Geachte redactie,
Op Prinsjesdag zal het kabinet onder andere de Defensienota presenteren. Daarin staat het voorstel om de Lockheed P-3C Orion patrouillevliegtuigen af te stoten en het Marinevliegkamp Valkenburg bij Leiden te sluiten. Bezuinigingen is de enige overweging.
In de bijlage "Argumenten tegen opheffing van de Groep Maritieme Patrouille-vliegtuigen en sluiting van Marinevliegkamp Valkenburg" hebben wij alle argumenten verzameld die pleiten vóór het in dienst houden van de Orions en het Marinevliegkamp Valkenburg. Zoals u kunt lezen, zijn de Orions van grote waarde gebleken in Nederland, de Nederlandse Antillen én tijdens vredesoperaties in het buitenland.
Dit stuk hebben wij gestuurd naar alle leden van de Tweede Kamer. Wij willen hen zo behoeden voor het nemen van een onomkeerbare beslissing op basis van onvolledige informatie.
Voor een toelichting kunt u contact opnemen met Marco Borst, secretaris van de Stichting Vrienden Marinevliegkamp Valkenburg (SVMV). Telefoon: 06 55 17 46 02 of via e-mail op svmv@planet.nl. Algemene informatie is ook te vinden op onze website: http://svmv.netmenu.nl.
Hoogachtend,
Stichting Vrienden Marinevliegkamp Valkenburg
Mr J.G. Dubbeldam, voorzitter
M.P.J. Borst, secretaris
Argumenten tegen opheffing van de Groep Maritieme Patrouillevliegtuigen
en sluiting van Marinevliegkamp Valkenburg
zoals voorgesteld door de minister van defensie
Stichting Vrienden Marinevliegkamp Valkenburg
1. Inleiding
"De groep maritieme patrouillevliegtuigen wordt opgeheven in verband met de beëindiging van de onderzeebootbestrijding met de Orions." Dit is de enige motivering die minister Kamp gaf voor het bezuinigingsvoorstel om de Groep Maritieme Patrouillevliegtuigen (MARPAT) van de Marineluchtvaartdienst op te heffen, de tien P-3C Orions af te stoten en het Marinevliegkamp Valkenburg te sluiten.
Het is zondermeer schokkend te moeten constateren dat het met de feitenkennis van de minister ten aanzien van de Orions zó slecht is gesteld. Slechts 200 van de jaarlijks 5000 vlieguren die de MARPAT maakt worden besteed aan (het oefenen van) onderzeebootbestrijding. Dat is slechts 4% en omdat de minister alleen maar bekend is met die 4%, wil hij de MARPAT, de Orions en het vliegkamp wegbezuinigen. En dat terwijl die andere 4800 vlieguren worden besteed aan taken die minister Kamp in de toekomst met de hergestructureerde strijdkrachten wél wil gaan uitvoeren.
Inmiddels is ons duidelijk geworden dat Defensie nog voordat de Tweede Kamer een oordeel over de plannen van minister Kamp heeft gegeven haar eigen weg bewandelt. De Orions zijn aan Duitsland te koop aangeboden en er ligt een scenario klaar om Marinevliegkamp Valkenburg reeds per 1 januari 2004 te sluiten voor regeringsvluchten.
In het voor u liggende argumentenstuk willen wij u zo goed mogelijk informeren over wat de Groep Maritieme Patrouillevliegtuigen allemaal doet met haar vloot van tien P-3C Orions. U zult tot de conclusie komen dat de Orion een waardevol platform is dat in staat is een veelheid aan taken uit te voeren. Een platform dat Nederland moet behouden!
Inhoudsopgave
1. Inleiding......................... pag. 1
2. De P-3C Orion binnen de MARPAT............. pag. 2
3. De politieke ambities met de Nederlandse Orions....... pag. 8
4. Moderniseringsproject CUP Orion............... pag. 10
5. Niet overbodig maar nodig................. pag. 14
6. Regeringsvliegveld..................... pag. 17
7. Investeringen worden kapitaalvernietiging........... pag. 19
8. Uitgangspunten bezuinigingsvoorstellen van de minister....... pag. 20
9. Twaalf vragen........................pag. 21
2. De P-3C Orion binnen de MARPAT
De Koninklijke Marine beschikt sinds begin 1982 over dertien Lockheed P-3C II Orion maritieme verkenningsvliegtuigen. In het kader van de Defensienota 2000 werd het aantal tot tien stuks teruggebracht. De Orions behoren tot de Marine Luchtvaartdienst, Groep Maritieme Patrouille Vliegtuigen (MARPAT). Binnen de NAVO gebruiken verschillende landen dit type vliegtuig. Het toestel is uitgerust met zoek- en opsporingsapparatuur voor het opsporen, lokaliseren en uitschakelen van vijandelijke eenheden maar ook voor het uitvoeren van verkenningen.
Het toestel kan tot twaalf uur vliegen zonder brandstof bij te tanken en heeft daardoor een zeer grote actieradius. Hierdoor is het in staat op grote afstand van land uitgestrekte zeegebieden te verkennen op de aanwezigheid van anderen, zowel onder als boven water. En sinds een aantal jaren is de P-3C Orion zelfs inzetbaar als verkenningsvliegtuig boven land, op grote afstand van de (al dan niet tijdelijke) thuisbasis. Drie Orions zijn speciaal voor dit soort taken uitgerust met gespecialiseerde apparatuur. De overige toestellen zullen ook van deze apparatuur worden voorzien. Dit gebeurt tijdens het in 2001 gestarte Capability Upkeep programma (CUP) moderniseringsprogramma, waarvoor de nodige contracten al zijn afgesloten en betaald.
De Nederlandse Orion als verkenningsvliegtuig
De Nederlandse Orion wordt sinds midden negentiger jaren voornamelijk ingezet als verkenningsvliegtuig. De verkenningen vinden plaats boven zee, kustwateren, kuststroken en boven land. Tijdens deze verkenningsmissies kan de Nederlandse Orion samenwerken met elke militaire eenheid, uit elk krijgsmachtdeel in elke internationale coalitie. Drie van de tien Orions zijn in 1998 speciaal aangepast voor missies boven land. Deze drie en vier anderen worden speciaal gemoderniseerd (CUP moderniseringsprogramma) voor verkenningsmissies en de overige drie worden specifiek toegerust voor de inzet ten behoeve van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba (NA&A). De zeven verkenningsvliegtuigen worden uitgerust met communicatiemiddelen die het uitvoeren van verkenningsmissies vereenvoudigen en de kwantiteit en kwaliteit van de te verzenden informatie verhogen. Verder wordt een radar geïnstalleerd waarmee een driedimensionaal beeld van land opgebouwd kan worden. Tot slot wordt een technologisch geavanceerd afluistersysteem, waarmee onder andere radar uitzendingen ontvangen en geanalyseerd kunnen worden, aan boord geïnstalleerd.
De verkenningmissies die de Orions kunnen uitvoeren worden samengevat onder de benaming "Intelligence, Surveillance, Target Aquisition, Reconnaissance & Battle Damage Assesment" (ISTAR&BDA). Doel is het verzamelen en managen van informatie en inlichtingen waardoor commandanten "in het veld" een goed overzicht verkrijgen van de situatie en daarmee de militaire- en/of crisisbeheersingsoperaties effectief kunnen aansturen. De sensoren van de Orion zijn "real time" en "on line" beschikbaar. Fotoverkenning waarbij de foto pas geruime tijd na de vlucht beschikbaar komt is tegenwoordig niet acceptabel.
Het takenpakket van de Nederlandse P-3C Orions
In zijn bezuinigingsvoorstellen zegt minister Kamp dat de dreiging van onderzeeboten grotendeels is verdwenen, waarmee de Orions als het ware overbodig zijn geworden. Niets is minder waar. Slechts 200 van de jaarlijks 5000 vlieguren worden aan onderzeebootbestrijding besteed. Deze taak is inderdaad minder belangrijk geworden, vandaar het relatief kleine aantal vlieguren. Maar de noodzaak van het hebben van onderzeebootbestrijdingscapaciteit is niet volledig verdwenen. "De proliferatie van dieselelektrische onderzeeboten is zorgwekkend. Het aantal onderzeeboten van landen buiten de NAVO en het voormalige Warschaupact is sinds 1989 met 27 toegenomen tot 181." (bron: Defensiekrant, uitspraak minister De Grave in antwoord op vragen over het Capability Upkeep Program in 1999).
(grafiek afkomstig van www.vliegkampopen.com)
De Orions worden verder ingezet voor:
1. Kustwacht Nederland (controle van de scheepvaart, visserij inspectie, opsporings- en reddingsdiensten, misdaadbestrijding en milieu verontreinigingen).
Nederland beheert de eigen territoriale wateren en het Nederlandse deel van het Continentaal Plat. Dit gebied is met circa 60.000 km² ongeveer driemaal zo groot als Nederland. Het zeegebied is een van de drukst bevaren zeegebieden ter wereld met de toegang tot de wereldhavens Antwerpen en Rotterdam. Verder wordt in dit gebied intensief gezocht naar aardolie en gas. Door uithoudingsvermogen, vliegbereik, reactiesnelheid en sensoren vormt de Orion een integraal onderdeel van de Kustwachtcapaciteit. De taken die de Orions uitvoeren verdwijnen niet met het uit de lucht nemen van de Orions.
Met het afstoten van de Orions verdwijnt een vliegtuig dat naast het Dornier vliegtuig van de Kustwacht en aan de helikopters van de KLPD wordt ingezet. Verder moet de Search And Rescue (SAR) taak door een andere instantie worden overgenomen. De Kustwacht Nederland blijkt in haar huidige vorm effectief te functioneren. Het aantal procesverbalen is de afgelopen jaren afgenomen van 600 tot 100 per jaar. De regelmatige patrouilles van de verschillende vliegende eenheden hebben tevens een uitstekende preventieve werking.
1. Kustwacht van de Nederlandse Antillen en Aruba (naast de normale kustwachttaken ook drugsbestrijding en "militaire bijstand" zoals bijvoorbeeld ondersteuning bij orkanen).
Het zeegebied dat rondom de Nederlandse Antillen en Aruba bewaakt wordt is met haar 1.750.000 km² driemaal zo groot als Frankrijk. Een dergelijk groot gebied kan alleen met vliegtuigen als de Orion in de gaten gehouden worden op basis van vereisten als uithoudingsvermogen, vliegbereik, sensoren, grootte van het zoekgebied en reactiesnelheid. Daarom is in 1999 besloten de Fokker F-27 Maritime vliegtuigen van de KLu af te stoten en drie Orions speciaal uit te rusten voor de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba (NA&A).
Verder wordt in dit gebied nauw samengewerkt met de Verenigde Staten. Dit samenwerkingsverband is militair. Het Nederlandse Orion-detachement werkt hier zeer nauw samen met haar Amerikaanse collega's. Dit bevordert de samenwerking in dit internationale verband. Mede hierdoor is de Nederlandse militaire organisatie in het Caribische gebied door een overeenkomst verbonden met de Amerikaanse "counter drugs" organisatie. Als de Orions vervangen worden door civiele vliegtuigen kunnen de gegevens vanuit dit militaire samenwerkingsverband niet gebruikt worden tijdens de missies van deze civiele vliegtuigen.
In de jaren 2000, 2001 en 2002 werd circa 3.000 kilo hard drugs per jaar onderschept. Deze hoeveelheid vertegenwoordigt na aankomst in Europa of de VS een straatwaarde van 200 tot 300 miljoen euro per jaar. Vrijwel al deze transporten werden door Orions gedetecteerd.
Verder vinden 100 tot 150 SAR acties per jaar plaats waarbij in totaal 125 tot 325 personen per jaar betrokken zijn en 75 tot 150 mensen per jaar gered worden. In ongeveer de helft van deze gevallen vinden deze SAR acties zo ver op zee plaats dat alleen een vliegtuig als de Orion in staat is om de drenkelingen op te sporen.
1. Vredesoperaties.
In 1998 besloot Nederland drie Orions uit te rusten met onder andere zelfverdedigingsmiddelen en een geavanceerde infraroodcamera. Hiermee heeft Nederland een unieke capaciteit verworven die verder alleen de marine van de Verenigde Staten bezit. Aan deze capaciteit bestaat wereldwijd een zeer groot tekort met name binnen NAVO en EU. Gek genoeg heeft Nederland deze capaciteit nooit aangemeld bij NAVO en EU. Als deze drie Orions worden afgestoten nemen de tekorten alleen maar toe. De unieke uitrusting van deze drie Orions is primair bedoeld voor operaties boven land, maar komt overigens ook boven zee goed van pas. De Orion kan haar informatie "real time & on line" doorgeven. Iets wat bijvoorbeeld een fotoverkenner niet kan. Verder is de Orion, vanwege haar uitgebreide communicatiemogelijkheden, een knooppunt in het militaire netwerk. Boven Bosnië, Kosovo en Afghanistan is gebleken dat de drie speciaal uitgeruste Orions volledig in dit netwerk mee kunnen draaien. Dit is een unieke capaciteit, hetgeen mag blijken uit het feit dat de VS constateert dat op dit punt de Europese krijgsmachten de aansluiting met de Amerikaanse krijgsmacht verliezen. Met het Capability Upkeep Programme voor de tien Orion vliegtuigen breidt Nederland deze capaciteit uit en loopt daarmee binnen NAVO en Europa voorop.
Kortom, de Orion vertegenwoordigt een unieke capaciteit voor het ondersteunen van de internationale rechtsorde. De Orion is technologisch hoogwaardig, is uitstekend expeditionair in te zetten, kan in het algemeen al na 24 uur ter plaatse zijn en is in staat samen te werken met elke denkbare militaire eenheid van elk denkbaar land en elk denkbaar krijgsmachtdeel.
Overzicht van de internationale operaties met Nederlandse Orions
|jaa|van |tot |naam |voor |taak |vliegbasis| |r | | | | | | | | | | | | | | | |199| |heden |kustwachttaken | |sinds 1990 |MVK | |0 | | | | |worden de Orions|Valkenburg| | | | | | |ingezet voor | | | | | | | |kustwachttaken | | |199|30-01-|25-03-| |NAVO |versterking |NAS | |1 |91 |91 | | |zuidflank Europa|Sigonella,| | | | | | |dagelijkse |Italië | | | | | | |patrouilles | | | | | | | |centraal en | | | | | | | |oostelijk deel | | | | | | | |Middellandse | | | | | | | |Zee | | |199| | |medivac | |tijdens de |MVK | |1 | | | | |eerste |Valkenburg| | | | | | |Golfoorlog | | | | | | | |stonden er 2 | | | | | | | |Orions stand-by | | | | | | | |om zonodig | | | | | | | |(gewond) | | | | | | | |marinepersoneel | | | | | | | |uit de Golfregio| | | | | | | |te evacueren | | |199| | |transport | |tijdens de |MVK | |1 | | | | |Golfoorlog |Valkenburg| | | | | | |diverse vluchten| | | | | | | |naar Dubai, | | | | | | | |Saoedi-Arabië en| | | | | | | |de VAE met | | | | | | | |reservedelen | | | | | | | |voor fregatten | | | | | | | |en goederen voor| | | | | | | |het Nederlands | | | | | | | |noodhospitaal | | |199| | |Beveiliging | |na dreigementen |MVK | |1 | | | | |van Irakese |Valkenburg| | | | | | |zijde dagelijkse| | | | | | | |patrouilles rond| | | | | | | |offshore | | | | | | | |installaties op | | | | | | | |de Noordzee | | |199| |heden |Drugsbestrijding| |drugsbestrijding|Hato, | |1 | | | | |Caribisch |Curaçao | | | | | | |gebied | | |199|22-07-|06-93 |Operation Sharp |WEU |patrouilles |NAS | |2 |92 | |Fence | |boven |Sigonella,| | | | | | |Adriatische Zee |Italië | | | | | | |/ controle op | | | | | | | |naleving embargo| | | | | | | |tegen Servië | | |199|15-06-|19-06-|Operation Sharp |NAVO / |afdwingen |NAS | |3 |93 |96 |Guard |WEU |handelsembargo |Sigonella,| | | | | | |Klein-Joegoslavi|Italië | | | | | | |ë | | |199|10-93 |06-94 |Operation |VN |blokkade Haïti |Hato, | |3 | | |Support | | |Curaçao | | | | |Democracy | | | | |199| | |Operation Golden| |ondersteuning | | |3 | | |Shrimp | |versterking | | | | | | | |Surinaamse | | | | | | | |economie / | | | | | | | |opsporing | | | | | | | |illegale | | | | | | | |garnalenvissers | | | | | | | |rond Suriname | | |199|22-03-|11-04-|Multinational | |handhaving | | |7 |97 |97 |Interception | |embargo tegen | | | | | |Force | |Irak | | |199|23-02-|27-05-|Multinational | |handhaving |Muharraq | |8 |98 |98 |Interception | |embargo tegen |IAP, | | | | |Force | |Irak |Bahrein | |199|04-11-|11-98 | | |kustverkenning /|Hato, | |8 |98 | | | |noodhulpvluchten|Curaçao | | | | | | |Honduras na | | | | | | | |orkaan "Mitch" | | |199|15-02-|24-03-|Operation Eagle | |verificatiemissi|NAS | |9 |99 |99 |Eye | |e boven Kosovo |Sigonella,| | | | | | |ter controle op |Italië | | | | | | |naleving VN | | | | | | | |resolutie UNCSR | | | | | | | |1199 | | |199|24-03-|14-06-|Operation Allied| |verificatiemissi|NAS | |9 |99 |99 |Force / Noble | |es boven Kosovo |Sigonella,| | | | |Anvil | |/ surveillance |Italië | | | | | | |Adriatische Zee | | | | | | | |/ patrouilles | | | | | | | |voor | | | | | | | |Montenegrijnse | | | | | | | |en Albanese | | | | | | | |kust | | |199|29-03-|19-04-|Multinational | |handhaving |Muharraq | |9 |99 |99 |Interception | |embargo tegen |IAP, | | | | |Force | |Irak |Bahrein | |199| |heden |ondersteuning | |100 dagen / 400 |NAS | |9 | | |SFOR | |vlieguren per |Sigonella,| | | | | | |jaar |Italië | |200|29-06-|27-06-|Operation | |terrorismebestri|Verenigde | |2 |02 |03 |Enduring | |jding / |Arabische | | | | |Freedom | |verkenningvlucht|Emiraten | | | | | | |en rond het | | | | | | | |Arabisch | | | | | | | |Schiereiland en | | | | | | | |boven | | | | | | | |Afghanistan / | | | | | | | |direct betrokken| | | | | | | |bij arrestatie | | | | | | | |drie Al Qaida | | | | | | | |leden | |De bijdrage van de Nederlandse Orion aan Operation Enduring Freedom
De meest recente inzet van Nederlandse Orions in een internationale crisisbeheersingsoperatie betrof de deelname aan Operation Enduring Freedom (OEF). Omdat tijdens en na deze inzet nauwelijks bekendheid is gegeven aan de opdrachten die de Nederlandse Orions uitvoerden is hier in Nederland maar weinig over bekend. Omdat Operation Enduring Freedom heel goed illustreert waartoe de Groep Maritieme Patrouillevliegtuigen met haar P-3C Orion vliegtuigen in staat is, is ervoor gekozen om in dit document een uitgebreid verslag over de inzet van Nederlandse Orions aan OEF op te nemen:
De Nederlandse Orion verkenningsvliegtuigen hebben met hun missies in het Caribische gebied, de Golfregio en boven Afghanistan een uiterst belangrijke bijdrage geleverd aan de internationale strijd tegen het terrorisme gedurende Operatie Enduring Freedom. De deelname aan OEF begon op 1 januari 2002 vanuit de Nederlandse Antillen en Aruba (NA&A). In het Caribische gebied opereren Nederlandse en Amerikaanse Orions, elk in hun eigen gebied. In 2002 hebben Nederlandse Orions een deel van de taak van de Amerikaanse Orions overgenomen, de zogenaamde backfilloperaties. Hierdoor konden de Amerikaanse Orions elders ingezet worden in de strijd tegen het terrorisme. De taken bestonden uit het beveiligen van de internationale scheepvaart en het opsporen van drugstransporten. Tijdens de backfilloperaties zijn meerdere drugstransporten onderschept.
Op 29 juni 2002 vertrok een vluchteenheid met een Nederlandse Orion naar de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). De Orion werd vanaf het begin ingezet als verkenningsvliegtuig boven de wateren rondom het Arabische Schiereiland en vanaf 23 december 2002 ook boven Afghanistan. De vluchteenheid opereerde in nauwe samenwerking met eenheden van de Canadese strijdkrachten. De samenwerking strekte zich uit van een gezamenlijk operatiecentrum, medische zorg, uitwisselen van onderdelen tot voeding en recreatie.
De belangrijkste en meest effectieve manier om de activiteiten van de internationale scheepvaart snel in kaart te brengen was door verkenningen boven zee uit te voeren met vliegtuigen als de Orion. Met de gegevens van de Orion konden de marineschepen van de internationale coalitie vervolgens hun taken uitvoeren. Tijdens de verkenningsvluchten hield de bemanning de veiligheid van de internationale scheepvaart in de gaten. Bijvoorbeeld door te zoeken naar piraten. Zo werd een sleep van een Nederlands bedrijf begeleid in een gebied dat bekend staat om piraterij. De sleep kon daardoor ongehinderd haar eindbestemming bereiken. In de wateren rondom het Arabische Schiereiland is smokkel de gewoonste zaak ter wereld. Van de smokkelroutes maken echter ook terroristen van het Al Qaida netwerk gebruik om mensen en wapens te smokkelen. De Nederlandse Orion speelde een doorslaggevende rol bij de opsporing en aanhouding van enkele gezochte Al Qaida leden.
De verkenning van Afghanistan vanuit de lucht was de belangrijkste methode om informatie te verkrijgen over het gaan en staan van leden van Al Qaida en Taliban. Naast satellieten en onbemande vliegtuigjes (UAV) speelde de Orion daarbij een belangrijke rol. De Nederlandse Orion en haar bemanning waren naast die van de Amerikanen als enigen in staat om de verkenningstaak boven land uit te voeren. Vandaar dat het Amerikaanse hoofdkwartier vorig jaar erg blij was met de toestemming van de Nederlandse regering om de Nederlandse Orion naast de missies boven water, ook boven land in te mogen zetten. De Nederlandse Orion bleek boven Afghanistan in staat om met elke denkbare internationale militaire eenheid samen te kunnen werken. De missies waren erg afwisselend.
De vredesoperatie boven Afghanistan en de wateren rondom het Arabisch Schiereiland werd uitgevoerd met één vliegtuig en 18 militairen vanaf een basis waar alles opgebouwd moest worden inclusief riolering, water, licht en accommodatie. Deze vredesoperatie duurde precies één jaar waarin 1.300 vlieguren en 150 missies gevlogen werden.
3. De politieke ambities met de Nederlandse Orions
In de Hoofdlijnennotitie van 1999 hadden de toenmalige bewindslieden op defensie een duidelijke visie op de rol die in de toekomst door de P-3C Orions van de MARPAT zou worden gespeeld. Alle facetten die in die visie bestonden zijn nog steeds actueel. Sterker nog: ze zijn belangrijker dan ooit!
Hoofdlijnennotitie (25 januari 1999)
1. De Koninklijke Marine zal zich nog meer dan in het verleden richten op crisisbeheersingsoperaties. Dit betekent onder meer dat de marine nog meer in staat moet zijn tot optreden in kustwateren binnen en buiten het NAVO-verdragsgebied. In de nieuwe veiligheidssituatie is de dreiging van vijandelijke onderzeeboten en oppervlakteschepen sterk verminderd, zodat een lagere prioriteit kan worden gegeven aan het vermogen tot oorlogvoering op de Atlantische oceaan. Er moet rekening worden gehouden met een sterk veranderde luchtdreiging voor schepen die deelnemen aan crisisbeheersingsoperaties.
1. Het aantal maritieme patrouillevliegtuigen van de MLD kan in de nieuwe veiligheidssituatie met drie worden verkleind tot tien, terwijl kan worden volstaan met de CUP van zeven toestellen. De patrouillevliegtuigen vervulden een belangrijke taak in onderzeebootbestrijding boven het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan. Nu deze dreiging aanzienlijk is verminderd, vermindert ook de behoefte aan patrouillevliegtuigen. Ze blijven echter van belang voor vroegtijdige waarschuwing en waarneming boven land en soms ook boven zee. De Orions worden regelmatig ingezet in het kader van crisisbeheersingsoperaties, zoals de maritieme blokkade van klein-Joegoslavië en de verificatiemissie boven Kosovo. Ook spelen ze een belangrijke rol in de drugsbestrijding en de kustwachtactiviteiten.
Antwoorden op schriftelijke vragen over de Hoofdlijnennotitie (12 april 1999)
1. Vraag: Nu de taak van maritieme patrouillevliegtuigen bij de onderzeebootbestrijding boven de Atlantische Oceaan aanzienlijk is verminderd, is het dan niet mogelijk de MLD op te heffen? Zo nee, waarom niet, welke (nieuwe) taken heeft/krijgt de MLD en rechtvaardigen die het behoud van tien maritieme patrouillevliegtuigen? Antwoord: Maritieme patrouillevliegtuigen leveren een essentiële bijdrage aan verkenningen boven, op en onder water. Daarom zijn ze onmisbaar voor zowel de bestrijding van oppervlakteschepen als de onderzeebootbestrijding. Bovendien neemt in de veelal kustgebonden operatiegebieden in het algemeen de behoefte aan waarnemingscapaciteit toe. Met geringe aanpassingen zijn de maritieme patrouillevliegtuigen bovendien in te zetten voor verificatiemissies boven land (Kosovo). Het Orion maritieme patrouillevliegtuig is bovendien bruikbaar voor nationale taken met een breder maatschappelijk belang, zoals de kustwacht, de milieu-inspectie, de opsporing en redding en gewondenvervoer. De opsporings- en reddingsdienst (OSRD) op het Nederlandse deel van de Noordzee is een nationale verantwoordelijkheid. De Orions spelen hierbij een cruciale rol, in samenwerking met helikopters en fregatten. De behoefte aan maritieme patrouillevliegtuigen voor kustwachttaken en drugsbestrijding neemt toe. De permanente stationering van deze vliegtuigen in de Nederlandse Antillen en Aruba is hiervan een gevolg.
Jaarverslag Defensie 2002 (28 880 nr. 22, pagina 30):
1. In het kader van de beleidsmatige conclusies ten aanzien van de beleidsprioriteiten, schrijft staatssecretaris Van der Knaap over terrorismebestrijding (speerpunt 1: versterking van de Europese militaire capaciteiten): "Alliance Ground Surveillance (AGS): AGS moet voorzien in de door de NAVO uiteindelijk gewenste grondwaarnemingscapaciteit in 2010. Nederland neemt proportioneel deel aan dit multinationale programma. Interimverbetering grondwaarnemingscapaciteit: vooruitlopend en in aanvulling op het verkrijgen van onder andere de AGS-capaciteit, is Nederland voornemens om de grondwaarnemingscapaciteit van de maritieme patrouillevliegtuigen (P-3C Orion) te vergroten. Hiertoe zullen drie vliegtuigen van een digitale datalink worden voorzien."
4. Moderniseringsproject CUP Orion
De Tweede Kamer gaf eind 2000 haar goedkeuring aan het project Capability Upkeep Program (CUP) Orion. Binnen dit project wordt de apparatuur aan boord van de Orions grondig gemoderniseerd, waardoor het vliegtuig nóg beter geschikt wordt voor de taken die het de laatste jaren al met succes uitvoert. Het project CUP Orion kost in totaal E 250 miljoen bestaande uit E 202,3 miljoen die toegewezen zijn aan de stafeis CUP plus een kleine E 50 miljoen die bestaat uit enkele stafeisen die gerealiseerd moeten worden voorafgaand aan en tijdens de CUP. Dit betreft bijvoorbeeld het navigatie systeem dat voorafgaand aan de CUP vervangen moet worden . Een groot deel van dit bedrag is al uitgegeven, Belangrijker is dat Nederland voor het volledige bedrag contractuele verplichtingen is aangegaan, waar niet of nauwelijks onderuit is te komen. Wanneer de Orions worden afgestoten en het project CUP Orion min of meer overbodig wordt, betekent dit dus dat er E 250 miljoen over de balk wordt gesmeten. Wanneer het project echter gewoon wordt uitgevoerd, krijgt de Nederlandse krijgsmacht een vliegtuig terug dat uitermate geschikt is om een nog grotere rol te spelen bij de internationale crisisbeheersingssituaties waaraan de regering en Tweede Kamer juist zoveel waarde hechten.
Resultaten voorstudie/studiefase project CUP-Orion (8 november 1999)
Hieronder volgt een selectie van onderwerpen, geciteerd uit de brief die staatssecretaris Van Hoof van defensie in november 1999 aan de Tweede Kamer stuurde.
De behoefte voor de modernisering van de P3C Orion maritieme patrouillevliegtuigen is tijdens de voorstudie- en studiefase van het project getoetst aan de internationale veiligheidssituatie. Daarbij is gebruikgemaakt van de ervaringen die zijn opgedaan bij de vele operaties waaraan werd deelgenomen.
De inzet van maritieme eenheden is veelzijdiger geworden. Ten eerste zullen maritieme eenheden meer dan in het verleden landoperaties en amfibische operaties ondersteunen en dan dichter onder de wal opereren. Ten tweede zullen maritieme eenheden zowel binnen als buiten het verdragsgebied kunnen opereren. Ten derde zal het geweldsniveau per operatie sterk verschillen. Zo kunnen eenheden worden ingezet ter ondersteuning van justitiële acties of bij vredesafdwingende operaties. Ten vierde zullen maritieme eenheden in een geïntegreerd verband met land- en luchteenheden opereren, de "Combined Joint Task Forces" (CJTF).
Ook thans is er een grote behoefte aan maritieme patrouille-vliegtuigen. Zij vormen een onmisbaar onderdeel van een maritieme taakgroep of het maritieme deel van een CJTF. Zij verzorgen de opbouw van een oppervlaktebeeld (zee en land) en het onderwaterbeeld. Zij kunnen verdachte eenheden identificeren, op afstand volgen en zo nodig uitschakelen. In die rol verzorgen zij de lange-afstandswaarschuwing tegen onderzeeboot- en oppervlakte-dreigingen en leveren zij een wezenlijke bijdrage aan de bescherming van het verband. De veelzijdiger inzet betekent wel dat de huidige Orion aanpassingen behoeft. Zo is de dreiging van de nucleaire onderzeeboot in de open oceaan weliswaar verminderd maar nabij de kust is sprake van een complexe meervoudige dreiging van dieselelektrische onderzeeboten alsmede kleinere bovenwaterschepen en kustopstellingen met anti-schipraketten. Tevens stellen operaties in de nabijheid van of boven land hogere eisen aan sensoren en het zelfbeschermingspakket van de vliegtuigen. Ten slotte zullen operaties in CJTF-verband extra eisen stellen aan de dataverbindingen met maritieme taakgroepen en hoofdkwartieren.
De multifunctionele inzet en het gemoderniseerde sensoren, wapen- en coordinatie systemen (SEWACO) pakket, dat interoperabel is met eenheden van de NAVO-bondgenoten, waarborgen dat de Nederlandse Orion optimaal geschikt blijft voor de uitvoering van haar taken. Resultaten verwervingsvoorbereiding project CUP Orion (24 mei 2000)
Hieronder volgt een selectie van onderwerpen, geciteerd uit de brief die staatssecretaris Van Hoof van defensie in mei 2000 aan de Tweede Kamer stuurde.
Het belang van maritieme patrouillevliegtuigen wordt onderschreven in de Defensienota 2000. Daarin wordt onder meer uiteengezet dat de inzet van maritieme eenheden veelzijdiger is geworden. Er moet rekening worden gehouden met inzet zowel binnen als buiten het NAVO-verdragsgebied. Maritieme eenheden moeten kunnen opereren in een geïntegreerd internationaal verband met land- en luchteenheden. Voorts moeten maritieme eenheden meer dan in het verleden in staat zijn landoperaties te ondersteunen. Zij zullen daarom dichter onder de wal moeten kunnen opereren. Ten slotte kan het geweldsniveau per operatie sterk verschillen. Zo kunnen eenheden worden ingezet ter ondersteuning van justitiële acties in de kustwateren met weinig of geen geweld, en in vredesafdwingende operaties hoog in het geweldsspectrum. Het maritieme patrouillevliegtuig kan onder deze uiteenlopende omstandigheden opereren.
De uitbreiding in de taakstelling van "blue water" (open oceaan) naar "brown water" (kustwateren) heeft gevolgen voor de inzet van de P-3C Orion. Het vliegtuig wordt steeds vaker ingezet ter ondersteuning van maritieme operaties in kustgebieden en, zoals in Kosovo, nabij of boven land voor verkenning en verificatie. Er moet meer rekening worden gehouden met een dreiging van (dieselelektrische) onderzeeboten in ondiep water en van kleine bovenwaterschepen en kustopstellingen met antischipraketten of luchtdoelraketten. De operaties nabij of boven land stellen hoge eisen aan de sensoren en het zelfbeschermingspakket van de vliegtuigen.
Het benodigde verbeteringsprogramma berust op de gewijzigde taken en de daaruit voortvloeiende veranderde inzet van de Orions. Daarnaast is bij de operaties in de Perzische Golf en boven Kosovo het belang van "commonality" met de Orions van de Amerikaanse marine onderstreept.
Antwoorden op Kamervragen over het project CUP Orion (13 juni 2000) Hieronder volgt een selectie van antwoorden op Kamervragen die de toenmalige bewindslieden van defensie (minister De Grave en staatssecretaris Van Hoof) hebben gegeven. Deze antwoorden, die van doorslaggevende betekenis zijn geweest bij de goedkeuring van het project CUP Orion, zijn allemaal nog steeds actueel en zouden nu dus juist moeten pleiten voor het behouden van de tien P-3C Orions en het voortbestaan van de MARPAT.
1. Wat is de hoofdtaak van de Orion?
De hoofdtaak van de Orion is de ondersteuning van maritieme operaties op de oceaan en in kustgebieden. Het maritieme patrouillevliegtuig verzorgt de opbouw van het oppervlaktebeeld (zee en land) en het onderwaterbeeld buiten het bereik van de scheepssensoren. De Orion bestrijkt daarbij een groot oppervlak en maakt zo verdediging in diepte mogelijk.
1. Welke neventaken vervult de Orion?
De neventaken van de Orion bestaan uit verkenning en verificatie in de nabijheid van en boven land tijdens vredesoperaties, kustwachttaken waaronder opsporing en redding alsmede rampenbestrijding, handhaving van rechtsregels waaronder visserij-inspectie en milieucontroles, opsporing van drugstransporten, militaire bijstand in het algemeen belang en assistentie bij humanitaire (nood)hulp.
Welke analyse ligt ten grondslag aan deze indeling van taken en gewijzigde inzet van de Orion? Tijdens de (voor-)studiefase is een analyse gemaakt van de taken en de inzet van de Orion. De resultaten zijn weergegeven in mijn brief M99005551 van 8 november 1999 en in de Defensienota 2000 onder hoofdstuk 6.3.3 - De Groep maritieme patrouillevliegtuigen. Daarin wordt onder meer ingegaan op de gewijzigde inzet van de maritieme patrouillevliegtuigen in de nieuwe internationale veiligheidssituatie.
Wordt deze analyse gedeeld door andere landen die de Orion in gebruik hebben? Voeren deze landen een soortgelijk moderniseringsprogramma door? Deze analyse berust mede op studies die in NAVO-verband verricht zijn naar de inzet van maritieme patrouillevliegtuigen. De NAVO-partners die de Orion in gebruik hebben, onderschrijven deze studies. Van de Orion-gebruikers hebben ook de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland en Noorwegen besloten tot soortgelijke moderniseringsprogramma's.
Is de Orion het meest geëigende middel om deze gewijzigde taakstelling uit te voeren? (blz. 1) Ja. Het maritieme patrouillevliegtuig vormt een onmisbaar onderdeel van een maritieme taakgroep of het maritieme deel van een Combined Joint Task Force en is daarmee een schakel in een geheel van middelen te land, ter zee en in de lucht.
Hoe wordt de dreiging van (dieselelectrische) onderzeeboten ingeschat? Van wie zou deze dreiging kunnen komen en in welke mate? (blz. 1) De proliferatie van dieselelektrische onderzeeboten is zorgwekkend. Het aantal onderzeeboten van landen buiten de NAVO en het voormalige Warschaupact is sinds 1989 met 27 toegenomen tot 181. De zorg geldt ook de geografische verspreiding, aangezien een aantal van deze landen een dubieus of instabiel regime heeft en bovendien aan voor Nederland en andere NAVO-landen vitale handelsroutes ligt.
Waarom worden de twee Orions die inzetbaar zijn voor de Opsporings- en Reddingsdienst van de Kustwacht Nederland volledig gemoderniseerd? Wat zou het probleem zijn als deze, net als de op de Antillen gestationeerde toestellen een gedeeltelijk moderniseringsprogramma ondergaan? (blz. 2) Voor de uitvoering van alle in de Defensienota voorziene taken zijn, naast de drie vliegtuigen in de Nederlandse Antillen, zeven volledig gemoderniseerde toestellen nodig. Uit dit bestand worden op roulatiebasis steeds twee vliegtuigen aangewezen om vrijwel onmiddellijk (één binnen 1 uur en één binnen 12 uur) te kunnen worden ingezet voor de neventaak opsporing en redding.
Op welke wijze zou het CUP programma aangepast moeten en kunnen worden om het alsnog binnen het oorspronkelijke projectbedrag (f 364 miljoen) te kunnen voltooien? Dit in de zin van het mogelijk afstoten van een of meerdere Orions of minder Orions moderniseren of een kleiner moderniseringsprogramma voor de zeven volledig te moderniseren kisten? Zoals in de Defensienota is betoogd, blijft in de NAVO de behoefte aan maritieme patrouillevliegtuigen groot. Om budgettaire redenen kon echter niet aan een vermindering van dertien naar tien maritieme patrouillevliegtuigen worden ontkomen. Een verdere vermindering van het aantal vliegtuigen of het doorvliegen met een aantal niet-gemoderniseerde Orions dan wel een kleiner moderniseringsprogramma zou afbreuk doen aan de taakuitvoering en de doelmatigheid van de Groep Maritieme Patrouillevliegtuigen. Een dergelijke aanpassing van het CUP-programma wordt daarom niet opportuun geacht. Daarnaast zou voor een eventuele bijstelling van het programma een nieuwe "Letter of Offer and Acceptance" (LOA) moeten worden aangevraagd, waardoor de nu geboden schaalvoordelen van een tijdige aansluiting bij de Amerikaanse moderniseringsprogramma's komen te vervallen, wat tot prijsverhogingen zal leiden.
Het moderniseringsprogramma zal functioneren voor een periode van 10 jaar, van 2005 tot 2015 (de Orion is dan 34 jaar in gebruik). In hoeverre kunnen de onderdelen van het moderniseringsprogramma na 2015 gebruikt worden? Is de verwachting dat de Orion ook na 2015 operationeel inzetbaar is? Bij de bepaling van de totale levensduurkosten die gemoeid zijn met de CUP, is uitgegaan van een gebruiksduur van minimaal 15 jaar. De technische levensduur van de airframes reikt tot voorbij het jaar 2015 en kan naar verwachting zonder ingrijpende modificaties verder worden verlengd. De operationele inzetbaarheid strekt zich dan ook uit tot ten minste 2020.
5. Niet overbodig maar nodig
In zijn brief van 30 juni 2003 schrijft minister Kamp: "Op grond van de analyse van de internationale veiligheidssituatie heeft de NAVO onlangs opnieuw een Defence Requirement Review uitgevoerd, waarin de benodigde capaciteiten zijn vergeleken met die waarover de lidstaten op dit moment beschikken. De EU heeft met de Headline Goal een vergelijkbare analyse gemaakt. De discrepantie tussen vraag en aanbod die aan het licht is gekomen, manifesteert zich in overschotten en tekorten. Zo bestaat er dertien jaar na het einde van de Koude Oorlog een aanbodoverschot aan territoriale verdedigingseenheden en onderzeebootbestrijdings-middelen."
Als redenen om de P-3C Orions af te stoten worden o.a. de weggevallen dreiging van onderzeeboten en een overschot aan maritieme patrouillevliegtuigen genoemd. Wanneer uitsluitend wordt gekeken naar de onderzeebootbestrijdingstaak in relatie tot aantallen maritieme patrouillevliegtuigen, kunnen we vaststellen dat er in Europa vanwege de verminderde dreiging van onderzeeboten reeds een behoorlijke reductie is doorgevoerd. Wanneer Nederland inderdaad haar Orions afstoot en aan Duitsland verkoopt is het aantal maritieme patrouillevliegtuigen in Europa ten opzichte van 1980 uiteindelijk bijna gehalveerd. Tegelijkertijd is het aantal andere taken dat door maritieme patrouillevliegtuigen (en dan met name door de Nederlandse Orions) wordt uitgevoerd veel groter geworden.
Aantallen Maritime Patrol and Reconnaissance Aircraft (MPRA) in Europa
| | |per 1 januari | |per 1 augustus | |toekomstplannen | | | |1980 | |2003 | | | |Duitsland |19|Breguet Br1150 |17|Breguet Br1150 |10|Lockheed Martin | | | |Atlantic | |Atlantic | |P-3C Orion | |Frankrijk |40|Breguet Br1150 |18|Dassault Br1150 |18|Dassault Br1150 | | | |Atlantic | |Atlantique NG | |Atlantique NG | |Griekenland|10|Grumman HU-16 |6 |Lockheed Martin |6 |Lockheed Martin | | | |Albatross | |P-3B Orion | |P-3B Orion | |Italië |18|Breguet Br1150 |16|Breguet Br1150 |16|Breguet Br1150 | | | |Atlantic | |Atlantic | |Atlantic | |Nederland |12|Lockheed SP-2H | | | | | | | |Neptune | | | | | | |7 |Breguet Br1150 |10|Lockheed Martin | | | | | |Atlantic | |P-3C Orion | | | |Noorwegen |5 |Lockheed Martin |4 |Lockheed Martin |4 |Lockheed Martin | | | |P-3B Orion | |P-3C UIP Orion | |P-3C UIP Orion | |Portugal | | |5 |Lockheed Martin |5 |Lockheed Martin | | | | | |P-3P Orion | |P-3P Orion | |Spanje |6 |Lockheed Martin |5 |Lockheed Martin |5 |Lockheed Martin | | | |P-3A Orion | |P-3B Orion | |P-3M Orion | |Verenigd |40|BAe Nimrod MR1 /|21|BAe Nimrod MR2 |18|BAe Nimrod MR4A | |Koninkrijk | |MR2 | | | | | | | | | | | | | |totaal |15| |10| |82| | | |7 | |2 | | | |Er is dan misschien wel een overschot aan "traditionele" maritieme patrouillevliegtuigen, er bestaat nog wel een groot tekort aan "Intelligence, Surveillance, Target Aquisition, Reconnaissance & Battle Damage Assesment" (ISTAR&BDA) vliegtuigen. Het gaat hier om tekorten aan geavanceerde verkenningsvliegtuigen en aan (nog grotere) tekorten aan vliegtuigen met radar waarmee een driedimensionaal beeld van een doel gemaakt kan worden. Op het moment dat het CUP moderniseringsprogramma zou zijn afgerond, zou Nederland beschikken over zeven vliegtuigen die voor beide taken kunnen worden ingezet. Nederland zou daarmee dus een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van deze tekorten.
Minister Kamp schrijft in zijn brief van 30 juni jl.: "Het investeringsniveau zal aanzienlijk worden verhoogd, tot ongeveer 20 procent. Dit heeft tot gevolg dat de toezeggingen die Nederland heeft gedaan tijdens de NAVO-top in Praag (november 2002) en in EVDB-kader vrijwel geheel worden gehandhaafd." Onder deze toezeggingen bevonden zich opmerkelijk genoeg ook de Orion patrouillevliegtuigen. Uit de brief (28 676 nr. 1) die de Minister van defensie op 8 november 2002 aan de Tweede Kamer stuurde:
"EVDB-intensivering
AGS/SOSTAR
Alliance Ground Surveillance (AGS) voorziet in een grondwaarnemingscapaciteit waarmee op veilige afstand en onder alle weersomstandigheden de ontwikkelingen in het operatiegebied kunnen worden gevolgd. Deze grondwaarnemingscapaciteit is door zowel de EU als de NAVO aangemerkt als een wezelijke tekortkoming met een hoge prioriteit. Tegen die achtergrond neemt Nederland thans in EVDB-kader deel aan de ontwikkeling van het technology capability demonstrator programma SOSTAR-X. Dit programma loopt tot 2006, waarna de deelnemende landen moeten besluiten over de verwezelijking van de AGS-capaciteit. Het ziet er inmiddels naar uit dat dit in NAVO-kader gaat gebeuren. In september 2001 besloot de NAVO vanaf 2010 over een NATO owned en operated AGS-kerncapaciteit te zullen beschikken. Het AGS-project bestaat uit drie fasen. De concept definition phase start in 2003; de Nederlandse bijdrage daaraan wordt geraamd op 250.000 Euro (2003-2005). De Nederlandse bijdrage aan de design&development phase wordt thans geraamd op 8 miljoen Euro (op basis van het Nederlandse aandeel in het NAVO-budget van vier procent). Ten behoeve van de verwervingsfase is vooralsnog 15 miljoen Euro gereserveerd;8 miljoen Euro in 2006 en 7 miljoen Euro in 2007. De totale Nederlandse bijdrage aan de verwervingsfase wordt vooralsnog geraamd op 108 miljoen Euro, uitgaande van de voorlopige Nederlandse raming van een AGS-programma ter waarde van 2 miljard Euro en 700 miljoen Euro voor infrastructuur.
Interim verbetering grondwaarnemingscapaciteit
Vooruitlopend en in aanvulling op een langere termijn verbetering van de grondwaarnemingscapaciteit (AGS-kerncapaciteit, MALE, UAV, waarnemingssatellieten) heeft Nederland de mogelijkheid om op korte termijn de grondwaarnemingscapaciteit boven land van de P-3C Orion te verbeteren. De Orion draagt thans reeds boven Kosovo (Nederlands/Amerikaans werkverband) en Afghanistan (VS) bij aan de grondwaarnemingscapaciteit ten behoeve van joint operaties. De Amerikaanse Orion beschikt over een digitale dataverbinding, waarmee real time informatie naar een grondstation wordt verstuurd; de Nederlandse Orion in Kosovo heeft een analoge dataverbinding met beperkte capaciteit, waarmee de informatie pas achteraf beschikbaar komt. Door de Nederlandse Orion van een digitale dataverbinding te voorzien wordt de bruikbaarheid van de informatie voor het hoofdkwartier vergroot. Drie Nederlandse Orions, die zijn voorzien van IR/EO-sensoren, worden uitgerust met de digitale dataverbinding; tevens worden de bijbehorende grondsystemen verworven. De kosten worden geraamd op 1,5 miljoen Euro (2003-2004)."
Het volgende fragment komt uit de brief (28 676 nr. 2) van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie, die zij op 12 november 2002 aan de Tweede Kamer stuurden:
"Graag willen wij u, mede namens de Minister-President, en mede naar aanleiding van het verzoek van de Kamer om een geannoteerde agenda, informeren over de inzet van de Regering met het oog op de bijeenkomst van NAVO staatshoofden en regeringsleiders op 21 en 22 november aanstaande te Praag. De belangrijkste doelstelling van de NAVO-Top te Praag is wat Nederland betreft een herbevestiging op het hoogste politieke niveau van de transatlantische band. Tevens dient de NAVO-Top in Praag een duidelijk signaal af te geven dat de Alliantie in staat is om op effectieve wijze het hoofd te bieden aan nieuwe dreigingen, zoals internationaal terrorisme en de dreiging met massavernietigingswapens. Versterking van de militaire capaciteiten zal dan ook een centraal thema worden tijdens de NAVO-Top.
Nederland beschikt over een afzonderlijke financiële voorziening om bij te dragen aan het opheffen van Europese militaire tekortkomingen. Langs deze weg draagt Nederland bij aan het opheffen van militaire tekortkomingen die zijn vastgesteld door de Europese Unie (in het kader van de Helsinki Headline Goal) en de NAVO (in het kader van het DCI). Hieruit is tussen 2000 en 2002 voor E 136 miljoen aan extra projecten gefinancierd. Met de voortzetting van deze voorziening in het Strategisch Akkoord (de EVDB-intensivering) komt tot 2007 nog eens E 180 miljoen beschikbaar (E 130 miljoen tot 2006 en vervolgens E 50 miljoen per jaar). De intensivering stelt Nederland in staat tijdens de NAVO-Top in Praag zich met concrete projecten te committeren aan het PCC. Het gaat om de volgende projecten:
- de aanschaf van zes NBC-verkennings en detectievoertuigen
- opsporingsapparatuur voor chemische wapens (point detection)
- collectieve NBC-bescherming van staven, hospitalen en gemeenschappelijke ruimten
- een mobiel NBC analytisch laboratorium
- een NBC event response team
- de verwerving van disease surveillance systems op NBC-gebied
- de verdere versterking van het Duits-Nederlandse hoofdkwartier (aanvullend TITAAN transmissiesysteem)
- de versterking van de verwerkingscapaciteit van satellietbeelden en, via België, de deelneming aan een militair satelllietwaarnemingsprogramma (Helios II)
- de deelneming aan de ontwikkeling en de productie van een grond-waarnemingscapaciteit
(air ground surveillance) in NAVO-verband
- de verbetering van de grondwaarnemingscapaciteit van Orion P-3C patrouillevliegtuigen."
6. Regeringsvliegveld
Behalve dat het Marinevliegkamp Valkenburg fungeert als thuisbasis voor de P-3C Orions van de Groep Maritieme Patrouillevliegtuigen, is het zoals bekend ook het enige militaire vliegveld in de nabijheid van de residentie. Na het sluiten van de vliegbasis Ypenburg werd Valkenburg het regeringsvliegveld van Nederland. Het biedt een veilige, met privacy omringde en file-vrije toegang tot Nederland aan staatshoofden en overige hoogwaardigheidsbekleders. Pieken in dit verkeer worden bereikt als Nederland voorzitter van de EU is of tijdens bijvoorbeeld de WEU conferenties in Noordwijk. Valkenburg wordt ook gebruikt voor het invliegen van (oorlogs)misdadigers. Bijvoorbeeld voor het Oorlogstribunaal in het Vredespaleis, het Joegoslavië tribunaal en in de toekomst het Internationale Strafhof. Het regeringsvliegveld ondersteunt 1000 tot 3000 van dit soort VIP- en overige vluchten per jaar en ontvangt ongeveer 20.000 tot 35.000 daarmee samenhangende bezoekers en hun begeleiders. Sluiting van het vliegkamp zal ongetwijfeld extra kosten met zich meebrengen bij de ontvangst van staatshoofden, regeringsleiders en andere hoogwaardigheidsbekleders die ons land bezoeken.
Vliegkamp Valkenburg is regelmatig in het nieuws. De ene keer arriveert er een staatshoofd, de andere keer een verdachte voor het Joegoslavië-tribunaal. Ook het koningshuis en de regering maken dankbaar gebruik van de faciliteiten. Sluiting van Valkenburg betekent dat al deze vluchten naar Schiphol of Rotterdam Airport worden geleid. Dat betekent een langere reistijd voor de VIP en zijn gevolg (tijdens de spits kunnen er met goed fatsoen geen VIP's meer worden ontvangen). Het betekent óók dat de luchthaven voor de gelegenheid strenger beveiligd moet worden. Valkenburg wordt 24 uur per dag bewaakt door een eigen bewakingskorps, is moeilijker toegankelijk, veel overzichtelijker en daardoor veel beter te bewaken.
De grotere afstand van Schiphol en Rotterdam Airport tot Den Haag leidt tot een groter beveiligingsrisico (ten opzichte van Valkenburg). Bovendien zijn de A4 en A44 op dit moment al relatief drukke snelwegen met dagelijkse filevorming. De VIP-transporten zullen dit alleen vergroten.
De Amerikaanse president en de Japanse keizer zijn de afgelopen jaren op Schiphol gearriveerd. De enige reden hiervoor is dat de allergrootste vliegtuigen (Boeings 747) niet op vliegkamp Valkenburg terecht kunnen. Overigens was de hele beveiliging van president Clinton destijds wel op Valkenburg gestationeerd. Het buitenlandse vliegverkeer naar Valkenburg bestond in 2001 voor ruim 50% uit VIP-vluchten. Schiphol zit al op de grens van de geluidsnormen, en de circa 500 VIP-vluchten zal tot extra boetes kunnen leiden.2.
Interessant detail: als Valkenburg om wat voor reden geen vliegtuigen kan ontvangen, gaat een verdachte voor het Joegoslavië-tribunaal naar een ander militair vliegveld (dus ver buiten de Randstad). Schiphol en Rotterdam Airport zijn daarvoor niet voldoende beveiligd. De rit van Valkenburg naar de gevangenis van Scheveningen duurt hooguit 15 minuten.
De waarde van een vliegveld middenin de Randstad zou blijken tijdens een crisis. Wordt de regio getroffen door een ramp, dan is Valkenburg het enige vliegveld in de wijde omtrek waar vliegtuigen (ook grote) kunnen landen. Vliegkamp Valkenburg is 24 uur per dag open voor noodgevallen, bijvoorbeeld voor reddingsacties. De gebeurtenissen op 11 september 2001 in de VS onderstrepen dit belang.
Aan de lijst met functies is er eind januari 2002 een toegevoegd. Het vliegkamp is (naast Schiphol en Eindhoven Airport) aangewezen om als uitvalsbasis dienst te gaan doen voor het Nederlandse internationale zoek- en reddingsteam. Dit team van experts moet binnen 12 tot 20 uur op ramplocaties in Europa, de Nederlandse Antillen, het Midden-Oosten en Noord-Afrika aanwezig kunnen zijn. Het besluit toont aan dat de ministeries van Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken geen rekening hebben gehouden met het eerder genomen kabinetsbesluit om het vliegkamp op termijn te sluiten.
1. In zijn doctoraalscriptie 'Touwtrekken rondom Vliegkamp Valkenburg' aan de TU Delft concludeert J. Feuth:
"Woningbouw op het marinevliegkamp Valkenburg zou zeer onverstandig zijn. Na de analyse van de situatie en mogelijkheden blijkt dat - in het licht van de 11e september en de komst van de euro - zo'n onomkeerbaar besluit desastreus zal zijn. De regering dient de voorkeur te geven aan het openhouden van het vliegkamp ten behoeve van veiligheid en natuur in dit dichtbevolkte deel van de Randstad."
Er is nog nooit enig onderzoek gedaan naar de financiële gevolgen van het noodgedwongen op een ander vliegveld (Rotterdam Airport of Schiphol) organiseren van de VIP-ontvangsten die nu op Marinevliegkamp Valkenburg plaatsvinden.
Wij verzoeken u met klem om aan te dringen op een dergelijk onderzoek, waarbij overigens niet alleen de financiële, maar ook de praktische gevolgen dienen te worden onderzocht. Denkt u daarbij aan de beveiliging op de luchthaven, de beveiliging tijdens de rit van de luchthaven naar Den Haag (wat negen van de tien keer de eindbestemming van hoogwaardigheidsbekleders is), de drukke snelwegen in de Randstad en de afstand naar Den Haag.
Ook vragen wij u zich de komende weken op de hoogte te stellen van de manier waarop hoogwaardigheidsbekleders op Valkenburg worden ontvangen en tegen welke kosten dat gebeurt. Pas nadat deze kosten en de directe en indirecte kosten van ontvangsten op een ander vliegveld tegen elkaar zijn afgewogen kunt u een verantwoord besluit nemen over het wel of niet nodig hebben van een VIP-vliegveld nabij de regeringszetel.
7. Investeringen worden kapitaalvernietiging
Afschaffen van de Orions en het sluiten van Valkenburg resulteert in kapitaalvernietiging.
investeringen in het vliegkamp als regeringsvliegveld investeringen in het vliegkamp als NAVO main operating base investeringen in het vliegkamp als thuisbasis voor de Orions investeringen in de drie vliegtuigen om boven land in te kunnen zetten investeringen in de modernisering van tien Orions
De Kustwachttaken in Nederland en NA&A verdwijnen niet en moeten door andere vliegtuigen overgenomen worden. Er wordt gedacht dat de Orion, doordat deze groot is, ook erg duur is en dat kleinere vliegtuigen hetzelfde kunnen als de Orion tegen veel lagere kosten. Deze veronderstelling is onjuist. Kleinere vliegtuigen kosten meer dan vaak wordt aangenomen. Het overnemen van de kustwachttaken van de Orions gaat ongeveer 20 tot 25 miljoen euro per jaar kosten. Deze kosten verdwijnen weliswaar van het defensie budget maar duiken elders in de Rijksbegroting weer op.
Als Valkenburg gesloten wordt, betekent dit niet dat de huidige gebruikers van Valkenburg als regeringsvliegveld verdwijnen. Deze zullen elders een toegang tot Nederland moeten vinden. De beveiliging, ontvangst en het transport naar de bestemming kosten geld. Deze kosten komen dan weliswaar niet meer ten laste van het Ministerie van Defensie, maar zullen door andere departementen (zoals BuZa) moeten worden opgebracht.
8. Uitgangspunten bezuinigingsvoorstellen van de minister
In zijn brief van 30 juni jl. aan de Tweede Kamer, waarin minister Kamp een groot aantal bezuinigingsvoorstellen doet, schrijft hij met betrekking tot de hoofdtaken van de krijgsmacht en de internationale inbedding (VN, NAVO, EU) onder andere het volgende:
1. Er zijn de afgelopen jaren belangrijke veranderingen opgetreden in de internationale veiligheidssituatie: het gevaar van grootscheepse agressie tegen het NAVO-verdragsgebied is geweken, maar de instabiliteit in grote delen van de wereld blijft groot. Het gevaar van asymmetrische dreigingen, zoals terrorisme en massavernietigingswapens, is toegenomen.
2. Het belang van crisisbeheersingsoperaties is dan ook evident. Voorts groeit de invulling van de eerste hoofdtaak toe naar die van de derde hoofdtaak, namelijk het verlenen van bijstand aan civiele autoriteiten, zowel nationaal als internationaal.
3. Snelle inzetbaarheid, technologisch hoogwaardig materieel en het vermogen ver van Nederland te worden ingezet zijn belangrijke voorwaarden voor een optimale operationele samenwerking, zowel bij crisisbeheersingsoperaties in de hogere delen van het geweldsspectrum als bij operaties die gericht zijn op de duurzame stabilisatie en de wederopbouw van voormalige conflictgebieden.
4. Als politiek uitgangspunt geldt dat ons land een redelijk aandeel wil leveren in de uitvoering van het aspiratieniveau van de NAVO en de EU. Tegen de achtergrond van het feit dat het bondgenootschap meer en meer actief is in crisisbeheersingsoperaties buiten het verdragsgebied, legt de NAVO minder dan voorheen de nadruk op kwantiteit en meer op kwaliteit.
5. De belangrijkste ontwikkeling blijft immers onverminderd de overgang van de betrekkelijk overzichtelijke situatie in de Koude Oorlog naar een instabiele veiligheidsomgeving waarin andere bedreigingen de boventoon voeren en waarin bovenal prioriteit moet worden gegeven aan expeditionaire capaciteiten.
Al deze punten hebben een link naar de P-3C Orion vliegtuigen van de Groep Maritieme Patrouillevliegtuigen (MARPAT). In alle gevallen zouden ze moeten pleiten voor het voortbestaan van de MARPAT. Met de Orions wordt, zoals u in dit argumentenstuk heeft kunnen lezen, vandaag de dag immers veel meer gedaan dan alleen maar het uitvoeren van de oorspronkelijke onderzeebootbestrijdingstaak. Sterker nog, die oorspronkelijke taak legt tegenwoordig nog maar beslag op 4% van het jaarlijkse totaal aantal vlieguren dat met de P-3C Orions wordt gevlogen.
Minister Kamp en staatssecretaris Van der Knaap kiezen voor een krijgsmacht die in staat is snel te reageren op veranderingen in de internationale veiligheidssituatie. Ze hechten grote waarde aan Nederlandse deelname aan crisisbeheersingssituaties. Ze willen snelle inzetbaarheid met technologisch hoogwaardig materieel. Ze erkennen dat Nederland in NAVO-verband steeds vaker actief is buiten het verdragsgebied. Met de P-3C Orion hebben ze een platform dat aan al deze criteria voldoet en wat na voltooiing van het project CUP Orion nóg beter in staat is deze taken optimaal uit te voeren.
9. Twaalf vragen
U moet straks vanuit uw verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiger een oordeel vellen over de plannen van de Minister van Defensie. Moeten de P-3C Orions worden afgestoten? Moet Marinevliegkamp Valkenburg worden gesloten? Wij vinden dat u geen goede afweging kunt maken zonder dat er gedegen onderzoek is gedaan naar het hoe en waarom en naar de voor- en nadelen. Wij hopen dat dit argumentenstuk u een beter inzicht geeft in de taken en mogelijkheden van de Orion vliegtuigen, de Groep Maritieme Patrouillevliegtuigen én het Marinevliegkamp Valkenburg. De minister van defensie zou u eerst antwoord moeten geven op alle vragen die u met betrekking tot dit onderwerp heeft. De vragen die wij in elk geval zeer belangrijk vinden hebben wij alvast op een rijtje gezet. Wij hopen dat u, leden van de Tweede Kamer, deze vragen aan de minister gaat stellen.
1. Is de minister werkelijk niet op de hoogte van het uitgebreide takenpakket van de P-3C Orion (wat zo veel méér omvat dat onderzeebootbestrijding) of houdt hij bewust informatie achter?
1. Waarom geeft het Ministerie van Defensie E 250 miljoen uit aan het Capability Upkeep Programme (het moderniseringsproject voor de P-3C Orions) om vervolgens als dit programma nét gestart is bekend te maken dat de vliegtuigen wat haar betreft kunnen worden afgestoten?
1. Defensie had toch een duidelijke toekomstvisie voor operaties met P-3C Orions? Waarom werd anders het CUP gelanceerd? Of willen de huidige bewindslieden op defensie beweren dat hun voorgangers in 2000 met een misleidend verhaal E 250 (!) los wisten te peuteren?
1. Zijn alle afwegingen op basis waarvan eind 2000 door de Tweede Kamer toestemming werd gegeven voor uitvoering van het Capability Upkeep Programme nu plotseling niet meer relevant?
1. Waarom wil de minister van de P-3C Orions af als deze vliegtuigen juist zo geschikt zijn voor de internationale crisisbeheersingsoperaties waar hij zoveel waarde aan hecht?
1. Hoe is het mogelijk dat de Minister van Defensie stelt geen behoefte meer te hebben aan maritieme patrouillevliegtuigen terwijl alle andere Europese landen die maritieme patrouillevliegtuigen hebben hun vliegtuigen grondig hebben gemoderniseerd c.q. nog laten moderniseren of gaan vervangen?
1. Hoe denkt de minister de huidige taken van de Orions in het Caribisch gebied op te vangen wanneer deze vliegtuigen worden afgestoten? Vooral de rol van de Orion bij drugsbestrijdingsoperaties is in dit gebied erg belangrijk. Deze taken worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de Commander Task Group 4.4 (CTG 4.4), die onderdeel uitmaakt van de Joint Inter Agency Task Force East.
1. Hoe verklaart de minister het dat de Verenigde Staten in aanvulling op de twee á drie Nederlandse Orions die op Hato, Curaçao zijn gestationeerd onlangs vier P-3C Orions aan de sterkte van de Joint Inter Agency Task Force East hebben toegevoegd? Kennelijk is er juist behoefte aan méér maritieme patrouillevliegtuigen in de strijd tegen drugssmokkel.
1. Welke meerkosten zijn er verbonden aan het ontvangen van VIPs op b.v. Schiphol of Rotterdam Airport in vergelijking met de kosten die nu gemaakt worden voor ontvangsten op Marinevliegkamp Valkenburg?
1. Waarom stelt de minister voor om Marinevliegkamp Valkenburg te sluiten zonder dat er onderzoek is gedaan naar de financiële en praktische nadelen van de beveiliging van VIPs (maar ook van vermeende misdadigers die nu regelmatig voor het Joegoslavië tribunaal op Valkenburg arriveren) wanneer zij op andere vliegvelden in Nederland arriveren? Vraag om informatie van direct betrokkenen zoals de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging van de KLPD, het Joegoslavië Tribunaal, het Internationaal Gerechtshof, etc.
1. Heeft de minister een overzicht van de verplichtingen die Nederland heeft op grond van verdragen en overeenkomsten met de NATO, het Internationale Gerechtshof en de VS waarbij de P-3C Orions danwel het Marinevliegkamp Valkenburg zijn betrokken.
1. Hoe denkt de minister na buitendienststelling van de P-3C Orions de nationale taken (Kustwacht Nederland) van deze vliegtuigen op te vangen?
Stichting Vrienden Marinevliegkamp Valkenburg (SVMV)
Contactpersoon:
Marco P.J. Borst (secretaris)
Peppelschans 24
2352 BE Leiderdorp
tel. 06 - 55 17 46 02
e-mail: svmv@planet.nl
website: www.svmv.netmenu.nl
---- --