AutoRai
9-7-2002
Stillere en zuinigere autos dankzij nieuwste windtunnel
In het Amerikaanse Auburn Hills is afgelopen week een nieuw DaimlerChrysler windtunnelcomplex in gebruik genomen. De aëro-akoestische windtunnel is de jongste uitbreiding van de Scientific Laboratories van het DaimlerChrysler Technology Center.
Er worden vooral 1:1 autos van de Chrysler Group (Chrysler, Jeep en
Dodge) in getest, alsmede met hulp van DaimlerChrysler ontwikkelde
raceautos.
De nieuwe windtunnel is momenteel de stilste in de auto-industrie.
Dankzij het gebruik van geluiddempende materialen en een aangepast
tunnelontwerp zijn vrijwel geen achtergrondgeluiden meer te horen.
Daardoor is het mogelijk om windgeruis in autos exact te analyseren.
Doordat de temperatuur in de tunnel constant wordt gehouden, zijn de
uitkomsten van verschillende akoestische metingen goed met elkaar
vergelijkbaar.
Het ontwerp van de aëro-akoestische windtunnel is erop gericht om een
auto tijdens de ontwikkeling op drie essentiële punten te verbeteren:
aërodynamica (lager brandstofverbruik en betere prestaties);
akoestische prestaties (reductie windgeruis);
functionele eigenschappen (door carrosserieonderdelen bij
verschillende snelheden te beoordelen).
Dieter Zetsche, CEO van de Chrysler Group: Het verminderen van de
luchtweerstand is de meest efficiënte manier om het brandstofverbruik
te verlagen. Dat laatste heeft voor ons een hoge prioriteit. Bovendien
is het geluidsniveau van motoren sterk afgenomen. Dit betekent dat
reductie van andere geluiden belangrijker is dan ooit. Wij hebben nu
het beste stuk gereedschap in handen om in de toekomst op beide
terreinen een koppositie in te nemen.
In het ruim 2.870 m2 grote windtunnelcomplex passen voertuigen tot zon
4.500 kg, die op een draaiplateau van 5,5 meter staan. De ventilatoren
kunnen windsnelheden tot 240 km/h genereren. De nieuwe
windtunnelfaciliteit heeft overigens 37,5 miljoen dollar gekost, de
bouw duurde circa drie jaar.
De voormalige Chrysler Corporation nam in de Amerikaanse
automobielindustrie een leidende positie in op het gebied van
aërodynamica en het onderzoek ernaar. Met advies van luchtvaartpionier
Orville Wright bouwde Chrysler reeds in de jaren twintig de eerste
windtunnel die specifiek was bestemd voor het testen van autos. Het
grote publiek zag de eerste resultaten in 1934, toen de opzienbarende
Chrysler Airflow en De Soto Airflow werden onthuld.
De eerste Chrysler windtunnel is kort na de Tweede Wereldoorlog afgebroken, maar bij universiteiten en in andere windtunnels van het bedrijf ging het onderzoek door. In de jaren zestig kreeg met name de autosportwereld aandacht voor aërodynamica, in de jaren zeventig gevolgd door de personenwagenmarkt, waar verlaging van het brandstofverbruik bovenaan het wensenlijstje stond.