Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Datum 4 december 2009 -
Onderwerp Tarieven OV-chipkaart Stadsregio Arnhem Nijmegen
1

Geachte voorzitter,

Tijdens het mondelinge vragenuur op 3 november 2009 over de vermeende prijsstijging in het OV door de OV-chipkaart is toegezegd uw Kamer nader te informeren over de besluitvorming van de Stadsregio Arnhem Nijmegen inzake de tarieven voor het OV.

Hierbij treft u de brief van de Stadsregio Arnhem Nijmegen aan, waarin een uiteenzetting van de feiten over de tarieven wordt gegeven. In die brief geeft de Stadsregio aan dat het tarievenplan van de Stadsregio opbrengstneutraal is. Hierbij gaat 41% van de reizigers er op vooruit, is 35% duurder uit en blijft voor 24% van de reizigers de prijs gelijk. Voorts is in de bijlage opgenomen welke consumentenorganisaties hebben geadviseerd.

Voor de goede orde hecht ik eraan om te benadrukken dat het uitgangspunt is en blijft dat de overgang van het Nationaal Vervoerbewijs (NVB) naar de OV- chipkaart voor de reiziger gemiddeld genomen niet duurder mag uitvallen. Dit wil niet zeggen dat er geen prijsverschillen zullen optreden. De OV-chipkaart is gebaseerd op een tarief per kilometer in plaats van per zone. Sommige reizigers zijn daardoor goedkoper uit, anderen duurder en voor een derde groep is er geen verschil in prijs. Maar gemiddeld genomen moet de overgang neutraal zijn.

De decentrale overheden moeten dan ook aantonen dat de overgang naar de OV- chipkaart opbrengstneutraal plaatsvindt. Bij het verzoek tot uitzetten van het NVB toets ik daarop. Dit houdt in dat bij de door de decentrale overheid vastgestelde

a
agina 1 van 2 P





Datum

tarieven de opbrengsten bij gelijkblijvende reizigersvolumes bij invoering van de Ons kenmerk OV-chipkaart ook gelijk blijven. Dit betekent dat de OV-chipkaart voor de reiziger VENW/DGMo-2009/10164 gemiddeld genomen kostenneutraal is.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

J.C. Huizinga-Heringa

agina 2 van 2 P