds gehaald? Antwoord
Het saldo per ultimo 2002 in te zetten voor mest bedroeg 153 mln. Hiervan is in 2003 71 mln. uitgeput, voornamelijk Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV). Het restant wordt in 2004 uitgegeven.
Voor de uitfinanciering van de maatregelen uit hoofde van de brandstofcompensatie voor de glastuinbouw bedroeg het saldo per ultimo 2002 25 mln. Hiervan is in 2003 3,1 mln. ingezet tbv de Regeling Reconstructie Oude Glastuinbouwgebieden(RROG) en de Infrastructuurregeling Glastuinbouw(IRG). De restantmiddelen worden in 2004 t/m 2006 gereserveerd voor IRG.
Van de 3 mln. die ultimo 2002 beschikbaar was voor nitraatprojecten is in 2003 2,3 mln. uitgegeven.
Tenslotte is ultimo 2003 nog 6,8 mln. beschikbaar voor de extensiveringsprojecten en de experimenten knelgevallen intensieve veehouderij en 1 mln. voor de uitvoering van het innovatieprogramma in het kader van de beleidsvisie energietransmissie. Dit betreft bijdragen van de ministeries van VROM resp. EZ. Deze middelen worden in 2004 vanuit het fonds overgeboekt naar de LNV-begroting.

1/2

Op voordracht van het Ministerie van LNV besluit het Bestuur van de Stichting O&S-fonds hoeveel geld er uit het O&S-fonds wordt gehaald en over de bestemming van de middelen.


4 Hoe zijn de hogere destructiekosten te verklaren? 6 Antwoord
De hogere destructiekosten komen voort uit betalingen in 2003 van:
- de kosten van het plan van aanpak diermeel (vernietiging diermeel overschotten april 2001 t/m november 2002);

- de kosten van het vernietigen van diermeel 1e kwartaal 2001;
- kosten voor het ophalen en verwerken van kadavers, waarvan betaling oorspronkelijk was voorzien voor 2002.


2/2

29540 - 30 Jaarverslag 2003 van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Vragenlijst
Nr Vraag Blz
1 Kunt u alsnog per beleidsartikel aangeven wat de doelstelling was voor 2003 naast de realisatie in 0 2003?
Antwoord
De beleidsprestaties zijn kwantitatief verantwoord bij de operationele doelstellingen behorend bij de beleidsartikelen. Hieronder volgen 3 voorbeelden (beleidsartikel 1 met de operationele doelstellingen 01.11, 01.12 en 01.13). Verder wordt u verwezen naar het jaarverslag zelf. Beleidsartikel 1 Versterking landelijk gebied Doelstelling 01.11 Gebiedenbeleid
Omschrijving streefwaarde Realisatie 2003 Streefwaarde 2003
1 ruimtelijke structuur 17 890 ha 35 000 ha ingericht
2 ruimtelijke structuur 4 830 ha 10 000 ha kavelruil
3 ruimtelijke structuur en Diverse projecten fysieke leefomgeving 39 projecten via SGB-regeling

Doelstelling 01.12 Reconstructie varkenshouderij / kwaliteitsimpuls zandgebieden Omschrijving streefwaarde Realisatie 2003 Streefwaarde 2003
1 Pilots (gebieden) - -
2 Voorbereiden (Reconstructieplannen) 12 onderhanden 12 De reconstructieplannen zijn in 2003 een voor een opgestart en per ultimo 2003 zijn alle 12 projecten in ontwikkeling (onderhanden).

Doelstelling 01.13 Landelijk natuurlijk
Omschrijving streefwaarde Realisatie Streefwaarde 2003 2003
1 Operationaliseren van kernkwaliteiten van landschappen gereed gereed
2 Voltooide studies offensieve landschapsstrategie 4 gestart, afronding in 2004 4
3 Opgestelde landschapsontwikkelingsplannen door gemeenten 67 gestart, 0 afgerond 15
4 Proeftuinen kwaliteitsimpulslandschap:
- verwerving (zie onderstaande 86 ha opmerking)
- uitvoering 392 ha
5 Graadmeter voor Agrobiodiversiteit - gereed
6 Uitbreiding natuur en landschap in het landelijk gebied buiten 1) 4 000 ha EHS, excl. Kwaliteitsimpuls landschap

7 Aantal opgestelde/uitgevoerdesoortenbeschermingsplannen 2/4 4/4
1) realisatie is verantwoord op beleidsartikel 3 (streefwaarde 2).


1/2

Ad. 1 De kernkwaliteiten worden opgenomen in de Nota Ruimte. Uitwerking als informatieve kwaliteitsagenda voor o.a. provincies en gemeenten vindt plaats in 2004. Ad. 2 Studies Offensieve Landschapsstrategie lopen uit in de tijd en worden in 2004 afgerond. Ad. 4 De Proeftuinen Kwaliteitsimpuls Landschap zijn stilgelegd in het kader van de bezuinigingen. Slechts enkele eerder verplichte hectares zijn gerealiseerd. Ad. 7 Het opstellen van nieuwe Soortenbeschermingsplannen is in 2003 getemporiseerd vanwege stijgende kosten bij de uitvoering van reeds vastgestelde plannen, en ten behoeve van de herintroductie van de otter en de hamster.

2 Kunt u aangeven welke EU-verplichtingen niet zijn voldaan? Welke zijn in 2003 gerealiseerd? 0 Antwoord
Over het algemeen voldoet LNV goed aan de verplichtingen die worden gesteld aan de uitvoering van de verschillende EU regelingen. Niet voldaan is aan correcte uitvoering van dierlijke premieregelingen tot en met 2002. De Europese Commissie heeft terzake kortingen doorgevoerd die in 2003 zijn betaald.
Tekortkomingen betroffen het ontbreken van nationale instructies waardoor onvoldoende controle is geweest op de periode dat kalveren bij de moederkoe blijven (aanhoudperiode) en het feit dat onvoldoende fysieke controles zijn verricht op de uitvoering van de extensiveringsregeling en de speciale premie voor mannelijke runderen. In 2003 vindt de uitvoering conform Europese regelgeving plaats. Zo is het controlepercentage geïntensiveerd en wordt slechts premie uitbetaald indien een kalf langer dan vier maanden bij de moeder blijft.


2/2


3 Is er bij de volumetaakstelling, gehaald middels een vacaturestop, gedifferentieerd naar dienst? 0 Zo neen, waarom niet? Kunt u per onderdeel aangeven hoeveel volume is gekrompen, in fte's en in percentages?
Antwoord
Een differentiatie voor verschillende onderdelen zal optreden bij de uitvoering van reorganisaties en samenhangen met een verandering in beleid (mest). Voor de volumetaakstelling is gedurende 2003 middels een vacaturestop al een forse stap gezet in de richting van de realisatie van de taakstelling uit het Strategisch Akkoord. Hieronder vindt u een overzicht van de krimp per onderdeel.

Krimp van de LNV bezetting in het jaar 2003
Directie/Dienst Grondslag Bezetting Krimp in FTE Krimp 2003 Formatie 2003 31-12-03 Realisatie 2003 Percentage Bestuursdienst LNV 68,2 60,8 -7,4 -10,9% Kabinet incl. AVB 145,5 142,9 -2,6 -1,8% Personeel en Organisatie 219,9 185,3 -34,6 -15,7% Financieel Economische Zaken 81,1 74,7 -6,4 -7,8% Auditdienst 69,2 60,5 -8,7 -12,6% IFA 285,7 286,5 0,8 0,3% Voorlichting 33,0 33,5 0,5 1,5% Landbouw 82,5 80,4 -2,1 -2,5% Natuur 110,4 101,6 -8,8 -8,0% Juridische Zaken 98,6 88,7 -9,9 -10,0% Visserijen 109,4 104,7 -4,7 -4,3% Industrie & Handel 42,6 42,8 0,2 0,5% VVA 111,2 103,2 -8,0 -7,2% Groene Ruimte en Recreatie 67,2 63,5 -3,7 -5,5% Internationale Zaken 63,8 57,4 -6,4 -10,1% Wetenschap en Kennisoverdracht 63,0 57,5 -5,5 -8,7% Expertisecentrum LNV 166,8 153,7 -13,1 -7,9% Directie Regionale zaken i.o. 256,7 234,2 -22,5 -8,8% Dienst Landelijk Gebied 1131,7 1059,5 -72,2 -6,4% Algemene Inspectiedienst 732,0 701,0 -31,0 -4,2% Plantenziektenkundige Dienst 349,0 345,1 -3,9 -1,1% Dienst Basisregistraties 160,2 125,4 -34,8 -21,7% Dienst LNV-Loket 77,0 75,6 -1,4 -1,8% Bureau Heffingen 431,8 388,7 -43,1 -10,0% LASER 701,1 702,8 1,7 0,2% LNV-Totaal (exclusief VWA) 5657,6 5330,1 -327,5 -5,8%


3/2


4 Hoeveel belastinguitgaven zijn besteed aan de fiscale maatregelen voor de landbouw en hoe 0 verhouden deze zich tot voorgaande jaren en de ramingen? In hoeverre zijn de daarbij gestelde doelen behaald?
Antwoord
Bij behandeling van de nota `Fiscaliteit, landbouw- en natuurbeleid' is aangegeven dat het budgettair beslag van de landbouw op de belangrijkste specifieke faciliteiten voor het jaar 2001 540 miljoen bedraagt. Daarnaast bedraagt het budgettair beslag van de landbouw op een aantal generieke faciliteiten 561 miljoen (eveneens in 2001). De raming van de specifieke regelingen voor 2003 en volgende jaren is in de Miljoenennota 2004 opgenomen. In de bijlage Belastinguitgaven bij de Miljoenennota 2005 zal naast een nieuwe raming voor 2004 en volgende jaren een realisatie/aangepaste raming voor het jaar 2003 worden opgenomen. De toerekening van de generieke ondernemersfaciliteiten aan de landbouwsector wordt niet jaarlijks uitgevoerd. De vraag in hoeverre de voor de belastinguitgaven gestelde doelen zijn behaald komt aan de orde in periodiek evaluatieonderzoek. Hierbij wordt erop gewezen dat fiscale uitgaven bijna nooit op zich zelf staan; zij vormen bijna altijd een complementaire aanvulling op het instrumentarium dat ingezet wordt voor de realisering van gestelde beleidsdoelen. Om meer inzicht te krijgen in de effectiviteit van belastinguitgaven is thans een aantal onderzoeken uitgezet. Het LEI gaat onderzoeken of en in hoeverre fiscale maatregelen een bijdrage leveren aan de realisering van beleidsdoelen op het terrein van bos, natuur en landschap. Hiernaast wordt de effectiviteit van ondernemersfaciliteiten onderzocht.


5 Hebben er in 2003 tegenvallers plaatsgevonden op de LNV begroting? Zo ja, zijn deze ook 0 doorgeschoven naar de begroting van 2004? Kunt u bedragen en doelstellingen aangeven? Antwoord
Op de LNV-begroting hebben zich v.w.b. de uitgaven ten opzichte van de Najaarsnota tegenvallers voorgedaan van ca. 47 mln. Deze werden o.m. veroorzaakt door: Hogere uitgaven randstadgroenstructuur (U01.14) 5,4 mln. Hogere uitgaven landinrichtingsprojecten in het kader van Natuuroffensief 2,3 mln. (U02.13)
Hogere bijdrage aan het agentschap Plantenziektenkundige Dienst (U05.22) vnl. 5,7 mln. a.g.v. latere doorvoering tariefsverhoging
Hogere uitgaven voor destructie (U06.12) 8,8 mln. Hogere ICT-uitgaven (U11.21) 12,5 mln. Hogere bijdrage aan agentschap LASER eveneens veroorzaakt door extra ICT- 6,6 mln. uitgaven (U11.22)
Het totaal aan tegenvallers is echter gecompenseerd door meevallers ad 53 mln. waaronder 37,7 mln. op doelstelling 06.11 als gevolg van het nog niet volledig afhandelen van de schikking Fokverbod Klassieke Varkenspest. Per saldo is een bedrag van 6 mln. via de eindejaarsmarge voor de begroting 2004 beschikbaar gekomen.


4/2


6 Hoe is in 2003 de uitvoering bij LASER verlopen wat betreft de AI-crisis? Zijn er fouten 0 opgetreden bij deze uitvoering en waren de werkzaamheden rond de AI crisis goed te combineren met de andere werkzaamheden die LASER doet?
Antwoord
De uitvoering van de werkzaamheden in het kader van de AI crisis hebben in de beginperiode van de crisis binnen LASER tot grote druk op DGF- en reguliere werkprocessen geleid. Na opschaling van de crisisorganisatie en aanpassing van de reguliere werkprocessen medio april/mei 2003 is LASER in staat gebleken de haar opgedragen taken naar tevredenheid van de diverse opdrachtgevers uit te voeren. Vanwege de unieke specifieke accenten van een pluimveecrisis ten opzichte van de eerder opgedane ervaringen met dierziekten bij onder andere runderen en varkens, is het in de beginfase lastig gebleken de gestelde betalingstermijnen te halen. In enkele gevallen is daarom overgegaan tot het betalen van voorschotten. Voor een onafhankelijke waardering van de uitvoering van taken verwijs ik naar het evaluatierapport over de AI-crisis, dat door bureau Berenschot is opgesteld.


7 Hoeveel ha. zijn er in 2003 aangekocht voor de EHS, bijvoorbeeld omdat er al vergaande 0 beloften waren gedaan, ondanks de opschorting van de koopplicht? Hoeveel ha. zijn er eind 2003 aangekocht van het totaal aantal ha. dat in 2018 aangekocht dient te zijn voor de EHS? Antwoord
In 2003 is 4.235 ha aangekocht voor de EHS. Hiervoor zijn in 2002 reeds juridisch harde verplichtingen en bestuurlijke toezeggingen gedaan. Door opschorting van de koopplicht konden wel alle lopende koopplicht-aanvragen in 2003 worden gehonoreerd. In 2018 zou 151.500 ha nieuwe natuur voor de EHS moeten zijn verworven (dit is incl. 19.200 ha particulier natuurbeheer). Eind 2003 was hiervan ruim 80.000 ha aangekocht en moest nog ruim 51.000 ha (restanttaakstelling) worden verworven. In 2003 is een begin gemaakt met de implementatie van de omslag van de realisatie van de EHS door middel van minder verwerving en meer particulier en agrarisch natuurbeheer. Van de restanttaakstelling verwerving wordt nog 60% daadwerkelijk verworven (circa 31.000 ha) en wordt 40% gerealiseerd via beheer (circa 20.000 ha). De omslag geldt ook voor de realisatie van de robuuste verbindingen; vanaf 2004 wordt nog ruim 15.000 ha robuuste verbindingen via verwerving gerealiseerd.


8 Wat zijn de totaaluitgaven aan de Algemene Inspectie Dienst (AID) geweest? Welke gedeelte 0 hiervan werd besteed aan salarissen van inspectiepersoneel? Welk gedeelte hiervan werd besteed aan personeel voor CITES handhaving? Welk gedeelte hiervan werd besteed aan personeel voor handhaving van de flora- en faunawet? Kunt u dit opsplitsen in fte's? Antwoord
De totale uitgaven van de AID bedroegen in 2003 55 mln. Hiervan werd ruim 38 mln. besteed aan personeel, waarvan 27 mln. aan inspectiepersoneel. Voor de handhaving van de CITES wetgeving zijn in 2003 5,6 fte ingezet en 8,6 fte voor de flora- en faunawet dat komt neer op respectievelijk 0,3 mln. en 0,45. Dit betreft uitsluitend de salariskosten. De geplande inzet op deze twee terreinen was 21 fte maar vanwege de Vogelpest is 7 fte ge-herprioriteerd


5/2


9 Hoe kan het dat u in het maatschappelijk debat over de toekomst van de intensieve veehouderij de 10 effecten van het nieuwe mestbeleid niet aan de orde hebt gesteld, deze blijken immers de toekomst van de intensieve veehouderij in grote mate te gaan bepalen? Antwoord
Het nieuwe mestbeleid was ten tijde van de start van het debat nog niet aan de orde. Pas met de hofuitspraak van 2 oktober 2003 werd definitief duidelijk dat Nederland een nieuw stelsel diende te ontwikkelen. De eerste contouren daarvan zijn op 19 december 2003 aan de Kamer gemeld en de feitelijke uitwerking van het stelsel is in januari 2004 gestart. Wel is vanaf oktober 2003 in de discussie aandacht aan het mestdossier besteed, met name door met nadruk te melden dat de "tekorten" op milieugebied niet moeten worden onderschat of gebagatelliseerd. Het mestbeleid met een dwingend stelsel van gebruiksnormen is daarbij met name genoemd.


10 Waarom heeft u het convenant met de sector over de financiering van dierziektecrises niet voor 10 31 december 2003 opgezegd, aangezien u de intentie had de financiering anders te gaan regelen? Antwoord
Het feit dat geen van de convenantpartners het convenant heeft opgezegd, betekent niet dat het convenant niet zou kunnen worden aangepast. Zowel de sector als ik hebben wensen voor aanpassingen, maar daarvoor is opzeggen niet nodig. Over de gewenste aanpassingen ben ik momenteel met de sector in gesprek.


11 In hoeverre is er in 2003 al een begin gemaakt met het vormgeven van de toegezegde nieuwe 12 regeling voor starters? Wat is de huidige stand van zaken? Antwoord
In 2003 zijn de gedachten voor het maken van een nieuwe regeling voor starters ontwikkeld. Geprobeerd zal worden medefinanciering vanuit de EU voor deze maatregel te krijgen. Daarom is de maatregel opgenomen bij de voorstellen voor wijziging van het Plattelandsontwikkelingsplan 2004 dat deze zomer aan de Europese Commissie zal worden toegestuurd. In het nationale deel van de financiering is inmiddels bij de Voorjaarsnota voorzien. Besloten is dat er een ondernemingsprogramma zal worden opgesteld dat een kader gaat bieden voor diverse ondernemingsgerichte steunmaatregelen, waaronder deze investeringssteunmaatregel voor jonge agrariërs. Aan de beleidsmatige en juridische vormgeving van dit ondernemingsprogramma wordt nu gewerkt. Zoals het er nu naar uitziet kan dat aan het einde van het jaar operationeel zijn.


12 Wanneer komt de taskforce van provincies, IPO en LNV met resultaten en in hoeverre wordt 16 gekeken naar de mogelijkheid om landinrichting te gebruiken als `smeerolie' bij de realisatie van de EHS?
Antwoord
De taskforce heeft een aantal voorlopige resultaten opgeleverd die op 10 juni in een bestuurlijk overleg met de provincies worden besproken. Over de resultaten hiervan en de vervolgaanpak zal ik de Tweede Kamer informeren. Landinrichting is ook nu al een belangrijk instrument om de EHS te realiseren.


6/2


13 Welk effect heeft het stopzetten van verwerving van EHS in 2003 gehad op het doelbereik, 16 gemeten in aantal verworven ha en kwaliteit.
Antwoord
In 2003 is voor verwerving van de (droge) EHS 135 mln. uitgegeven voor de aankoop van ruim 4200 ha. natuur. Deze middelen zijn besteed aan grondaankopen waarvoor in 2002 juridische en bestuurlijke verplichtingen zijn aangegaan. De grondverwerving is feitelijk dus niet stopgezet. Omdat er in 2003 toch nog 4.200 ha. kon worden gekocht en er gemiddeld per jaar circa 2500 hectares moeten worden aangekocht om de restant verwervingstaakstelling van ruim 31.000 hectare te realiseren, zijn er geen negatieve effecten op de kwantitatieve en kwalitatieve doelrealisatie opgetreden. Wel is het zo dat door het feit dat in 2003 geen nieuwe aankoopverplichtingen zijn aangegaan, de grondverwerving in 2004 traag op gang is gekomen.


14 In 2003 is een verschuiving in het beleid ingezet van verwerving naar beheer. Welk effect heeft 16 dit gehad in 2003 op de gerealiseerde ha. EHS en de kwaliteit? Antwoord
In 2003 is de verschuiving van minder verwerving (vanwege de opschorting van de koopplicht) naar meer beheer ingezet. Effecten worden pas vanaf 2004 zichtbaar.


15 In de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (SAN) zijn vergoedingen opgenomen uit de 17 zogenaamde bergboerenregeling. U heeft aangegeven dit in 2004 te zullen repareren. Zijn deze bedragen in 2003 wel onterecht uitgekeerd? Zo ja, wat gaat u daar aan doen? Antwoord
Via het Programma Beheer krijgen op dit moment sommige agrariërs een zogenaamde bergboerenvergoeding, terwijl hun percelen níet in een bij de Europese Commissie gemeld probleemgebied liggen. Voor de betreffende gevallen geldt dat de steun door de EC niet geoorloofd is en dat er ook geen cofinanciering kan worden verkregen. Nederland handelt daarmee dus niet "Brussel-proof". Deze situatie is ongewenst en aanpassingen zijn onontkoombaar.
Om aan deze ongewenste situatie een eind te maken is het gewenst dat de provincies uiterlijk 1 oktober 2004 een maximaal areaal aan probleemgebied hebben begrensd. Buiten de dan begrensde probleemgebieden zullen de vergoedingen van de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (SAN) vervolgens worden verlaagd met de bergboerenvergoeding. In voorkomende gevallen zal het bedrag van 94 per hectare vanaf 1-1-2005 niet meer verstrekt worden ofwel zal
-in het geval van een "losse" beschikking bijlage 31 SAN- de beschikking beëindigd worden. LNV zal beheerders in de gelegenheid stellen hun huidige subsidierelatie ­zonder sancties- te beëindigen als zij dat wensen in verband met het verlaagde subsidiebedrag. Er zullen geen bedragen teruggevorderd worden.

7/2


16 Hoe groot is de doelstelling in ha. voor agrarisch natuurbeheer? Hoeveel procent is hiervan 17 behaald? Wanneer zal de doelstelling voor agrarisch natuurbeheer behaald zij, als dit tempo voortzet?
Antwoord
De taakstelling voor agrarisch natuurbeheer is totaal 135.000 ha, en is als volgt opgebouwd: · 90.000 ha binnen de EHS
· 45.000 ha buiten de EHS (w.v. 20.000 ha wintergasten, 10.000 ha weidevogels, 5.000 ha natuurbraak en 10.000 ha agrarisch natuurbeheer algemeen) Hiervan is totaal 89.561 ha gerealiseerd per 31-12-2003. Dat is een realisatie van ruim 65%. Het beleid is erop gericht om in 2018 klaar te zijn. Als de grote belangstelling van dit moment voor agrarisch natuurbeheer aanhoudt verwacht ik ruim voor 2018 de taakstelling te realiseren. Randvoorwaarde hierbij is de beschikbaarheid van middelen.


17 Er wordt vermeld dat 2003 een succesvol POP jaar was, beschikbaar gestelde middelen zijn 17 namelijk meer dan volledig uitgeput. Kunt u aangeven om welk bedrag het gaat en naar welke doelstellingen deze middelen zijn gegaan?
Antwoord
Door de Europese Commissie is voor plattelandsbeleid in Nederland 59,5 mln ter beschikking gesteld. Uiteindelijk is voor het POP ruim 69 mln besteed. Dit bedrag is als volgt besteed (zie ook p. 229 van het LNV Jaarverslag):
· Duurzame Landbouw 32,86 mln
· Natuur en Landschap 16,54 mln
· Waterbeheer 9,31 mln
· Diversificatie 0,12 mln
· Recreatie en toerisme 2,57 mln
· Leefbaarheid 7,04 mln
Ander acties 0,71 mln

18 Hoe verklaart u dat er in het mest- en mineralenbeleid in 2003 100 mln. minder is uitgegeven 24 /bespaard? Welke gevolgen heeft dit in het bereiken van de gestelde doelen? Antwoord
Er is in 2003 ca. 100 miljoen minder uitgegeven omdat de tweede tranche van de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV) niet tot volledige uitbetaling is gekomen Op blz 78-79 van het Rijksjaarverslag staat aangegeven dat in 2003 ca. 60 miljoen is betaald. Het restant zal in 2004 en naar verwachting deels ook nog in 2005 tot uitbetaling komen. De vertraging ontstaat mede doordat pas tot uitbetaling wordt overgegaan nadat het bedrijf daadwerkelijk is beëindigd. Dat kan soms enige tijd in beslag nemen. De evaluatie van de RBV, die onlangs is uitgevoerd, stelt dat de RBV vanuit milieuoogpunt doeltreffend en doelmatig is geweest.


8/2


19 In de Subsidieregeling Gebiedsgericht Beleid zijn gelden opgenomen van verschillende eerdere 29 regelingen met verschillende doelen. In hoeverre zijn de oorspronkelijke doelen, met name aanpak van verdroging, in 2003 gehaald. Kunt u een overzicht geven van de besteding van de middelen per doel?
Antwoord
Dit is thans nog niet mogelijk. Ik heb een vierjarige afspraak (2002-2005) gemaakt met de provincies voor het bereiken van de doelen waaronder verdroging. In die afspraak zijn de middelen aan de doelen gekoppeld. Na die vierjarige periode leggen de provincies verantwoording af.
Overigens hebben de Staatssecretaris van VROM en ik dit voorjaar in bestuurlijk overleg met de provincies onze zorg uitgesproken over de voortgang van met name de verdrogingsdoelen. De provincies hebben voor 2004 een groter aandeel van de programmering gericht op verdrogingsdoelen.
Deze werkwijze tussen Rijk en provincies wordt momenteel nog verbeterd in het zogenoemde Investeringsbudget Landelijk Gebied zoals aangegeven in het Meerjarenprogramma Agenda Vitaal Platteland.


20 Worden de gelden die in 2003 niet zijn benut voor reconstructie in de komende jaren beschikbaar 31 gesteld voor hetzelfde doel?
Antwoord
De gelden die in 2003 niet zijn benut voor reconstructieplannen zijn wel ingezet voor reconstructie. Er is bijvoorbeeld geld besteed aan uitfasering van de pilots reconstructie. Tevens zijn middelen besteed aan NUBL (nadere uitwerking Brabant Limburg) en zijn voorbereidingskosten door DLG gemaakt.


21 Hoe kan worden voorkomen dat de apparaatskosten ten opzichte van de begroting zo veel hoger 42- liggen? Hoe is het grote verschil te verklaren met betrekking tot artikel 1 en 2? 52 Antwoord
In de huidige systematiek wordt de bijdrage aan de uitvoerende diensten voor opgedragen werkzaamheden vastgesteld op basis van een zgn. offerte-procedure. Deze offerte-procedure wordt op een later tijdstip afgerond dan het tijdstip van indienen van de ontwerp-begroting bij de Staten Generaal. Als gevolg van de opgedragen werkzaamheden moet veelal in een latere fase een bijstelling van het budget plaats vinden. Door de zgn. offerte-procedure circa een half jaar naar voren te halen is het theoretisch mogelijk om de geraamde uitvoeringskosten in de ontwerp- begroting beter te laten aansluiten op het beschikbare budget. In de praktijk is het echter lastig voor uitvoerende diensten om circa 6 maanden voor het begin van de uitvoering een offerte op te stellen omdat het uit te voeren werkpakket veelal nog aan wijzigingen onderhevig is. Ik streef ernaar om deze procedure te verbeteren.
De hogere uitvoeringskosten houden o.m. verband met extra uitvoeringskosten van de Dienst Landelijk gebied (DLG) voor werkzaamheden in kader van de reconstructie en de uitvoering van de Subsidieregeling Gebiedsgericht Beleid. Voorts zijn extra werkzaamheden gedaan voor derden waar tegenover ook hogere ontvangsten zijn gerealiseerd.


9/2


22 In de plannen voor de Maaswerken zijn de natuurinvesteringen in 2003 verdwenen. Dit was 50 onderdeel van de taakstelling voor natte natuur. Hoe groot is het verminderde doelbereik door het besluit de tweede tranche Maaswerken te beperken? Antwoord
De te realiseren natuurdoelstelling binnen het project de Maaswerken maakt onderdeel uit van de taakstelling EHS en niet van de taakstelling voor natte natuur. Dit laatste betreft het ICES natte natuurprogramma dat gefinancierd wordt uit ICES2-middelen. In de beantwoording van de vraag ga ik er verder vanuit dat met de tweede tranche Maaswerken wordt gedoeld op Zandmaas pakket II.
Door het opdrogen van de ICES3-middelen is de in 2002 door het ministerie van LNV ingediende claim van circa 227 miljoen euro (met ondersteuning van het ministerie van V&W) voor de uitvoering van Zandmaas pakket II niet gehonoreerd. In navolging hiervan heb ik in 2003 toegezegd 30 miljoen euro vrij te maken voor natuurontwikkeling binnen Zandmaas pakket II en daarbovenop elke euro die de provincie inbrengt te verdubbelen tot een maximum van 5 miljoen euro. Een groot deel van deze financiering wordt gevonden via herprioritering van de middelen van het ICES natte natuurprogramma. Met het door mij toezegde bedrag van maximaal 35 miljoen kan de oorspronkelijke natuurdoelstelling van Zandmaas pakket II niet gehaald worden en zal dus een versobering van de doelstelling moeten plaatsvinden. In welke mate dit plaats gaat vinden, zal blijken uit het op te stellen natuurontwikkelingsplan Zandmaas pakket II (naar verwachting medio 2005).
Voor wat betreft het realiseren van de toegezegde hoogwaterbescherming bij de Maaswerken, staat het ministerie van V&W garant.


23 Om welke proceskosten gaat het inzake de Natuurbeschermingswet? In hoeverre is er geld 57 beschikbaar voor hulp en informatievoorziening richting betrokken partijen? Antwoord
De proceskosten waren noodzakelijk voor de implementatie van de Natuurbeschermingwet en voor de projectkosten van het project Natura 2000 Doelen en Beheer (met name voorbereiding aanwijzingsbesluiten, beheersplannen en communicatie met doelgroepen). De informatievoorziening verloopt middels folders en nieuwsbrieven en is onderdeel van de communicatie met doelgroepen bij het project natura 2000. Voor directe hulp aan betrokken partijen zijn vanaf 2004 middelen beschikbaar voor het opzetten van een helpdesk.


24 In hoeverre verhoudt zich de interpretatie van het amendement Schreijer- Pierik tot de bedoeling 60 dat er jaarlijks 12 mln. euro beschikbaar zou komen? Antwoord
In het eerste jaar zijn verplichtingen aangegaan voor 12 miljoen euro, welke worden uitgefinancierd in 6 jaar ad 2 miljoen euro


10/2


25 Om hoeveel Koopmansgelden gaat het als nadere besluitvorming gaat plaatsvinden? Hoeveel 65 gelden zijn er voor de reconstructieprovincies? Antwoord
Zoals is vermeld in het Meerjarenprogramma Vitaal Platteland is voor een deel van de melkveehouderij tot 2010 een apart rijksbudget beschikbaar (zogenaamde Koopmansgelden) ten behoeve van het extensiveren van melkveehouderijbedrijven in nader aan te wijzen gebieden. Op dit moment worden de mogelijke instrumenten op een rij gezet, die hierbij kunnen worden toegepast. Op de LNV-begroting is hiervoor voor de jaren 2004-2009 in totaal 73 mln. beschikbaar. Hiervan is een deel gereserveerd voor de uitvoering van de pilotprojecten. De genoemde gebieden bevinden zich zowel binnen als buiten de reconstructiegebieden. Een nadere uitsplitsing van de beschikbare middelen is niet gemaakt en ligt op dit moment ook niet voor de hand.

26 Waarom zijn bij beleidsartikel 5 (bevorderen duurzame productie) de apparaatsuitgaven maar 73 liefst 47 procent van de totale uitgaven? Waaruit bestaan deze apparaatsuitgaven? Antwoord
De apparaatsuitgaven met betrekking tot het beleidsartikel Bevorderen duurzame productie staan toegelicht in de tabel op pagina 88. Een groot deel van deze uitgaven betreft apparaatuitgaven in het kader van de uitvoering van het mestbeleid (Bureau Heffingen en AID).


27 Hoe verhoudt zich de omschreven oorzaak voor het afnemende areaal en aantal biologische 74 bedrijven tot de algemene trend dat de vraag naar biologische producten sterk achterblijft ten opzichte van het aanbod? Hoe kan hierop worden ingespeeld naast de al bestaande beleidsinitiatieven?
Antwoord
Mogelijk bestaat er een relatie tussen de afname van het aantal hectares biologisch areaal en de ontwikkelingen in de vraag naar biologische producten, zoals u suggereert. Uit een tussentijdse evaluatie van de omschakelingregeling is gebleken dat het marktperspectief voor een ondernemer het belangrijkste argument is om om te schakelen naar de biologische productiemethode. Voor het stoppen met biologisch werden echter diverse argumenten gegeven, waaronder het marktperspectief. Naar de daling in 2003 is echter geen onderzoek gedaan; het betrof met name een afname van het areaal (natuur-)grond. In het kader van de evaluatie van de huidige beleidsnota wordt gekeken op welke wijze de overheid heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de biologische landbouw. Onder meer op basis van deze evaluatie wordt de beleidsinzet van LNV voor het eventuele vervolgbeleid bepaald.


11/2


28 Wat zijn de belangrijkste inhoudelijke aandachtsvelden bij beleidsartikelen 7, 8 en 9 98 (kennisontwikkeling, -voorziening en ­verspreiding)? Kunt u concretiseren om welk onderzoek het voornamelijk gaat? Welk percentage van het onderzoeksbudget wordt besteed aan kennisontwikkeling over de biologische landbouw? Welk percentage van het budget wordt besteed aan kennisontwikkeling over dierenwelzijn? Antwoord
Artikel 8 (kennisvoorziening) heeft betrekking op bekostiging van het groene onderwijs. Artikel 9 (kennisverspreiding) heeft betrekking op vakdepartementaal onderwijsbeleid, OCW- volgende maatregelen voor het onderwijs en voorlichting. Bij het vakdepartementaal onderwijsbeleid en voorlichting wordt aangesloten op het LNV beleid. Aandachtspunten hierbij zijn o.a voedselveiligheid, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Bij OCW- volgende maatregelen voor het onderwijs zijn de aandachtspunten o.a. verminderen ongediplomeerde uitstroom, doorstroming, kwaliteitsverbetering van examens en ICT. Artikel 7 (kennisontwikkeling) betreft het onderzoek. De bestedingen binnen de DLO-programmering (inclusief wettelijke onderzoekstaken) zijn als volgt over de inhoudelijke aandachtspunten van LNV verdeeld: · Versterking landelijk gebied: 15 %
· Ecologische Hoofdstructuur: 10 %
· Economisch perspectiefvolle ketens: 12 % · Bevorderen duurzame productie: 41 %
· Voedselveiligheid, voedselkwaliteit en diergezondheid: 17 % · Strategische speerpunten: 5 %
9 % van de middelen voor DLO-programmering (inclusief wettelijke onderzoekstaken) werd in 2003 besteed aan kennisontwikkeling over biologische landbouw.
3 % van de middelen voor DLO-programmering (inclusief wettelijke onderzoekstaken) werd in 2003 besteed aan kennisontwikkeling over dierenwelzijn.


12/2

29540- 46 Jaarverslag 2003 van het Diergezondheidsfonds

Vragenlijst

Nr Vraag Blz
1 Wat is de stand van zaken van de hertaxaties en de afwikkeling daarvan? 15 Antwoord
Van de ca. 300 ingediende aanvragen tot hertaxaties zijn er ca. 25 afgewikkeld. De afgewikkelde zaken hebben tot marginale aanvullende betalingen geleid. Voor de overige 275 kwesties heeft de kantonrechter voor ca. 40 representatieve zaken een hertaxateur benoemd en vinden op dit moment de hertaxaties plaats. Indien de uitspraken van deze ca. 40 zaken bekend zijn zal in samenspraak met vertegenwoordigers van de pluimveesector getracht worden tot een oplossing te komen voor de overige ca. 235 kwesties.


2 Welke controles worden op dit moment nog uitgevoerd met betrekking tot 17 pluimvee in relatie tot vogelpest?
Antwoord
In Nederland zijn twee systemen ontwikkeld en in gebruik voor de opsporing van vogelpest en om de mogelijke gevolgen van een besmetting bij pluimvee zo klein mogelijk te maken, te weten monitoring en Early Warning. Beide zijn ondergebracht in de Regeling monitoring Aviaire Influenza 2003. De monitoring bestaat uit serologisch onderzoek op Aviaire Influenza, van alle bedrijfsmatig gehouden pluimvee in Nederland. Het Early Warning Systeem (EWS) bestaat uit een verplichting van de dierenarts en veehouder om verschijnselen die op Aviaire Influenza kunnen wijzen, te melden.


3 Is de vernietiging van oude diermeelvoorraden inmiddels helemaal voltooid? 28 Antwoord
Ja, de vernietiging van de oude diermeelvoorraden was zelfs al in 2002 voltooid. In
2003 en 2004 heeft de afrekening daarvan plaatsgevonden.


1/1


29 601 Wijziging van de begroting van uitgaven en ontvangsten van het Diergezondheidsfonds voor het jaar 2003 (Slotwet)

Vragenlijst

Nr Vraag Blz
1 Is de afhandeling van de MKZ-crisis nu geheel afgerond? 2 Antwoord
De afhandeling van de MKZ-crisis is nog niet voltooid. Afgewikkeld wordt thans het intrekken van de kortingen en betalen van de aanvullingen bij de preventief geruimde bedrijven. Na voltooiing van dit terugdraaien en vaststellen van het definitieve bedrag van de aanvullingen, zal de EU nog een aanvullend verzoek om vergoeding worden toegezonden.
Daarnaast heeft de EU nog geen uitsluitsel gegeven op het door Nederland ingediende verzoek om vergoeding van een deel van de uitvoeringskosten.


2 Wat is de stand van zaken rondom de inkomsten en uitgaven van het Noodfonds 2 MKZ-AI?
Antwoord
Er is tot en met 27 mei 2004 in totaal 8,9 mln aan rentesubsidies verstrekt. Er is bijna 0,2 mln aan stortingen door derden verricht.


3 Wat wordt er met het eindsaldo van 10,3 mln. euro gedaan en waarvoor kan het 2 eventueel worden benut?
Antwoord
Het eindsaldo 2003 van het DGF wordt gebruikt voor de financiële afwikkeling van de AI-crisis, met name voor betalingen van uitvoeringskosten en schadeloosstellingen. Onlangs, bij Voorjaarsnota, heeft het Kabinet nog middelen aan het Diergezondheidsfonds toegevoegd. Daarmee is het saldo toereikend voor de financiële afwikkeling van de AI-crisis.
Daarnaast wordt het saldo 2003 aangewend voor betalingen ten gevolge van het terugdraaien van kortingen op de schadeloosstellingen voor ruimingen tijdens de MKZ-crisis.


1/1


29540- 31 Rapport van de Algemene Rekenkamer bij het jaarverslag 2003 van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Vragenlijst

Nr Vraag Blz
1 Hoe zult u de openstaande overschotten waar de ARK over spreekt terugdringen? 0 Antwoord
In 2003 is door mijn Ministerie veel werk verricht op het terrein van de verlaging van de openstaande voorschotten. Dit zal naar verwachting in 2004 significant leiden tot een reductie van het voorschottenbestand. Ook in 2004 zal veel aandacht uitgaan naar de verdere verlaging van de voorschottenbestand en het beheer van voorschotten. Zo is dit jaar een departementale richtlijn opgesteld, die duidelijk richting geeft aan het voorschottenbeheer door directies en diensten. De directie FEZ zal de voortgang van de afwikkeling maandelijks monitoren. Tevens zal in 2004 bezien worden in hoeverre de bestaande systemen kunnen worden verbeterd waardoor een tijdige rappelleringsfunctie kan worden gerealiseerd.


2 Hoe verhoudt zich de geconstateerde onvolkomenheid bij DLG , RVV en Laser tot de 5 ontwikkeling van deze diensten tot een batenlasten dienst? Antwoord
De onvolkomenheden bij Laser, DLG en de RVV zijn reeds geconstateerd en opgepakt door het departement. Zowel Laser als de RVV bevinden zich in een fusietraject waarbinnen het financieel beheer grote aandacht heeft. Daarnaast zijn LASER en de RVV onderdeel van een tijdelijk agentschap, respectievelijk DR en VWA. Deze tijdelijke agentschappen zijn momenteel bezig met het voldoen aan de instellingseisen waarbij ook het financieel beheer weer uitgebreid aan de orde komt. Bij de DLG hadden de onvolkomenheden betrekking op het jaar van proefdraaien. Dit proefjaar is juist bedoeld om mogelijke tekortkomingen te signaleren en daar gericht actie op te ondernemen.

3 Zal in het aangekondigde verbeterplan worden ingegaan op de constatering van de Algemene 13 Rekenkamer (ARK) dat de VWA nog niet aan de criteria voor een volwaardig agentschap voldoet? Zo ja, waar wordt aan gedacht?
Antwoord
De Voedsel en Waren Autoriteit bestaat sinds de samenvoeging uit drie onderdelen: de VWA/Keuringsdienst van Waren, de VWA/Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees en de VWA/Centrale Eenheid. De twee eerstgenoemde organisatie-onderdelen hebben zich (eerder) afzonderlijk gekwalificeerd voor de status van agentschap. De VWA/CE echter, is een nieuwe, kleine unit die nog niet voldoet aan alle agentschapsvereisten; zo zijn bijvoorbeeld nog geen producten gedefinieerd. Om de VWA wel al als organisatorische eenheid te laten opereren is aan de totaliteit van de VWA de status van Tijdelijk Agentschap toegekend. Dit is gebeurd onder de voorwaarde dat actie wordt ondernomen om over de hele linie te voldoen aan de instellingscriteria voor agentschappen. Hiertoe heeft de VWA een plan van aanpak agentschapsvorming VWA opgesteld dat thans in uitvoering is. Het streven is om per 1 januari
2006 aan alle eisen te voldoen.


1/3


4 Kunt u nader ingaan op de uitkomsten van de `Commissie vervolgonderzoek rekenschap' en de 24 genoemde 190 mln. en 2,5 mld. euro?
Antwoord
Op bladzijde 24 van het Rapport van de Algemene Rekenkamer bij het Jaarverslag 2003 van het Ministerie van LNV brengt de Algemene Rekenkamer de "Commissie Vervolgonderzoek Rekenschap" in verband met de afrekening van openstaande voorschotten bij LNV. Tussen deze onderwerpen bestaat geen direct verband. Onafhankelijk van de Commissie Vervolgonderzoek Rekenschap (Commissie Schutte) heeft LNV besloten pas tot eindafrekening van voorschotten over te gaan nadat voldoende inzicht is verkregen in de correctheid en rechtmatigheid van de aan de groene instellingen toegekende rijksbijdragen.

Het werk van deze commissie betreft onderzoek van onregelmatigheden bij de bekostiging van onderwijsinstellingen. Genoemde commissie is door de staatssecretaris van OCW, mede namens LNV, ingesteld. Op 16 april 2004 heeft het kabinet de beleidsreactie op het eindrapport van deze commissie uitgebracht. Het kabinet is de Commissie Vervolgonderzoek Rekenschap zeer erkentelijk voor het verrichte werk, onder meer omdat het een complex onderwerp betreft terwijl van een beperkt aantal instellingen tegenwerking werd ondervonden. De commissie constateert dat het merendeel van de onderwijsinstellingen op verantwoorde wijze met de bekostiging omgaat. Onderwijsland is geen fraudeland. Het kabinet sluit zich bij deze conclusie aan. Met uitzondering van vijf handelwijzen volgt het kabinet de adviezen tot terugvordering. Op 28 juni 2004 is er een Algemeen Overleg in de Tweede Kamer over de kabinetsreactie op het rapport Commissie Vervolgonderzoek Rekenschap.

De afhandeling van openstaande voorschotten betreft een LNV-taak. Deze vormt geen onderdeel van het onderzoek van de Commissie Vervolgonderzoek Rekenschap. Het in het Rapport van de Algemene Rekenkamer bij het Jaarverslag 2003 van het Ministerie van LNV genoemde bedrag aan openstaande voorschotten bij onderwijsinstellingen ( 2,5 mld.) is onjuist. Het op 31 december 2003 openstaande bedrag aan voorschotten ter grootte van 2,5 mld. bestond voor 89 % uit voorschotten aan onderwijsinstellingen. De rest bestond uit voorschotten aan onderzoeksinstellingen (10 %) en voorlichtingsinstellingen (1 %). Het door de Algemene Rekenkamer genoemde bedrag van 190 mln. heeft volgens de Algemene Rekenkamer betrekking op betalingen van LNV aan onderwijsinstellingen in 2003. In werkelijkheid is door LNV echter in 2003 577 mln. aan onderwijsinstellingen betaald waarvan
521 mln. als rijksbijdragen, 36 mln. vanuit het vakdepartementale onderwijsbeleid en 20 mln. vanuit (OCW-volgend) algemeen onderwijsbeleid. Inherent aan het LNV-systeem van bevoorschotting van onderwijs- en onderzoeksinstellingen die ongeveer anderhalf à twee jaar worden afgerekend is een "ijzeren voorraad" aan openstaande voorschotten van ongeveer
1,8 mld.


5 Hoe zal voortaan de vraag of bereikt is wat was beoogd beter worden beantwoord in de 29 verslaglegging?
Antwoord
Het duidelijker beantwoorden van de vraag wat bereikt is, is onderdeel van de VBTB-filosofie. De doorvoering van de VBTB-principes is vorig jaar voor de eerste maal ook in het jaarverslag gebeurd. Verdere verbeteringen in het jaarverslag zijn evenals bij de begroting een groeiproces. Het beter beantwoorden van de vraag of bereikt is wat was beoogd, vormt hier ook een onderdeel van. Een verdere verbeterslag in deze richting is momenteel in voorbereiding en zal dit najaar in proeve aan de Tweede Kamer worden voorgelegd.


2/3


6 Hoe kan op efficiënte wijze het bedrag aan voorschotten worden teruggebracht, te meer 36 wanneer het in ruim 6000 gevallen nog gaat om voorschotten uit de periode 1989 tot en met
2000?
Antwoord
De in het rapport genoemde 6000 gevallen hebben betrekking op meerdere diensten. Daarnaast staan sommige van die 6000 gevallen nog terecht open, denk hierbij aan meerjarige normale verplichtingen. In 2003 is al een flinke aanzet gegeven tot het terugdringen van het saldo openstaande voorschotten, hetgeen in 2004 zijn effect zal krijgen.


7 Hoeveel beheerders hebben van LASER het verzoek gekregen te veel betaalde toeslag terug te 43 betalen? Om welk bedrag gaat het en hoe kan dit in de toekomst worden voorkomen? Antwoord
In totaal hebben 385 beheerders een verzoek van LASER Roermond gekregen de te veel betaalde toeslag ruige stalmest terug te betalen. Het totaal van de terugvorderingen bedraagt
674.573,76.
Reeds voor het uitbrengen van de rapportage door de AR heeft LASER een herstelactie opgestart. Daarbij zijn de reeds uitbetaalde toeslagen Ruige Stalmest beoordeeld op de aanwezigheid van correcte meldingen inzake het uitrijden van deze mest. Voor wat betreft de toekomstige betalingen is aan de uitvoeringsprocedure een toets toegevoegd, welke waarborgt dat alleen betalingen plaatsvinden, indien correcte meldingen aanwezig zijn.


3/3


---- --