Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de TweedeKamerderStaten-Generaal

Binnenhof4

Den Haag


-

Taskforce Conventie

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061

2500 EB Den Haag


Datum


- 6 juni 2003

Behandeld


- Jan van Schagen


Kenmerk


- DIE-325/03

Telefoon


- 348 4867


Blad


- 1/3


Fax

348 4086


Bijlage(n)


- E-Mail


- ja-van.schagen@minbuza.nl


Betreft


- Beantwoording vraag AO 24 april jl.

Zeer geachte Voorzitter,

Tijdens het Algemeen Overleg van 24 april heb ik toegezegd schriftelijk te zullen antwoorden op de vraag van de heer Çörüz (CDA) over de kosten die de uitvoering van de voorstellen voor de werkwijze van het Hof van Justitie in de Spaans-Nederlandse brief aan de Conventie met zich zouden brengen. Hoewel het niet mogelijk is concrete bedragen te noemen heb ik in het navolgende getracht zo nauwkeurig mogelijk aan te geven wat de financiële gevolgen zullen zijn.

In het Spaans-Nederlandse paper worden de volgende concrete voorstellen gedaan:


1.Het overnemen van de verbetering van Nice in het nieuwe verdrag.


2.Het zorgvuldig nader onderzoeken of individuele burgers ruimere toegang tot het Hof moeten hebben, waarbij wordt overwogen dat uitbreiding van de toegang tot het Hof voor regionale en lokale autoriteiten geen aanbeveling verdient.


3.Bij uitbreiding van de bevoegdheden van het Hof op het JBZ-terrein moet in het oog worden gehouden dat dit geen gevolgen mag hebben voor de effectieve afdoening van (straf-)processen op nationaal niveau alsmede vreemdelingenzaken.

4.Een verruiming van de besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid ten aanzien van het Hof, alsmede het ruimhartiger dan tot nu toe instellen van gespecialiseerde kamers.

5.Het bereiken van een forse ontlasting van het Hof door inbreukprocedures te laten eindigen met de vaststelling door de Commissie dat een inbreuk bestaat.

6.Het stroomlijnen van de inbreukprocedures in artikel 228 EG-Verdrag.

7.Het bevorderen van een meer effectieve toetsing van kandidaat-rechters met heldere benoemingscriteria en een procedure om de geschiktheid van kandidaten te waarborgen.

8.Het verklaren dat de huidige hervorming geen afbreuk dient te doen aan het bestaande 'acquis jurisprudentiel'.

9.Het erkennen dat de nationale rechter in het toekomstige verdrag expliciet wordt erkend.
De voorstellen genoemd onder de nrs. 1, 3, 8 en 9 brengen geen extra kosten met zich mee ten opzichte van de bestaande situatie. Ten aanzien van het voorstel tot het instellen van extra gespecialiseerde kamers (4) mag aangenomen worden dat dit in belangrijke mate kostenneutraal zal zijn. De zaken die deze kamers zullen behandelen, worden nu door het Gerecht van eerste aanleg of het Hof behandeld. Er is dus slechts sprake van een verschuiving. Afhankelijk van de inrichting en plaats van vestiging van deze extra kamers zal wel sprake kunnen zijn van extra overheadkosten.

De voorstellen onder 5 en 6 beogen een forse kostenbesparing te bewerkstelligen, aangezien het aantal Hofzaken bij invoering van de voorgestelde maatregelen fors teruggedrongen zal worden. Omdat het moeilijk in te schatten is om hoeveel zaken het zal gaan, is het niet mogelijk concreet aan te geven om welk bedrag het zal gaan.

Het voorstel tot een meer effectieve toetsing van kandidaat-rechters (nr. 7) zal geringe extra kosten met zich brengen. In de huidige voorstellen van het Presidium is dit voorstel zo ingevuld dat er een raadgevend comité komt bestaande uit zeven rechtsgeleerden dat adviseert over de kandidaten. Aan deze personen zal een reis- en verblijfkostenvergoeding moeten worden verleend, alsmede presentiegeld. Tevens zal er een klein secretariaatsfunctie moeten worden gecreëerd. De totale kosten zullen naar mijn mening niet substantieel zijn.

Bij voorstel 2 is het de inzet van de Nederlandse regering een eventuele uitbreiding van het recht op toegang zo beperkt mogelijk te houden, opdat de werklast van het Hof niet substantieel zal toenemen. Daaruit vloeit voort dat uit dit voorstel geen of slechts beperkte kosten zullen voortvloeien.

De conclusie uit het voorgaande is dat onverkorte uitvoering van alle Spaans-Nederlandse voorstellen zeker niet tot een verhoging van de kosten voor het Hof zullen leiden. Integendeel, als de voorgestelde maatregelen met betrekking tot de inbreukprocedures het door ons verwachte effect zullen hebben, zal eerder sprake zijn van een kostenreductie. Het voorgaande neemt niet weg dat de Nederlandse regering er een voorstander van is dat het Hof in staat wordt gesteld zaken efficiënt zijn werkzaamheden te vervullen.


- De Staatssecretaris voor Europese Zaken,

Atzo Nicolaï

===