Ministerie van Buitenlandse Zaken
---
Aan de Voorzitter van de VasteCommissie voor BuitenlandseZaken van de
TweedeKamerderStaten-Generaal Binnenhof4 Den Haag Directie Sub-Sahara
Afrika Afdeling Zuidelijk Afrika Bezuidenhoutseweg 67 Postbus 20061 2500 EB
Den Haag
Datum 28 juni 2002 Behandeld Pascalle Grotenhuis
Kenmerk DAF 463/02 Telefoon 070-3485016
Blad /3 Fax 070-3486607
Bijlage(n) E-Mail pascalle.grotenhuis@minbuza.nl
Betreft Uw verzoek met kenmerk 2002/24
Zeer geachte Voorzitter,
Graag bied ik u hierbij, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de
reactie aan op uw verzoek van 30 mei 2002 met kenmerk 2002/24.
De situatie in zuidelijk Afrika wordt door Nederland nauwgezet gevolgd. De
regionale droogte heeft geresulteerd in waarschuwingen van de FAO en het WFP
over zeer slechte oogstverwachtingen en op handen zijnde hongersnood. Naast
de klimatologische omstandigheden zijn ook politieke en macro-economische
factoren oorzaken van deze humanitaire ramp, die inmiddels 12 miljoen mensen
bedreigd.
De betrokken landen Zambia, Malawi, Zimbabwe, Moçambique, Lesotho, Swaziland
en Angola vertonen een grote diversiteit qua hulprelatie met Nederland.
Angola is een zgn. chronisch crisisland, waar al een aantal jaren een fors
noodhulpprogramma wordt gevoerd. Zambia en Moçambique behoren tot de 19+3
lijst,dwz.de landen waar Nederland een structurele bilaterale OS-relatie mee
onderhoudt. In Zimbabwe wordt een exit strategie gehanteerd, omdat het land
op basis van goed bestuur criteria niet meer op de reguliere OS-lijst staat.
Ook voor Malawi geldt een exitstrategie, die vooral de sector gezondheid
betreft. Tevens wordt de onderwijssector gesteund via een
'silent partnership' met DFID. Met Lesotho en Swaziland bestaat geen
bilaterale hulprelatie.
Op 6 en 7 juni jl. werd door OCHA en WFP een Interagency Standing Committee
- Working Group (IASC-WG)- bijeenkomst te Johannesburg, Zuid-Afrika,
georganiseerd, waar op basis van regionale assessments een presentatie van
de huidige regionale behoeften aan de donorgemeenschap werd voorgelegd. De
vergadering had een hoog informatief karakter. Voorts werd aangekondigd dat
eind juni 2002 een regionaal 'Appeal' voor de hele zuidelijk Afrika regio
zal worden afgerond en aan de internationale donorgemeenschap ter
financiering zal worden voorgelegd.
Nederland heeft inmiddels aanzienlijke financiële bijdragen aan de nood in
vergaande voorbereiding c.q. gefinancierd. Hieronder volgt per land een
korte schets van de Nederlandse humanitaire hulpstrategie tot nu toe. Zodra
het regionale 'Appeal' is geformaliseerd, zal worden overwogen of
additionele steun gewenst is.
In Angola is sinds het vredesproces, vanaf februari 2002, een nieuwe
humanitaire situatie ontstaan. Uit voorheen voor humanitaire hulp
ontoegankelijke gebieden komen nu grote stromen ontheemden (IDP's) op gang,
die in zeer slechte fysieke staat verkeren. In totaal belopen de schattingen
voor IDP's momenteel 4.6 miljoen personen. De nieuwe situatie heeft tot een
aanzienlijke verhoging in aantallen noodhulp behoevende personen geleid.
Nederland heeft tot nu toe voor 2002 EUR 4 miljoen voor WFP ondersteuning in
voorbereiding, en EUR 3 miljoen voor OCHA, de VN-instantie die humanitaire
hulp coördineert en vooral acute non-food behoeften verzorgt.
Voor Zambia wordt, bij wijze van uitzondering daar reeds aanzienlijke Nederlandse fondsen beschikbaar zijn voor sectorale OS-programma's en nadat de overheid eind mei jl.de noodtoestand had afgekondigd, een noodhulpbijdrage van EUR 500.000 aan het WFP voorbereid.
Voor Moçambique, eveneens een regulier OS-land, wordt tot nu toe geen noodhulpfinanciering ter beschikking gesteld, omdat in vergelijking met de rest van de zuidelijk Afrika-regio, de behoefte aanzienlijk minder hoog is en er zelfs in bepaalde regio's enig agrarisch surplus gegenereerd werd.
Voor Malawi werd reeds in februari jl. de noodtoestand door de overheid
afgekondigd en in maart 2002 door Nederland een bijdrage van USD 500.000
voor voedselhulp via het WFP toegekend. Nederland was daarmee de eerste
bilaterale donor die aan het additionele 'Appeal' van de VN een bijdrage
leverde.
In Zimbabwe is de situatie in politieke zin dermate complex dat gevreesd
moet worden dat een deel van de humanitaire hulp misbruikt wordt voor
politieke doeleinden. Bovendien is het door de Zimbabwaanse overheid
gevoerde landhervormingsprogramma, naast de droogte, een belangrijke oorzaak
van de zeer tegenvallende oogsten. Nederland heeft derhalve tot nu toe geen
bijdrage geleverd voor voedselhulp aan Zimbabwe. Momenteel wordt onderzocht
in hoeverre het WFP garanties kan bieden voor een zuivere en politiek
neutrale distributie van voedselhulp aan de meest behoevenden. Voorts
beschikt de ambassade te Harare over enige gedecentraliseerde fondsen om
naar eigen inzicht een zeer bescheiden bijdrage aan noodhulp te leveren.
Voor Swaziland en Lesotho wordt overwogen om gedecentraliseerde fondsen, die
ter beschikking staan van de ambassade te Pretoria, aan te wenden voor een
bijdrage aan noodhulp ter plaatse.
Zoals hierboven eerder gesteld, zal ik, na formalisering van het regionale
Zuidelijk Afrika 'Appeal' van het WFP, eind juni a.s., alsnog overwegen of
additionele financiële steun aan de regio, tegen de achtergrond van de
humanitaire behoeftes elders in de wereld, in de rede ligt.
De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
Eveline Herfkens
Kenmerk DAF 463/02
Blad /3
===