Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer (ROVER)


ROVER-onderzoek naar dienstverlening NS tijdens werkzaamheden wijst uit:

Informatievoorziening laat te wensen over

Reizigersvereniging ROVER heeft in 2001 onderzoek gedaan naar de kwaliteit van dienstverlening tijdens buitendienststellingen van baanvakken door spoorweg-werkzaamheden. Uit het onderzoek blijkt dat de organisatie en uitvoering van het vervangende vervoer over het algemeen redelijk goed zijn, maar dat de kwaliteit van de informatievoorziening tijdens geplande stremmingen, evenals het voorgaande jaar, voor verbetering vatbaar is.

Met name de kwaliteit van de omroepberichten laat, zo blijkt uit het onderzoek, regelmatig te wensen over. Soms wordt er op de dag van de stremming op een station helemaal niets omgeroepen, of zijn de omroepberichten onvolledig. Ook de Centrale Treinaanwijzers (CTA's) op de perrons stonden regelmatig op "blanco". De tekst "let op omroepbericht" is te verkiezen boven het eenvoudig op blanco zetten van de CTA's.

ROVER ontvangt regelmatig klachten van reizigers over de dienstverlening tijdens stremmingen. Van het totaal aantal klachten over de gevolgen van aangekondigde stremmingen in 2001 had 52% procent betrekking op de informatievoorziening. Het ging dan met name om onduidelijke of onvolledige informatie en over het ontbreken van informatiepersoneel.

Samenvatting van de onderzoeksresultaten:
Informatie

De vooraankondiging van de stremmingen was op grotere stations redelijk, maar op kleinere stations waren de folders over de stremmingen in de regel niet verkrijgbaar en ook de posters hingen daar niet altijd.

Hoewel de informatievoorziening door de stationsomroep tijdens stremmingen beter was dan in de dagen voorafgaand aan de stremmingen, kwam het nog regelmatig voor dat er geheel geen omroepberichten werden gehoord. De inhoud van de berichten was echter vrijwel nooit helemaal volledig. Naast het feit dat de berichten vaak incompleet waren, was ook de regelmaat waarmee de berichten werden herhaald niet altijd even groot. In tegenstelling tot de grotere stations kwam het op kleinere stations geregeld voor dat er in het geheel geen omroepberichten waren te horen.

De Centrale Trein Aanwijzers (CTA's) gaven doorgaans de tekst 'let op omroepbericht' weer. Dat helpt reizigers niet veel verder, maar het is beter dan blanco CTA's. Die kwamen namelijk ook regelmatig voor. De poster die iedere week wordt gemaakt met daarop de stremmingen van die week hing vrijwel altijd op de direct betrokken stations. Er hingen er echter wel vaak veel te weinig, of de posters verdwenen in een overvloed aan andere informatie. Vooral op de perrons ontbraken ze nogal eens. Soms werd er naast de algemene poster een speciale poster gemaakt voor een bepaalde stremming, met daarop meer specifieke informatie. Dit was bij 5 van de 57 onderzochte stremmingen het geval. Een dergelijk initiatief zou veel vaker navolging moeten vinden.

De folders die iedere week over de op handen zijnde stremmingen worden uitgebracht waren doorgaans goed verkrijgbaar bij de loketten van de tijdens de stremming bemande stations. De informatie in de folders is vaak uitgebreider dan de informatie op de posters, maar in veel gevallen toch nog te beknopt. Daarom worden er soms speciale folders uitgegeven waarin meer uitgebreide informatie over bijvoorbeeld de businzet is opgenomen (in 2001 bij 4 van de 57 stremmingen). Er lijkt echter in het geheel geen structuur te zitten in wanneer er wel of niet een speciale folder wordt uitgegeven. Het komt relatief vaak voor dat het kaartje niet overeenkomt met de informatie uit de tekst, terwijl het kaartje toch ter verduidelijking van de tekst zou moeten dienen. Op grotere stations werd meestal ook extra informatiepersoneel ingezet, op kleinere stations in het helaas vaak niet.

Vervangend busvervoer

De looproutes naar de vertrekplaatsen stonden op de grotere stations meestal goed aangegeven met pijlen op de grond of met pijlen op posters. Op kleinere stations stond de looproute echter veel minder vaak aangegeven. Het was vaak onduidelijk waar welke bus met welke bestemming precies stond. In een enkel geval lag de vertrekplaats van de vervangende bussen zo ver van het station dat de passagiers met een taxibusje heen- en weer gebracht konden worden. Een prima optie voor zij die slecht ter been zijn, maar het vervangend busvervoer behoort natuurlijk dicht bij het station te komen. Op 2 stations was het voor minder validen vrijwel onmogelijk het vervangend vervoer te bereiken.

De capaciteit van het vervangend vervoer bleek in de meeste gevallen voldoende. Vaak ging het dan over een zitplaatsbezetting van 90 tot 100%. Het menigmaal ontbreken van voldoende reservematerieel is een zwakke schakel, zeker als de capaciteit maar net voldoende is. In het algemeen viel het op dat het niet meevalt om flexibel in te spelen op onverwachte reizigersstromen; een aspect dat niet los te zien is van de noodzaak van de aanwezigheid van voldoende reservematerieel. Soms kwam het voor dat de capaciteit van de bussen voldoende was, maar dat de capaciteit niet efficiënt werd gebruikt. Waarnemers constateerden dan een slechte verdeling van reizigers over de bussen; een propvolle bus werd gevolgd door een vrijwel lege. Tenslotte maakte omvangrijke bagage, zoals fietsen en grote koffers, het zitplaatsentekort in sommige gevallen nijpender.

De frequentie waarmee werd gereden was over het algemeen goed. Er reden in de regel bussen op de tijdstippen dat er normaal gesproken treinen reden. Vasthouden aan een strakke busdienstregeling is echter niet altijd gewenst. Soms is het goed flexibiliteit te betrachten ten aanzien van aankomende en vertrekkende treinen. Tenslotte zou de reiziger altijd moeten kunnen beschikken over of inzage hebben in de dienstregeling van het vervangend vervoer. Dit was bij de onderzochte stremmingen niet altijd het geval. Een enkele keer stonden busdienstregelingen vermeld in speciale stremmingfolders, maar die zijn op onbemande stations meestal niet verkrijgbaar.

Meer in het algemeen viel het op dat de aansluiting van bus op trein vaak niet optimaal was. Reizigers waren regelmatig onnodig veel tijd kwijt door lange overstaptijden van trein op bus en vice versa. Dit zorgde, in combinatie met de vaak lange ritten van de bus ten opzichte van hetzelfde traject per trein, voor aanzienlijk langere reistijden. Meer over het onderzoek

Amersfoort, 6 mei 2002

---