Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Plein 2
2511 CR Den Haag
Datum Uw brief Ons kenmerk
(Kenmerk)
2020315940, FM 2003-1234 M
18 augustus 2003
Onderwerp
Kamervragen van het lid Heemskerk over de
Stichting Leaseverlies, de Stichting Eegalease,
de Consumentenbond, de Vereniging van
Effectenbezitters, Dexia en incasso (ingezonden
15 augustus 2003)
Hieronder treft u de antwoorden aan op de
Kamervragen van het lid
Heemskerk over de Stichting Leaseverlies, de
Stichting Eegalease, de Consumentenbond, de
Vereniging van Effectenbezitters en de incasso
i.v.m. aandelenleasecontracten.
1. Heeft u kennis genomen van de brief die
de Stichting Leaseverlies, de Stichting
Eegalease, de Consumentenbond en de Vereniging
van Effectenbezitters u op 8 augustus hebben
gestuurd?
Ja
2. Is het waar, dat u geen rechtstreeks
contact met Dexia heeft gezocht, in
tegenstelling tot uw uitspraken op 18 en 25 juni
jl.? Zo ja, waarom niet?
Tijdens het Algemeen Overleg inzake
Aandelenlease op woensdag 18 juni van dit jaar
heb ik u gemeld dat zou worden geprobeerd te
bewerkstelligen dat aanbieders van
aandelenleaseproducten zich in afwachting van de
verdere ontwikkelingen (zoals de dit najaar te
verwachten uitspraken van de klachtencommissie
en de commissie van beroep van het Dutch
Securities Institute (DSI) in een aantal
exemplarische aandelenleasezaken) zich waar
mogelijk zouden inhouden voor wat betreft de
incasso van opeisbare vorderingen. Ik heb in
navolging van deze uitspraak wel degelijk
contact gezocht met Dexia in verband met de
incassoproblematiek en heb laten nagaan of een
vertraging of tijdelijke bevriezing van de
incasso bespreekbaar was voor Dexia. Na een
uitwisseling van argumenten tussen
vertegenwoordigers van Dexia en mijn ministerie
heb ik echter moeten concluderen dat geen van
beide opties haalbaar was. Vervolgens heb ik uw
Kamer tijdens het Algemeen Overleg op woensdag
25 juni gemeld dat het "lijntje dat ik had
uitgezet in verband met de incassoproblematiek
niets had opgeleverd".
3. Bent u van plan gehoor te geven aan het
herhaalde verzoek van genoemde stichtingen om
Dexia rechtstreeks te vragen de incasso te
staken tot na de uitspraak van het DSI? Zo neen,
waarom niet?
Uit mijn antwoord op de vorige vraag zal u
inmiddels gebleken zijn dat er reeds contact is
geweest met Dexia in verband met de
incassoproblematiek en dat de conclusie uit dit
contact luidde dat een vertraging of tijdelijke
stopzetting van de incasso niet haalbaar was.
Daaraan moet worden toegevoegd dat, zoals u ook
op 18 en 25 juni jl. al is gemeld, de Minister
van Financiën niet bevoegd is te treden in de
rechten van en de overeenkomsten en geschillen
tussen private partijen (i.c. tussen aanbieders
en afnemers van aandelenleaseproducten). De
Minister van Financiën kan zich dus ook niet
mengen in het beleid dat een van deze partijen
voert wat betreft de invordering van de
opeisbare schulden die voortkomen uit hetgeen
tussen deze partijen is overeengekomen.
Betrokkenen zullen er dus rekening mee moeten
houden dat noch het feit dat het DSI dit najaar
uitspraak zal doen in een aantal
prototype-aandelenleasezaken, noch het gegeven
dat de Commissie Geschillen Aandelenlease op
zeer korte termijn zal aanvangen met haar
bemiddelingswerkzaamheden, tot gevolg zullen
hebben dat deze (incasso)procedures van
rechtswege worden opgeschort. Wanneer en zolang
de rechtsgeldigheid van opeisbare vorderingen
vast staat of onaangetast is zullen daarmee
verband houdende schulden moeten worden voldaan.
4. Deelt u de mening van genoemde
stichtingen dat zonder opschorting van de
incasso de kansen op het bereiken van een
oplossing langs buitengerechtelijke weg
verkleind worden?
In aanvulling op hetgeen hierboven is gezegd
over het feit dat de verwachte uitspraken van
het DSI en de werkzaamheden van de Commissie
Geschillen Aandelenlease geen opschortende
werking tot gevolg zullen hebben voor de
(incasso)procedures moet hier het volgende
worden opgemerkt. Betrokkenen dienen te beseffen
dat er een principieel onderscheid moet worden
gemaakt tussen de incasso van opeisbare
vorderingen en het traject waarin door
bemiddeling door de Commissie Geschillen
Aandelenlease tussen partijen wordt geprobeerd
tot overeenstemming te komen over de geldigheid
van de onderliggende contracten. Mocht het
CGA-traject als uitkomst hebben dat vast is
komen te staan dat er inderdaad sprake was van
een ongeldige vordering, dan zal een geldsom die
reeds was voldaan als onverschuldigd terug
kunnen worden gevorderd van de aanbieder. Mocht
blijken dat er wel degelijk goede
(rechts)gronden ten grondslag lagen aan de
vordering, dan zal een reeds ter beschikking
gestelde geldsom terecht zijn voldaan door de
afnemer. Het invorderen van opeisbare
vorderingen en het voldoen van deze vorderingen,
hoeven daarom geen gevolgen te hebben voor het
proces waarin door bemiddeling van de Commissie
Geschillen Aandelenlease tot een oplossing voor
de openstaande geschillen wordt geprobeerd te
komen.
Een algemene incassostop zal niet leiden tot
grotere kansen voor een oplossing langs
buitengerechtelijke weg omdat er bij genoemde
stichtingen geen reden meer is om snel tot een
oplossing te komen.
5. Welke stappen bent u van plan op korte
termijn te zetten in deze zaak?
Zoals gemeld in de brief aan uw Kamer van
maandag 1 september 2003 zal ik op zeer korte
termijn, namelijk op woensdag 3 september a.s.,
de Commissie Geschillen Aandelenlease
installeren. Voor de samenstelling van de
commissie en haar taakomschrijving verwijs ik u
naar genoemde brief van 1 september 2003.
De minister van Financiën,
Ministerie van Financiën