Rosemarie Trockel
tekeningen
ism Centre Georges Pompidou, Parijs
28 april tm 26 augustus 2001
In samenwerking met het Centre Georges Pompidou in Parijs en The
Drawing Center in New York brengt De Pont een tentoonstelling van de
tekeningen van de Duitse kunstenaar Rosemarie Trockel (Schwerte 1952).
Trockel was de eerste kunstenaar met een solotentoonstelling in De
Pont in 1993. Zij toonde haar gebreide schilderijen en De Pont wilde
toen al graag met een uitvoeriger presentatie op haar werk terug
komen. Na de verwerving en presentatie van het bijzondere project
Kinderspielplatz (1999), staat nu het werk op papier centraal van
deze veelzijdige kunstenaar. In een brede selectie worden ruim honderd
tekeningen getoond uit een periode van bijna twintig jaar. Trockel
keert regelmatig terug op bepaalde themas en uit haar werk spreekt een
grote verbeeldingskracht en humor. Bij de tentoonstelling is de
uitvoerig geïllustreerde catalogus van het Centre Pompidou beschikbaar
met daarin essays van Jonas Storsve en Dieter Koepplin. (beperkt
voorradig, fl 47,50).
Het gevarieerde oeuvre van Rosemarie Trockel is in Nederland, ondanks
haar grote internationale faam, nog relatief onbekend. Een
uitzondering hierop vormen haar Strickbilder; de gebreide schilderijen
waarmee zij midden jaren tachtig van zich doet spreken en waarvan De
Pont het werk Cogito, ergo sum (1988) in de collectie heeft. Terwijl
haar mannelijke collegas furore maken met het nieuwe schilderen, zet
Trockel de breimachine in voor haar ironisch commentaar. Een
soortgelijke uitspraak over haar positie als vrouwelijk beeldend
kunstenaar doet zij ook met haar werken met geëmailleerde kookplaten
die zij presenteert als strakke, geometrische beelden uit de Minimal
Art.
Naast deze werken en talrijke andere beelden, installaties, films en
videos heeft Trockel altijd getekend. Jonas Storsve, conservator van
het Centre Pompidou en samensteller van de tentoonstelling, schrijft
in zijn beschouwing: Tekenen () is misschien voor Rosemarie Trockel
wel het medium waarin zij zich met het grootste gemak en de grootste
vrijheid uitdrukt en waarin de interpretatie van haar werk de minste
moeite kost. De grote themas tekenen zich af: transformatie,
metamorfose, mutatie, alle tussenliggende stadia, bevruchting. Storsve
onderscheidt een aantal series tekeningen die in hun onderwerp te
maken hebben met verschillende aspecten van verandering en
verdubbeling. Zo heeft Trockel veel tekeningen van apen gemaakt en
traditioneel is de aap een symbool van imitatie (naäpen). De aap
spiegelt op hilarische wijze menselijke gedragingen. Dieren komen in
het werk van Trockel overigens veelvuldig voor en vaak tonen ze
opvallend menselijke trekken. Aandoenlijk zijn de portretten die zij
van haar honden heeft gemaakt.
De aandacht voor fysionomie en gelaatsuitdrukking blijkt ook uit de
vele portretten die Trockel vaak op karikaturale wijze transformeert.
Haar interesse voor vreemdsoortige deformaties heeft geleid tot series
wonderlijke koppen. Waterhoofden, monsters en marionetten heeft zij in
soorten en maten getekend. Opvallend zijn de vele hoofden met een
lange neus; een soort Pinocchio of misschien wel een heks. Ze tekent
de neuzen als vreemde vergroeiingen van het gelaat die de mens een
bijna dierlijk uiterlijk geven. Het behoeft weinig
voorstellingsvermogen om de lange neus ook een erotische duiding te
geven. In het werk van Trockel zijn dergelijke erotische metaforen
dikwijls te herkennen. Zoals zij in haar breiwerken al een relatie
tussen het mannelijke en het vrouwelijke aan de orde stelde, zo doet
zij dat ook in de vele werken waarin eieren een rol spelen. Dat in het
Duits het woord Eier tevens testikels betekent, is veelzeggend genoeg.
In een aantal tekeningen heeft Trockel de transformatie en
geslachtsverandering tot onderwerp gemaakt door afbeeldingen van
mannen of vrouwen (vaak naar kunsthistorische voorbeelden) de
kenmerken van de andere sexe te geven. In een serie dubbelportretten
laat zij de gezichten van verschillende personen als het ware
versmelten tot androgyne figuren.
De meest recente tekeningen van Rosemarie Trockel laten veelal
slapende mannen zien. Vaak vormen fotos hiervoor het uitgangspunt. Al
dan niet gekleed liggen de mannen op een bed of bank en lijken ze te
dromen. Het slapen en dagdromen heeft Trockel al in 1999 voor haar
bijdrage aan de Biennale van Venetië verbeeld in de film Sleepingpill
waarin een meditatieve rust- en ontspanningsruimte te zien was. De
getekende portretten roepen verschillende associaties op; zijn het
vermoeide minnaars of juist machteloze mannen? Ook de gedachte aan een
sterfbed dient zich soms aan, maar in andere tekeningen sluimert de
erotiek. Leven en dood liggen hier dicht bij elkaar.
Bij de tentoonstelling zijn een catalogus, een persmap en persdias
beschikbaar. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het
secretariaat van De Pont.