1red9451
28-04-01, NOS, Ochtendjournaal, Radio 1, 8.10 uur
MINISTER-PRESIDENT KOK NA AFLOOP VAN DE ONDERHANDELINGEN
OVER DE BEGROTING 2002: DIT IS EEN PRESTATIE VAN FORMAAT
GROENEWEG:
Meneer Kok, hoe moeilijk was het om én die Zalmnorm te handhaven én al dat extra
geld te vinden?
KOK:
Vrij lastig. Vrij lastig, omdat de omstandigheden niet altijd mee zitten. Ik bedoel, de
omstandigheden daar waar het gaat om de ontwikkeling van de economie en de manier
waarop dat ruimte creëert of ruimte ontneemt aan het uitgavenkader. Er was veel
lenigheid van geest en ook creativiteit voor nodig om uiteindelijk een plaat te krijgen
die in deze mate ruimte bood én daarbinnen dan een profiel tot stand te brengen wat
echt laat zien dat zorg, onderwijs en veiligheid dé beleidsgebieden zijn waar de
komende jaren en ook in dit lopende jaar heel veel meer geld naar toe zal gaan.
GROENEWEG:
Nu is vanuit uw eigen partij die Zalmnorm ter discussie gesteld. Is die vraag als zodanig
op tafel geweest?
KOK:
In het kabinet heeft altijd voorop gestaan, trouwens ook in heel veel beschouwingen die
buiten het kabinet naar voren zijn gebracht, dat het resultaat voldoende moest zijn. Er is
de afgelopen maanden en weken heel wat discussie geweest over de vraag of men
mocht verwachten dat de hantering van de Zalmnorm ook voldoende zou kunnen
bijdragen tot het bereiken van een resultaat wat in zijn omvang bevredigend zou zijn.
Iedereen die een beetje kan rekenen en nog eens terugkijkt naar de afgelopen weken
weet dat we in die afgelopen weken eigenlijk op onwaarschijnlijk veel grotere bedragen
blijken te zijn uitgekomen, dan toen nog voor mogelijk werd gehouden.
GROENEWEG:
Waar komt dat dan vandaan?
KOK:
Uit de creativiteit die ik zojuist memoreerde. Het is mogelijk gebleken om binnen de
Zalmnorm tot een zodanige ruimte te komen dat je daar heel veel mooie dingen mee
kunt doen.
GROENEWEG:
Heeft u nu de zekerheid dat de coalitiegenoten dit akkoord steunen?
KOK:
De Kamer heeft een eigen verantwoordelijkheid. De fracties hebben hun eigen
verantwoordelijkheid. De regering heeft die ook. De regering heeft zich de taak gesteld
om straks naar de Kamer en de samenleving te kunnen gaan met een eindresultaat
waarvan we zeggen: natuurlijk, we begrijpen best dat men gegeven de tekorten in het
onderwijs, de zorg en de veiligheid op een aantal punten nog veel meer had gewild. Dat
komt de komende jaren aan de orde. We kunnen niet alles in één jaar oplossen. Dit is voorwaar een resultaat wat er wezen mag en dat zullen we vol overtuiging doen.
GROENEWEG:
Als de Kamer dan meer wil, is daar dan ruimte voor? U heeft al zo moeten schrapen?
KOK:
We hebben echt de ruimtes, zoals we die hebben kunnen vinden, benut. We moeten
nooit op het verkeerde moment uitspraken doen over Kamerdebatten en
gedachtewisselingen. Ik neem aan dat de Kamer, als men bijzonder belang hecht aan
bijzondere prioriteiten, wel zal nadenken over de vraag welke andere uitgaven daar dan
een trappetje lager voor mogen staan.
GROENEWEG:
En als sectoren als onderwijs en zorg nu meer willen, wat is dan uw antwoord?
KOK:
Die sectoren zijn zeer ruim bediend. Als ik kijk op een totale uitgavenintensivering van
bijna 8 miljard, volgend jaar, zie ik dat alleen al in de uitgavensfeer zo'n 5 à 5, 5 miljard
naar zorg en onderwijs gaat. Dan zie ik nog af van de middelen die via de fiscale weg
naar die beide sectoren gaan. Het zijn, gemeten naar wat we in het regeerakkoord
hebben vastgelegd en gemeten naar de intensiveringen van vorige jaar en de begroting
2001, formidabele bedragen. Deze bedragen zetten wat we in het regeerakkoord vanaf
de start in de boeken hebben gezegd zwaar in de schaduw.
GROENEWEG:
Met andere woorden, hier moet men het echt mee doen?
KOK:
Nee, met andere woorden: dit is een prestatie van formaat. Dat we bovenop het
regeerakkoord en de kop er bovenop van vorig jaar in de begroting nu voor bijna 8
miljard meer uitgavenintensiveringen doorvoeren. Het is goed om dat in die proportie te
zien. Dat is heel belangrijk, dat we dat op deze wijze kunnen communiceren.
GROENEWEG:
Tot slot, u heeft eerder gesproken van een lakmoesproef. Een test voor dit kabinet.
Smaakt dit akkoord nu naar meer Paars?
KOK:
De eerste vraag, niet wat het beste smaakt. De vraag was, slagen we in de opgave die we
onszelf geven om binnen de begrotingsspelregels tot een zodanige intensivering te
komen, dat we qua omvang en profiel kunnen zeggen: ja, dat staat. Dat staat als een
huis. Het antwoord daarop is: ja. Dat bewijst dat het paarse kabinet in dit laatste jaar,
althans aan de vooravond van zo'n laatste parlementaire jaar, nog over veel kracht
beschikt. Dat de samenwerkingsgezindheid in de paarse combinatie groot is. Voor de
rest is het weinig zinvol om over de toekomst te speculeren.
(letterlijke tekst, ongecorrigeerd, JBr)